Dit was op de reguliere manier nooit gelukt

resultaat.png

  • De kracht van resultaatvolgend budget

Het Sociaal Wijkteam Oud Oost in Leeuwarden is vorig jaar een experiment gestart met een ‘resultaatvolgend budget’ in hulp aan huishoudens. Het uitgangspunt is het huishouden in plaats van het domein jeugd, Wmo of participatie. Er wordt gewerkt vanuit een totaaloplossing en niet vanuit de regels.

Het experiment met het resultaatvolgend budget is onderdeel van de City Deal ‘De Inclusieve Stad’ waarin vijf steden samenwerken aan nieuwe aanpakken in het sociaal domein. Hierbij gaat het erom ervaringen op te doen met een andere manier van werken in hulpverlening. In plaats van vanuit de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet apart te kijken, wordt het financieren van een gezin centraal gesteld. Wat willen zij, welke oplossingen zien zij? Daardoor zijn er geen beperkingen aan verbonden, zoals wat kan er vanuit de Wmo. Er wordt integraal gekeken naar een totaaloplossing en wat daarvoor nodig is.

Vergoeding

De ervaring leidt tot professionele oplossingen die beter aansluiten bij de inwoners. Een vergoeding vanuit het resultaatvolgend budget kan voor een middel zijn, of voor ondersteuning. Drie voorbeelden:

Medische behandeling

Het gaat hier om een inwoonster met een uitkering door een medische aandoening. Met een nieuwe behandelmethode had ze het perspectief dat erna geen vervolgbehandeling meer nodig was, maar deze werd niet vergoed door de zorgverzekeraar en de vrouw kon het zelf niet betalen. Vanuit het resultaatvolgend budget is de behandeling vergoed. Deze was succesvol en daardoor kon ze een opleiding gaan volgen en uit de uitkering komen.

Auto

Een ander voorbeeld is van iemand met een uitkering die een baan in de zorg kon krijgen. De baan was buiten de regio met wisselende diensten en niet bereikbaar met het openbaar vervoer. De vrouw had geen auto en kon die ook niet betalen. Het resultaat met baan: sociale vooruitgang, geld en werk. Voor de gemeente lag het rendement op het besparen op de uitkering. Daarom is als oplossing vanuit het resultaatvolgend budget een auto aangeschaft. Er werd afgesproken dat als ze de baan zou behouden na zes maanden de openstaande betaling zou aflossen, als ze de baan voor die tijd verwijtbaar verloor moest ze het hele bedrag terugbetalen. Ze heeft inmiddels een vaste aanstelling.

Hulpverlening op sportschool

Jonge ondernemers met een sportschool kwamen daar in contact met jongeren met meervoudige problemen, die ‘hulpverleningsmoe’ waren. De ondernemers zijn zelf ervaringsdeskundigen en wilden de jongeren in de sportschool helpen uit de problemen te komen door ze met behulp van sporten discipline bij te brengen en ‘op te voeden’. Maar ze waren geen zorgaanbieder. Vanuit het experiment met het resultaatvolgend budget konden zij tóch betaald worden voor de geboden hulp tegen een scherp tarief. Het resultaat: tevredenheid bij alle betrokkenen en de sportschool is inmiddels gecontracteerd zorgaanbieder geworden.

Doorbraak en rendement

Met de methode van het resultaatvolgend budget worden problemen niet willekeurig opgelost. Het is onderbouwd met een maatwerkplan, waarbij soms een eerste stap of doorbraak nodig is zoals een auto of het feit dat de sportschool zorg mocht bieden. Die doorbraken kun je realiseren door dit te onderbouwen vanuit rechtmatigheid, rendement en betrokkenheid. Hierdoor kun je het aan de wethouder en de buurvrouw uitleggen. Uitgangspunt is of je met hetzelfde geld mensen beter kunnen helpen. Bij de inzet van het budget worden altijd de vragen gesteld:

  • Wat gebeurt er als we niets doen? Wat kost dat dan?
  • Wat gebeurt er met de huidige mogelijkheden in het sociaal domein? Wat kost dat?
  • Wat gebeurt er met het resultaatvolgend budget? Wat kost dat?

Vertrouwen

In de praktijk is geleerd wat kan met het budget en wat niet. Het wijkteam moet vertrouwen van de gemeente krijgen dat je iets mag doen wat afwijkt. En er de tijd voor krijgen. Ook moet een sociaal werker zelf durf tonen om het echt anders aan te pakken.

Organisatieoverstijgend

Het is de bedoeling om de werkwijze over meerdere gemeenten te verspreiden, via de City Deal en het Instituut voor Publieke Waarden. De methode is overal toepasbaar met lokale vragen.

Meer over de resultaten van de maatwerkaanpak van de City Deal is te vinden in de onderzoeksrapportage van het Verwey-Jonker Instituut.

Advertenties

Ontschotten als sleutel

breaking walls.png

Soms is een zorg- of ondersteuningsvraag te complex en lukt het niet om een oplossing te vinden. De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen (HLT) bedachten hier iets op: de ontschotter. Iemand die als ‘noodknop’ dient wanneer professionals vastlopen.

Iedereen kent ze wel, de personen of gezinnen met complexe problematiek, die vastlopen in het systeem. Vraag en aanbod van hulp lijken elkaar niet te bereiken. Of cases waar veel inspanning is geleverd, terwijl achteraf bleek dat een kleine interventie voldoende was geweest. De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen (HLT) bedachten hier iets op: de ontschotter.

Wat doet een ontschotter?

Wenda Tijssen, de eerste officiële ‘ontschotter sociaal domein’ van Nederland vertelt: “Een ontschotter komt in actie als er geen beweging meer zit in iemands probleem of casus. Zij organiseert een casusplatform. Een bijeenkomst waarvoor alle professionals uitgenodigd worden die met de cliënt in gesprek zijn. De cliënt mag ook aanwezig zijn wanneer hij of zij dat wenst. Meestal kiest men hier niet voor. Omdat men er wel een beetje klaar mee is of ‘er twijfel is of dit gaat werken’.”

Doorbraak forceren

Tijdens de bijeenkomst zoeken de professionals samen naar een oplossing. Men gaat niet weg tot er een doorbraak is. Hierbij werken de deelnemers vanuit de vraag van de cliënt. Wat is het eerste probleem waar men mee zit? Wat is er nodig om dit probleem of deze vraag op te lossen? Door buiten de kaders van de eigen discipline te denken, komen er soms hele nieuwe oplossingen naar boven. De professionals werken ‘hands on’. Ze doen direct telefoontjes en aanvragen om de situatie vlot te trekken. Vaak is er nog een paar keer contact nodig voordat alles rond is. In de meeste gevallen is de casus binnen drie weken vlot getrokken. Als men er niet uitkomt heeft de ontschotter mandaat en budget om een besluit te nemen.

Leren over de werkwijze

Ieder casusplatform wordt achteraf geëvalueerd. Hierdoor wordt er veel geleerd over de werkwijze. Vertrouwen en samenwerking tussen professionals uit verschillende organisaties groeit. De samenwerking wordt verstevigd en de professionals weten elkaar vaak beter te vinden bij een volgende casus.

Drie voorbeelden van creatieve oplossingen

  1. Een meneer kreeg een beschikking voor dagbesteding om meer te gaan bewegen op 30 minuten reizen van zijn huis. Meneer had maar energie voor 1,5 uur per dag, dus dit hielp niet. Als tuinliefhebber heeft hij toen verhoogde bloembakken gekregen. Zodat hij vanuit zijn rolstoel zijn tuin bij kan houden. Nu heeft hij de dagbesteding die hij wil. Dit kon eerst niet omdat de gemeente bang was dat iedereen dit soort dingen zou gaan aanvragen.
  2. Een jong volwassene moest uit haar kamer. Ze had een laag inkomen en schulden. Daardoor was het moeilijk om een andere kamer te krijgen. Ze had een aanvraag gedaan bij het noodfonds om haar te helpen garant te staan. Maar haar aanvraag werd afgewezen omdat het niet om ‘zelfstandige woonruimte’ Door inzet van het casusplatform werd toch garant gestaan voor één maand huur. Zo heeft ze een nieuwe kamer kunnen krijgen en wordt ze nu ondersteund bij  het wegwerken van haar schulden.
  3. Een meneer met veel beperkingen moet eigenlijk naar een verpleeghuis omdat hij ieder moment kan omvallen en dan geen hulp meer kan inroepen. Tijdens het casusplatform kwam de fysiotherapeut met het idee om een hulphond in te zetten. Meneer houdt van honden en de hond kan een alarmbel indrukken. De hulphond wordt nu opgeleid.

Succesfactoren

Waarom werkt dit? Er zijn meerdere redenen waarom de ontschotter vooruitgang boekt:

  • De ontschotter beschikt over ‘handgeld’ van de gemeente. De ontschotter kan zelf geld besteden om een (voor)financiering te doen. Deze financiering wordt vaak alsnog via de normale wetten en fondsen ingediend en gehonoreerd. Maar nu is er budget beschikbaar om out-of-the-box-oplossingen te financieren. Deze manier van financieren geeft veel ruimte om vanuit de vraag van de cliënt te handelen.
  • De ontschotter krijgt het mandaat van de gemeenten om te doen wat nodig is. Hiermee neemt de gemeente verantwoordelijkheid voor ingewikkelde cases die anders vast zouden lopen.
  • Er zit veel kracht in de titel ‘ontschotter van de gemeenten’. Deze titel opent al veel deuren die wij niet kunnen openen.. De titel geeft aan dat er noodzaak is om vaart in de casus te krijgen.
  • De ontschotter bezit ten minste twee competenties. Een zekere mate van doorzettingskracht en resultaatgerichtheid. Tijssen: ‘Mensen ervaren mij wel eens als drammerig ja. Tegelijkertijd erkent men ook dat dit de doorbraak mogelijk maakt.’

Randvoorwaarden

Wat zijn de randvoorwaarden om te ontschotten? Wethouder sociaal domein Arno van Kempen: ‘We zijn andersom gaan redeneren, meer vanuit de ‘menselijke maat’. We kijken naar datgene wat de inwoner nodig heeft. Vervolgens kijken we hoe dat binnen de financieringsstromen past. Tot nu toe is dit altijd gelukt. Mocht het nodig zijn om hierbij de regels te overtreden, dan leg ik dat uit aan de gemeenteraad. Niet iedereen is het hiermee eens, het is geen reguliere gang van zaken. Maar bij veel mensen verbetert de aanpak de kwaliteit van leven en besparen we geld.’

Bestuurlijke rugdekking

Wenda Tijssen: ‘Deze houding van de wethouder is de bestuurlijke rugdekking die je nodig hebt. Hierbij valt of staat het slagen van de ontschotter. Zonder deze steun mis je het mandaat om echt een slag te maken. Het is dé randvoorwaarde voor het slagen van deze opdracht.’

Redeneren vanuit de cliënt

Ook is een kanteling in de werkwijze nodig (omdenken). Men is gewend te redeneren vanuit de mindset van regels. De nieuwe werkwijze daagt uit om nog meer te redeneren vanuit de cliënt. Wat is nou het allerbeste voor de cliënt?  Wachten, een normale route of juist zo snel mogelijk een aanvraag regelen zodat het niet escaleert?

Mond-tot-mond reclame

De ontschotter hoefde niet gepromoot te worden. Mond-tot-mond reclame deed zijn werk. Door kennis te maken met verschillende teams en organisaties begon het vanzelf te lopen. De laatste tijd bellen ze zelfs van buiten de betrokken gemeenten voor advies in omdenken.

Bron: De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen (HLT).

Dit praktijkvoorbeeld is tot stand gebracht door: Arno van Kempen: Wethouder sociaal domein Teylingen, Ine van Holland: Domeinmanager sociaal domein HLT-gemeenten, Astrid ter Horst: coördinator bij MEE, Karel Jan Cebol: consulent bij MEE en Wenda Tijssen: Ontschotter Sociaal Domein HLT.

Kan het echt zo simpel?

eigen kracht.png

  • Vluchtruimte

De jeugdbeschermer was teleurgesteld: “Plannen die cliënten met hun netwerk maken, bevatten altijd wel elementen die ik zelf niet zou kunnen bedenken. Daarom vind ik het belangrijk dat mensen hun eigen plan maken, zonder mij erbij. Maar dit plan is zo vrijblijvend dat ik niet goed weet wat ik ermee moet.” Hij belde één van mijn collega’s om te overleggen. Het plan voldeed aan de voorwaarden die hij zelf vooraf had gesteld aan veiligheid. Hij zou het plan dus moeten goedkeuren, maar hij twijfelt.

Noodnummers
Stap voor stap nam mijn collega het plan met hem door. De voorwaarden zijn goed gedekt. Als de spanning in huis oploopt kan de oudste zoon naar de buren of naar vrienden verderop. Als die er niet zijn, zijn er drie nummers die hij kan bellen. Voor moeder zijn er twee noodnummers en een vriendin waar ze naar toe kan. Bezoek van de vriend van moeder zal niet meer plaatsvinden als de kinderen er zijn. “Er staat echter niets in over een weerbaarheids- of assertiviteitstraining voor moeder of therapie voor de kinderen,” zuchtte de jeugdbeschermer. “Ik heb veel informatie gegeven over mogelijkheden en het netwerk vond ook dat professionele hulp nodig was. In het plan staat er niets over. Dat kan toch nooit goed gaan?”

Evaluatie
De jeugdbeschermer snapte dat training of specifieke hulp zijn wensen zijn en niet direct over veiligheid gaan. “Toch blijf ik het gevoel houden dat hier meer nodig is.” Gelukkig staan in het plan aanknopingspunten om de vinger aan de pols te houden. De eerste drie maanden is er elke vier weken een evaluatiemoment met alle betrokkenen. “Daar kan ik aansluiten!”
 
Steviger
Deze week sprak mijn collega hem voor een nieuwe aanmelding. Hij begon er zelf over: “Weet je nog die conferentie van een paar maanden terug, waar ik zo van baalde? Het gaat boven verwachting. Doordat moeder en zoon allebei een vluchtroute hebben als het mis dreigt te gaan, gaat het niet meer mis. De steun van de mensen om hen heen, al is het alleen maar dat ze kunnen bellen of langs kunnen gaan, maakt dat ze allebei steviger in hun schoenen staan. Ik kan de voortgang goed in de gaten houden zonder dat ik hoef aan te dringen op oplossingen, want het gaat nu gewoon. Dat het zo simpel kon zijn, kon ik vlak na de conferentie echt niet geloven.” 

  • Bron: Eigen Kracht Centrale | Postbus 753 | 8000 AT Zwolle

Natuurlijk dichtbij

  • Nieuwe dagbesteding in Vlijmen zorgt voor verbinding

9 aanbieders in de sector zorg en welzijn in Vlijmen hebben een informele dagbesteding opgezet in de centraal in de gemeente gelegen sporthal. Iedereen is er welkom om binnen te lopen en wijkverpleegkundigen zien hoe goed het mensen doet als ze van die mogelijkheid gebruikmaken. De verwachting is dat door dit initiatief op termijn mensen minder snel op basis van een indicatie naar het bestaande aanbod voor dagbesteding hoeven.

Jan van der Lee, net 70 geworden, woont al zijn hele leven in Vlijmen. Na zijn pensioen ging hij gebruikmaken van dagbesteding in Den Bosch, maar daar moest hij na verloop van tijd weg toen de gemeente Heusden niet langer een contract had met de Bossche aanbieder. Een zorgboerderij in Giesbergen bood uitkomst. ‘Mijn vader was jager en nam mij vaak mee’, vertelt hij, ‘ik voelde me wel thuis in die omgeving. Maar ik zag wel dat de mensen van de zorgboerderij voor mij maar weinig hoefden te doen. Veel andere bewoners waren licht dementerend en hadden veel meer zorg nodig. Ik mocht zo iemand niet eens meenemen als ik een eindje ging lopen, en dat doe ik graag. Dus ging ik eens kijken bij het sportcentrum in Vlijmen, want ik hoorde dat daar een nieuwe dagbesteding was opgezet. En die bevalt me prima. Het is dichtbij waar ik woon en die zorgboerderij werd bovendien door de eigen bijdrage ook wel erg duur voor me. Hier betaal ik 5 euro per dag en daarvoor krijg ik ’s middags een warme maaltijd en alle koffie of thee die ik wil.’

9 organisaties

Dat die nieuwe voorziening voor dagbesteding er is gekomen in Vlijmen, heeft te maken met de substitutie van taken naar de gemeenten per 1 januari 2015. ‘De gemeente Heusden – waaronder Vlijmen bestuurlijk valt – wilde niet alleen bezuinigen op de uitgaven voor dagbesteding, maar had ook de visie dat het mogelijk moest zijn om de participatie voor de doelgroepen voor de dagbesteding te vergroten’, zegt Nicole Hendriks. Zij is projectleider van het In voor zorg-project “Cirkels van het gewone leven” en betrokken bij het opzetten van een alternatieve dagvoorziening voor inwoners in Vlijmen een onderdeel vormt.

Hierbij zijn negen organisaties betrokken: Contour de Twern, Thebe, RIBW Brabant, Prisma, Schakelring, Modus, MEE, Juvans en de GGD. Een aantal daarvan biedt al dagbesteding voor hun diverse doelgroepen en het is ook de bedoeling dat die blijft bestaan voor mensen die daarvoor een indicatie krijgen. ‘Maar er zijn ook genoeg mensen zonder indicatie die toch behoefte hebben aan verbinding in hun eigen woonomgeving’, zegt Hendriks. ‘Daarom wilden we die los van de 9 organisaties opzetten, zo natuurlijk, dichtbij en laagdrempelig mogelijk.’

De burger centraal

Het mooie is dat die 9 organisaties geen van alle hun stempel drukken op het nieuwe initiatief, maar wel allemaal vanuit hun eigen discipline kennis inbrengen, stelt Marieke Kouwenberg, wijkverpleegkundige bij Thebe. ‘Soms komen 2 van die 9 partijen bij één cliënt zonder dit van elkaar te weten’, zegt ze, ‘daaraan kunnen we nu wat doen. Niet door elkaar te beconcurreren, maar door de burger centraal te stellen.’

Zo’n samenwerking begint met kennismaking. ‘Gewoon bij elkaar gaan zitten met zijn negenen en gaan brainstormen’, zegt Kouwenberg. ‘Voor Thebe werd de voorliggende vraag meteen heel concreet omdat een van de locaties voor dagbesteding, voor senioren met een indicatie hiervoor, dicht moest.’

Hendriks zocht contact met de manager van zwembad en sportcentrum De Heygraven dat midden in Vlijmen ligt. ‘We hadden meteen een klik want hij had dezelfde visie als wij: een laagdrempelige voorziening bieden voor iedereen in de wijk. Hij had bijvoorbeeld al aan een vrouw in de buurt, die thuis niet kon douchen, aangeboden: kom dat dan hier doen, alle voorzieningen zijn er. Het gebouw heeft zoveel faciliteiten. Er zijn geen drempels, er is een invalidentoilet en een keuken en het had al een buurtfunctie voor schoolzwemmen, sportclubs en zwemmen voor mensen met kanker. Precies het soort voorziening dat we zochten voor alle gemeenten die onder de vlag van Heusden vallen.’

Gezellig en laagdrempelig

Zo waren de mensen van die dagvoorziening van Thebe die ging sluiten weer verzekerd van een plek. ‘Een paar van hen tenminste’, zegt medewerker Marie-Therese Elshout van Thebe, die de verantwoordelijkheid voor deze locatie heeft. ‘Sommigen hadden teveel zorg nodig om van deze voorziening gebruik te kunnen maken. En in sommige gevallen hadden familieleden al een ander alternatief gevonden omdat ze de continuïteit van de dagvoorziening voor hun naaste wilden veiligstellen. Maar degenen die wel overgingen naar hier, waren meteen enthousiast. Zelfs de oudste, 95 nu, zei meteen: “Wat is het hier gezellig hè”. Begrijpelijk, want het is hier echt laagdrempeliger. Inmiddels maken we al mee dat iemand gewoon binnenloopt met: “Ik heb gehoord dat dit er is, ik kom eens kijken”. Precies zoals het bedoeld is.’

Maar: het ging om meer mensen dan alleen die enkelen van die dagvoorziening van Thebe die dichtging. In de plannen was een brede doelgroep geformuleerd: iedereen die behoefte heeft aan dagbesteding, met uitzondering van mensen die niet zelfredzaam zijn en dus een indicatie krijgen voor formele dagbesteding. ‘Het groeide wel al snel maar de start had toch een beetje een trend gezet: ouderen brengen ouderen mee’, zegt Kouwenberg. Hendriks vult aan: ‘Nu zijn we aan het kijken of de mensen met een verstandelijke beperking voor wie nu dagbesteding in Waalwijk bestaat niet net zo goed hier naartoe kunnen. Door ze patronen aan te leren, kunnen ze een bijdragen leveren zoals koffie serveren of helpen met de lunch.’

Zorgen voor bekendheid

Ook op andere fronten worden stappen gezet om meer mensen naar de nieuwe dagbesteding te leiden. Door de praktijkondersteuners in de huisartspraktijken te informeren over het bestaan ervan bijvoorbeeld. Want zoals Kouwenberg het zegt: ‘Als je de praktijkondersteuners mee hebt, heb je de huisartsen ook. Verder zijn we in gesprek met de aanbieders van het Thomashuis, een setting voor mensen met een verstandelijke beperking, in Nieuwkuijk. Tegelijkertijd willen we het ook een beetje natuurlijk laten ontstaan. We zien inmiddels dat al meerdere mensen spontaan komen binnenlopen. Ook beginnen zich vrijwilligers te melden. Al vraag ik mij af of in dit verband het woord vrijwilligers op zijn plaats is. Ook dit zijn mensen die een zinvolle dagbesteding zoeken, iedereen die hier binnenloopt komt iets halen en brengen.’

De 3 verwachten dat gaandeweg ook meer contacten binnen de locatie zelf zullen ontstaan, al gaat dat nog niet altijd spontaan. Elshout vertelt: ‘Het is nog niet altijd makkelijk om mensen mee te krijgen. Ik heb aan mensen van een sportvereniging die hier komt al eens gevraagd of onze bezoekers eens mogen komen mee sporten. Maar dat blijkt dan toch nog moeilijk te liggen. “Onze sporters kennen elkaar”, krijg ik dan te horen. Ik wil dat wel een keer voor elkaar brengen, maar je moet dat tijd gunnen.’ Je moet het niet forceren, vindt Kouwenberg ook. ‘Uiteindelijk zien mensen de meerwaarde wel’, zegt ze. ‘Het is gezelliger hier dan in een kleedkamer denk ik.’

Groeiproces

Maar tegelijkertijd is het geen doel op zich om vanuit alle 9 aan het project deelnemende organisaties mensen binnen te krijgen. ‘We nemen het in ons werk mee als mogelijkheid’, zegt Henriks. ‘De boodschap is: “Kom gewoon eens kijken”. Het is een groeiproces en misschien is er op bepaalde fronten nog wel een gevoelsmatige drempel op dit moment. Bijvoorbeeld om te accepteren dat ook mensen met een verstandelijke beperking hier komen voor hun dagbesteding.’

Elshout vult aan: ‘Vaak blijkt die drempelvrees onnodig, ik merk dat ook aan mezelf. Een tijdje geleden kregen we hier voor het eerst een blinde vrouw op bezoek. Ik had nog nooit met blinden gewerkt dus vond dat onwennig. Maar het ging vanaf het begin goed, het ligt eraan hoe je er als begeleider in staat. Ik voelde me veilig door de betrokkenheid van de 9 organisaties, je weet wie je kunt bellen als het nodig is.’

Kouwenberg zegt wel dat de groei van het aantal mensen dat de nieuwe locatie weet te vinden uiteindelijk gevolgen zal hebben voor de bestaande aanbieders van dagbesteding. ‘Die aanbieders proberen natuurlijk ook mensen binnen te krijgen, daar zijn ze financieel afhankelijk van’, zegt ze. ‘In dat licht kan ik mij voorstellen dat ze ons als concurrent zien, maar dat zijn we natuurlijk niet. Er is zoveel behoefte aan dagbesteding dat er voldoende ruimte is voor alle partijen. Wel denk ik dat op termijn alleen nog mensen met een hogere zorgzwaarte bij de formele aanbieders terecht zullen komen, niet meer de mensen met een sociale indicatie. Dat is ook hoe het beleid bedoeld is. Je ziet ook dat het gaandeweg beter gaat met de mensen die hier komen. Ik merk dat ook als ik bij ze thuis kom. Ze hebben minder zorg nodig, ze worden geprikkeld.’

  • Interview door Frank van Wijck