Eerlijk zeggen

marfan

  • ‘Weten en begrijpen is genoeg’

Veronica Huveneers heeft de ziekte van Marfan, een chronische bindweefselziekte met grote risico’s voor haar bloedvaten, skelet en eigenlijk haar hele lichaam. ‘In 2007 scheurde mijn aorta, dat heb ik nauwelijks overleefd. Door Marfan heb ik dagelijks pijn aan mijn spieren en gewrichten en neemt mijn kracht af. Ik moet 24/7 met deze ziekte leven. Dat is voor anderen niet te bevatten.’

‘Naast de angst op nog een scheur in de aorta of het scheuren van het ruggenmergvlies/breken van rugwervels, ondervind ik dagelijks gevolgen. Ik heb altijd pijn, kan bijvoorbeeld niet lang stil staan en ben beperkt in mijn dagelijks leven.’

Andere belevingswereld

 ‘Eigenlijk heb ik nul tolerantie voor kleine ongemakken van anderen, letterlijk klagen over pietluttige zaken. Ik ben 100% afgekeurd voor werk en kinderen krijgen is een gepasseerd station. Ik ben zuinig op goede momenten en wordt steeds selectiever in wat ik doe en wie ik wil ontmoeten. Het is belangrijk dat dingen mij energie opleveren. Als ik genoeg puf heb, doe ik artistieke dingen zoals schrijven of boetseren. Ik ga vaker alleen naar muziekevenementen, waar ik van tevoren een zitplek regel. Soms ga ik met anderen uit en ga ik over mijn grenzen, en kost me dat meer energie dan dat het oplevert. De meesten hebben zo’n andere belevingswereld. Onhandige reacties maken dat ik mij nog eenzamer voel. Er wordt dan gezegd: ‘iedereen heeft wat’ of ‘’t komt wel goed’. Het ergste zijn adviezen over hoe ik beter kan worden. Het voelt als een ontkenning van mijn ziekte en de impact daarvan op mijn leven.’

Afstand

‘Ik word niet echt meer uitgevraagd, omdat het mij vaak niet lukt en ik toch een beperking vorm. Dat snap ik ook wel. Ik moet veel op één plek blijven zitten, terwijl anderen hier en daar willen babbelen of dansen. Zelf ga ik ook minder snel mee. Ik zit ongemakkelijk, drink niet mee en kom niet in hetzelfde jolige stadium. Soms voelt het fijner om thuis te blijven, maar het blijft lastig om de balans te vinden tussen sociaal zijn en dat lichamelijk en psychisch kunnen opbrengen. In contacten ontkom ik vaak niet aan het me beter voordoen dan het eigenlijk gaat, waardoor echte gevoelens verborgen blijven en ik toch een afstand ervaar. Gelukkig kan ik bij sommigen uit de intieme kring wel mezelf zijn en ontspannen. Ik app ook met een lotgenote. We voelen dezelfde doodsdreiging en begrijpen elkaar.’

Weten en begrijpen

‘Dokters benadrukken elke keer dat ze voor veel dingen geen oplossing hebben. Ze kijken naar het ziektebeeld, maar niet naar wat het met me doet en hoe ermee te leven. In het ziekenhuis start nu een project ‘mens achter de patiënt’. Dat is een goed initiatief, waaraan ik mee ga doen.’

‘Het beste wat mensen kunnen doen, is eerlijk zeggen dat ze niet weten wat ze moeten zeggen. Kom lekker naast me op de bank zitten om een film te kijken, of een kop thee te drinken. Ik hoef niet steeds het hele verhaal te vertellen. Het weten en begrijpen is genoeg. Zelf weet ik gelukkig steeds beter wat ik wil, en leer ik daarover te communiceren.’

  • Bron: Chronische ziekte en eenzaamheid Verhalen uit de praktijk – Patiëntenfederatie Nederland.

Meer mogelijk met minder

onmogelijk.png

  • Meer mogelijk met minder dan € 80.000 per jaar

Naar schatting gaat tachtig procent van de vragen aan wijkteams over financiële problemen. Schulden vormen een dominante problematiek en belemmeren inwoners om mee te doen.

De sociaal werker komt langs bij een gezin, omdat moeder voor één van de kinderen een plek bij een gespecialiseerd activiteitencentrum op dertig kilometer van de woonplaats wil. De zorgorganisatie die het kind eerder behandelde heeft haar dat aangeraden. Tijdens het tweede gesprek blijkt dat het huishouden tevens kampt met oplopende schulden en de dreiging dat de huishoudelijk hulp die ze krijgen (i.v.m. een aandoening van moeder) wordt ingetrokken. In het gesprek lopen de emoties hoog op en blijkt onder de enkelvoudige zorgvraag een kluwen aan problemen te schuilen.

Een nadere analyse leert dat de overheid de afgelopen jaren structureel aan dit gezin circa € 80.000 per jaar uit heeft gegeven. Het gaat daarbij om verschillende zorgarrangementen voor de drie kinderen, schuldhulpverlening, uitkeringen, allerlei hulpmiddelen en woningaanpassingen, huishoudelijke ondersteuning en bijzondere bijstand. Er zijn in de afgelopen jaren vijf verschillende opvoedondersteunings-programma’s na elkaar ingezet, schijnbaar zonder overtuigend resultaat.

De sociaal werker zit met de handen in het haar: enerzijds wil het maar niet lukken om alle verschillende aandachtsgebieden goed in kaart te brengen. Steeds lijken er weer nieuwe ‘feiten’ op te duiken en moeten er oplaaiende veenbrandjes geblust worden: een week later dreigt de deurwaarder langs te komen en weer een week later belt moeder in paniek dat vader zijn spullen heeft gepakt. Anderzijds heeft de sociaal werker moeite om bij de instanties een voet tussen de deur te krijgen. Zo is de gemeentelijke kredietbank niet bereid mee te werken aan de voorgestelde schuldhulpbegeleiding, omdat het gezin al eerder een dergelijk traject heeft doorlopen. En zonder hard bewijs weigert de deurwaarder de beslagvrije voet aan te passen. Ook belt de zorgorganisatie die het activiteitencentrum heeft aanbevolen, maar die belt niet terug. Van hen wil de sociaal werker weten waarom deze aanbeveling is gedaan, zonder overleg met de sociaal werker. Nu loopt deze immers achter de feiten aan en is het gesprek over de meest passende oplossing mosterd na de maaltijd.

De alternatieve oplossing is dat de sociaal werker mandaat heeft om andere instanties mee te laten werken. Door bijvoorbeeld de schulden tijdelijk ‘te bevriezen’: de stress van de financiële problemen neemt dan af, zodat in rust gebouwd kan worden aan een adequate oplossing.

  • Bron: “Doen wat nodig is | Experimenten die maatwerk mogelijk maken” | Inclusieve Stad – City Deal Een samenwerking tussen de gemeenten Eindhoven, Enschede, Leeuwarden, Utrecht, Zaanstad en het Rijk in het kader van Agenda Stad.

Beter voor minder

adolescents.png

  • Betere oplossing voor € 3.300 per maand minder kosten

Dit is een voorbeeld dat – met een beetje zoeken samen met een collega die verstand heeft van de regelingen – wel degelijk een passende oplossing mogelijk is, waar die eerst (‘er kan geen uitkering worden verstrekt’) lijkt afgesloten.

Een gescheiden moeder heeft twee zonen van 17 en 15 jaar oud. De beide zonen groeien op in een zeer onveilig pedagogisch klimaat. Er is over en weer sprake van psychische mishandeling. Moeder geeft de jongens (te) veel vrijheid, maar eist tegelijkertijd veel aandacht op. De oudste zoon volgt op dit moment een opleiding ‘administratief medewerker’ op het ROC. Als hij het niet redt, komt hij thuis te zitten waardoor de situatie dreigender wordt met vermoedelijk uithuisplaatsing (begeleid wonen) tot gevolg. Hoewel nog niet aan de orde, is de verwachte situatie onwenselijk en betreft het een dure oplossing (ca. € 4.600 per maand) met weinig perspectief. Een uitkering is onmogelijk, omdat de zoon nog geen achttien is.

Om de situatie te doorbreken is er een aantrekkelijker en goedkoper alternatief mogelijk. De oudste zoon kan met behulp van studiefinanciering op zichzelf gaan wonen. Een op het eerste gezicht simpel alternatief, maar zeer kwetsbaar. Hij is er eigenlijk nog niet aan toe. Ook de nodige aanloopkosten kan de zoon niet zelf betalen. Het andere broertje kan weer bij zijn vader gaan wonen. Vader hanteert een strenge opvoeding waar de jongen zelf wel weer aan toe blijkt te zijn.

Voorstel is om voor de oudste zoon DUO aan te vragen in combinatie met het verstrekken van leenbijstand voor de kosten voor het op zichzelf gaan wonen (borg huur, meubilair et cetera). Deze leenbijstand wordt na anderhalf jaar kwijtgescholden als hij het goed doet op school, een bijbaantje heeft en zijn financiën op orde heeft. Gezien de kwetsbare situatie zal er de eerste tijd sprake zijn van een aantal uren professionele ondersteuning. Kosten: eenmalig  € 2.000 leenbijstand (schatting) en daarna € 1.000 per maand DUO en € 300 per maand voor ambulante begeleiding. Al met al een besparing van ca. € 3.300 per maand, voor een betere oplossing!

  • Bron: “Doen wat nodig is | Experimenten die maatwerk mogelijk maken” | Inclusieve Stad – City Deal Een samenwerking tussen de gemeenten Eindhoven, Enschede, Leeuwarden, Utrecht, Zaanstad en het Rijk in het kader van Agenda Stad.

De balans tussen wat wel en wat niet kan

borstkanker

  • ‘Als je haartjes weer groeien, lijkt het goed te gaan’

Anjo Bloemen kampt na een intensieve behandeling van borstkanker (chemokuren, een amputatie, bestralingen en immuuntherapie) met late gevolgen, zoals vermoeidheids-klachten en een verminderde armfunctie. In haar hoofd gaat alles ‘in slow motion’ waardoor ze minder snel kan schakelen. ‘Vooral tijdens mijn herstelproces voelde ik mij eenzaam.’

‘Mijn leven is niet meer zoals het was. We wandelden in het weekend flinke afstanden. Dat kan niet meer. Ik moet mijn activiteiten doseren en niet al mijn reserves verbruiken. Soms ga ik bewust een stap verder dan eigenlijk kan. Dat kost me soms een week om weer op te laden.’

Iedereen is druk

‘Vooral tijdens mijn herstelproces voelde ik mij eenzaam. Als je haartjes weer gaan groeien, denkt je omgeving dat je je normale leven weer kunt oppakken. Juist toen zat ik midden in de puinhoop van mijn lijf. Ik moest leren dealen met mijn nieuwe ik en alles weer opbouwen. Mijn leidinggevende liet bijvoorbeeld weinig van zich horen. Hij belde een keer over het regelen van vervanging en een keer omdat hij iets niet kon vinden. Later bleek dat hij tegen collega’s had gezegd dat ze mij even met rust moesten laten. Ondertussen dacht ik dat ze mij niet meer ‘moesten’. Hij deed dit met de beste bedoelingen, maar het was beter geweest als hij had overlegd wat ik prettig had gevonden.

Ziek-zijn heeft voor je werk en omgeving een beperkte houdbaarheidstermijn. Iedereen heeft het druk. Een operatie, chemokuren en bestralingen zijn tastbaar. Veel mensen weten niet, dat daarna een moeilijk herstelproces begint, tenzij ze het zelf hebben meegemaakt. In mijn vriendenkring ben ik ook mensen kwijtgeraakt. Een vriendin vond dat ik te lang bezig was met mijn herstel. Dat heeft mij zo gekwetst dat ik afscheid van haar heb genomen. Een geluk bij een ongeluk was dat twee vriendinnen hetzelfde traject meemaakten. Daardoor begrijp je elkaar en hoef je elkaar niets uit te leggen. We konden er grappen over maken en het relativeren. De ondersteuning van mensen op de naturistencamping, waar we toen een vaste plaats hadden, was ook super. Ik kreeg een warm applaus toen ik me daar voor het eerst na de operatie durfde vertonen.’

Kwetsbaar

‘Je over en weer kwetsbaar opstellen, helpt eenzaamheid te overbruggen. Als je niet weet wat je voor een ander kunt doen, zeg dat dan. Het belangrijkste is dat we niet moeten denken voor die ander, maar vragen wat hij of zij wil. Zelf heb ik geleerd om te voelen wat ik nodig heb en daarover te praten. Doordat mijn energie enigszins beperkt is, maak ik andere keuzes, ook in contacten. Ik kijk wat goed voelt en wat ik aankan en laat mij daardoor leiden. Het is een heel proces geweest om te accepteren dat ik niet meer de oude word en te leren houden van de nieuwe leuke ik, die Ik nu ben. Ik heb mijn doelen leren bijstellen en mijn balans gevonden in wat ik wel en niet kan.’

  • Bron: Chronische ziekte en  eenzaamheid Verhalen uit de praktijk – Patiëntenfederatie Nederland.

Mijn hondje houdt de moed erin

hondje

  • ‘Als ik zeg dat het niet goed gaat, stokt het gesprek’

Corrie kreeg op haar 45e tijdens een vakantie in Griekenland de ziekte van Lyme. Daar kwamen later andere chronische ziekten bij, zoals reuma, diabetes en apneu. ‘Het gevolg is dat ik in een rolstoel zit en me continu moe voel. Twee keer per dag helpt de thuiszorg mij in en uit bed. Het wordt bijna onmogelijk om ergens naartoe te gaan. Daardoor voel ik me alleen.’

‘Ik was altijd heel actief; ik werkte tot mijn 55e, zorgde voor mijn ouders, was vrijwilliger in het verzorgingshuis en zette mij in voor de dierenbescherming. Vroeger zocht ik zelf de contacten op en organiseerde ik gezellige dingen.’

In de steek gelaten

 ‘Dat is langzaam maar zeker steeds minder geworden. Tot mijn 65e heb ik een goed leven gehad. Toen is mijn man, na een huwelijk van bijna 45 jaar, bij mij weggegaan. Daarover ben ik heel verdrietig en boos geweest. Nu kan ik mij ook wel voorstellen dat het moeilijk is om met iemand te leven die steeds minder kan, maar toch voel ik me door hem in de steek gelaten. Mijn zoon woont hier drie uur reizen vandaan. Hij vraagt weleens of ik niet bij hem in de buurt wil komen wonen, maar ik weet niet of dat verstandig is.’

‘Inmiddels zie ik ook slecht, waardoor het gevaarlijk is om alleen met de scootmobiel op pad te gaan. Dat maakt dat ik minder contacten heb. Contact moet toch van twee kanten komen en van mijn kant kost dat te veel energie. En doordat ik mij vaak moedeloos voel, ben ik niet altijd even aardig. Als ik zelfstandig ergens naartoe wil, is dat veel geregel met taxi’s die ik een avond van tevoren moet bellen en die dan een kwartier eerder of later komen. Het gevolg is dat ik ergens te vroeg of te laat arriveer en verloren in mijn rolstoel zit te wachten. Eigenlijk ga ik steeds minder vaak de deur uit.’

Tranen

‘Als ik naar een gezellig televisieprogramma kijk, voel ik me soms opeens eenzaam en springen de tranen in mijn ogen. Met Sinterklaas kreeg ik een cadeau met een gedicht. Dan raak ik geëmotioneerd, omdat ik die gezelligheid zo mis. Soms denk ik: waarom ik? Maar je kunt ook denken: waarom ik niet? Op advies van zorgverleners ben ik een aantal keer naar de dagopvang gegaan, waar mensen er nog erger aan toe zijn dan ik. Ik zou het fijn vinden als ik hen kon helpen, maar nu voel ik mij daar absoluut niet thuis.

Contact met andere mensen maakt mijn gevoel van eenzaamheid soms nog groter. Er komen weleens mensen op bezoek, die eigenlijk niet goed weten wat ze moeten zeggen. Als ik zeg dat het niet goed met mij gaat, stokt het gesprek. Mensen willen niet naar gezeur luisteren, dat snap ik. Dan praten ze over iemand die ze buiten langs zien lopen of over het weer. Sinds kort heb ik een klein hondje. Twee kinderen laten hem tegen betaling uit. Vroeger had ik ook een papegaai en een prachtig aquarium. Ik ben gek op dieren; mijn hondje houdt de moed erin.’

  • Bron: Bron: Chronische ziekte en  eenzaamheid Verhalen uit de praktijk – Patiëntenfederatie Nederland.

Vriendelijkheid en een glimlach

thin fiber

‘Ik besta, dus ik doe ertoe’

Jos heeft chronische sarcoïdose, dunnevezelneuropathie en ADHD. De lichamelijke klachten begonnen op zijn 35e, maar het duurde lang voordat de diagnose werd gesteld. Als kind maakte hij ingrijpende dingen mee, zoals een onbesproken ziekte van zijn moeder, uit elkaar vallen van het gezin en een ernstig ongeluk. ‘In groepen voelde ik mij vaak buitengesloten; dat is eigenlijk zo gebleven. Doordat ik ziek werd, kon ik niet meer om mijn jeugdervaringen en gevoel van eenzaamheid heen.’

‘Als professioneel sporter en trainer had ik een afwisselend leven. Op mijn 35e viel ik zomaar dertien kilo af en bleef er weinig spiermassa over. Vijf jaar later bleek dat ik sarcoïdose had, waarbij het afweersysteem van slag raakt en er op verschillende plekken in het lichaam ontstekingen ontstaan. De vermoeidheid die daarbij hoort, is heel lastig. De neuropathie, gevoelloosheid in mijn handen en voeten, hangt er mogelijk ook mee samen. Voor mij betekent dat goed doseren van alle dagelijkse handelingen en alles met aandacht doen.’

Op is op

‘Mijn aandoening betekent dat ik tien eetlepels energie per dag heb. Als die op zijn, is het echt op. Een lastige opgave voor iemand met ADHD. Doordat mijn energie beperkt is, wordt het aantal mensen waarmee ik om kan gaan kleiner. Werken lukt al langere tijd niet meer. Als we naar vrienden gaan, rust ik van tevoren uit en ben ik bij thuiskomst helemaal op. Mensen zien aan de buitenkant mijn beperkingen niet; ze zien mijn opgepoetste variant. Reacties van onbegrip, ook van zorgverleners, triggeren mijn gevoel van eenzaamheid. De eerste neuroloog kon niet vinden wat er met mij aan de hand was en vond dat ik maar even met de psychiater moest praten. Hij had ook kunnen zeggen dat hij het niet wist en vragen wat ik wilde. Mijn huisarts vroeg steeds hoe het met mij ging en waar ik aan toe was. In overleg met hem kwam ik in een therapiegroep voor mensen met onverklaarbare chronische klachten. Daar leerde ik om ‘mijn lijf’ te ervaren en kwetsbaar te zijn. Dat werd een jarenlange weg. Ik denk dat ieder mens eenzaam is; je komt alleen en gaat alleen. Als je gezond bent, laveer je daar omheen. Je werkt, ontmoet automatisch anderen en betekent wat voor je werk of de maatschappij. Als je chronisch ziek wordt, kun je niet meer om je eenzaamheid heen. Ik kom alles wat niet leuk is aan mezelf en uit mijn verleden tegen. In de eerste fase van mijn ziekte waren onze kinderen nog jong. Ik moest er voor hen zijn, die dagelijkse routine hielp mij.’

Gevoelens van eenzaamheid erkennen

‘Stukje bij beetje leer ik omgaan met mijn eenzaamheid. Soms was het zo moeilijk dat ik uit mijzelf trad en van veraf naar mezelf keek. Nu probeer ik in het hier en nu te blijven. Door mijn gevoel van eenzaamheid te herkennen en compassie te hebben met mijzelf, wordt dat gevoel zachter. Als ik met mijn hond wandel, zeg ik regelmatig: ‘moge ik erkennen dat het is zoals het is’. Dat helpt om mijn gevoelens echt te erkennen en voorkomt dat ik weer in een depressie kom. Het helpt ook om zachter te zijn naar anderen. Vriendelijkheid, een glimlach, geeft mij en mensen die ik tijdens mijn wandeling tegenkom energie, zonder dat het energie kost. Die dagelijkse ontmoetingen helpen mij zin te geven aan mijn leven. En wat ik al van jongs af aan tegen mij zelf zeg is: ‘Ik besta, dus ik doe ertoe’.’

  • Bron: Chronische ziekte en  eenzaamheid Verhalen uit de praktijk – Patiëntenfederatie Nederland.

Een tuinlamp aan het einde van de tunnel

tuinlamp

  • Loslaten om vast te pakken

Het mooiste is dat ik haar vertrouwen heb gewonnen. Ik bleef lange tijd naast haar staan, dus ik werd een vaste waarde in haar leven. Geen wisselende hulpverleners, maar één contactpersoon waarmee zij een band kon opbouwen en ik met haar.

De opdracht kwam vanuit een GGZ-instelling. Om een jonge vrouw uit Afrika, een slachtoffer van mensenhandel, te begeleiden en te helpen integreren in de Nederlandse samenleving. Ze had echt op jonge leeftijd al te veel zwaar verkeerde dingen meegemaakt/ Ze was als slavin iemand bezit geweest, van al haar mensenrechten beroofd. Daarbij ook mishandeld. Ze was zo ver heen, dat ze niet meer wist wat of wie te vertrouwen. Ze kampte ook met heftige angstaanvallen, psychoses zelfs, ten gevolge van een posttraumatisch stresssyndroom. Die angsten blokkeerden haar om nog de deur uit te gaan. Als ze dat wel deed, bleek ze ten gevolge van haar ervaringen zodanig kwetsbaar, dat ze daardoor even makkelijk omging met weer precies het verkeerde soort mensen.

Toen ik aan haar werd gekoppeld was ze twee jaar in Nederland en sprak eigenlijk alleen Engels. Ze had een huisje toegewezen gekregen en volgde een inburgeringscursus, maar deed simpelweg de deur niet open als ik bij haar aanbelde. Zo kon ik de eerste paar keer onverrichter zake weer naar huis.

Daarna ben ik samen met een medewerker van de GGZ-instelling langs gegaan die over een sleutel beschikte en die heeft de voordeur voor mij opengedaan. Een week later bezocht ik haar, onaangekondigd. Hoe tegenstrijdig ook, als ik haar vertrouwen wilde winnen moest ik wel minstens een vorm van contact eenzijdig afdwingen.

Het toegewezen huis had een compleet verwilderde tuin, die er bepaald niet uitnodigend uitzag. Ik stelde haar voor dat ik iemand zou vinden voor haar, om van de tuin iets gezelligs te maken. Ze stemde toe. Ik was ervan doordrongen dat ik, in alles wat ik toezegde, vanaf het begin ook echt woord moest houden om haar vertrouwen te helpen herstellen. De tuin was de eerste kleine barrière die ik zo slechtte. Vervolgens heb ik steeds verbeteringen gesuggereerd en kleine dingen toegezegd en die ook steeds waargemaakt.

Toen kwam ze uit zichzelf met de vraag om een tuinlamp, een licht waardoor het buiten achter het huis niet zo donker bleef. Nadat ik ook die voor haar op afspraak had laten aanleggen leek een sprankje kalmte over haar te komen, dankzij bestendigd vertrouwen – vrij letterlijk – een licht in de duisternis.

Ze bracht het op, voorzichtig naar vertrouwen te zoeken. We kwamen verder. Veel tijd ging op aan lange gesprekken, over har dromen, maar ook over diep gevoelde behoefte aan wraak, te nemen op personen die haar leed hadden berokkend.

Ze leefde ook nog heel geankerd aan haar verleden. Ik deed mijn best om haar meer naar toekomstmogelijkheden te laten kijken. Investeer in je kansen, vergeet het verleden. Stel je, vanuit hier en nu, in op de dag van morgen.

Stap voor stap werden opvallende resultaten geboekt. Zo bouwde ze haar rustgevende medicatie af. Ondertussen bleef ik bij de wacht als het ging om welke mensen ze omging. Een deel van har kennissenkring zou de echt moeten loslaten, wilde ze zelfstandig in haar kracht komen te staan. Ik moest haar daarbij schijnbaar steeds opnieuw behoeden, bij herhaling uitleggen hoe zij, als aantrekkelijke mooie jonge vrouw, makkelijk het soort van aandacht krijgt van mensen die niet altijd de beste bedoelingen hebben.

Wat het voor haar moeilijk maakte was dat ze de sociale spelregels tussen mannen en vrouwen niet altijd goed las. Zo was in haar cultuur het spel heel direct. Wanneer een man een vrouw recht aankijkt en openlijk naar haar lacht, is daarmee meteen duidelijk dat hij een zekere vorm van aandacht van je verlangt. In Nederland is het spel niet alleen veel minder direct, maar ingewikkelder, een man kan je hier lachend aankijken zonder dat hij daarmee nou per se bepaalde bijbedoelingen heeft.

Ik liet haar stukje bij beetje allerlei aspecten van de Nederlandse cultuur beleven. Ik nam haar mee naar een mooi restaurant, zo zijn we ook eens naar het Kurhaus in Scheveningen gegaan. Zij vond het schitterend en genoot zichtbaar volop, als een ober haar daarbij beleefd vriendelijk met een open glimlach begroette.

Hoewel zij oorspronkelijk uit een Islamitisch land kwam, wilde ze dat geloof niet meer openlijk belijden en ook geen hoofddoek meer dragen. Ze had het er moeilijk mee om daar tegenover haar zus voor uit te komen. Dat werden heel emotionele discussie. Ik hiel haar daarbij steeds voor: “Houd van jezelf, heb vertrouwen in jezelf. Als jij geen hoofddoek wil, is dat alleen aan jou.” Ik simuleerde haar om steeds in dit soort grote en kleine kwesties zelfstandige, onafhankelijke keuzes te maken. Op het moment dat zij haar hoofddoek afdeed, zag ik dat als een teken dat ze meer afstand kon nemen van haar verleden en zich sterker voelde naar haar toekomst.

Op een geëigend moment heb ik een mannelijke begeleider uit onze organisatie voorgesteld als mede begeleider. Dat was behoorlijk spannend. Al die tijd was er geen enkele man bij haar het huis ingekomen. Onzeker hoe het uit zou pakken heb ik hem dus wat behoedzaam aan haar voorgesteld en met succes. De connectie was en bleef vanaf de eerste ontmoeting goed.

Op de achtergrond bleef ik natuurlijk nauwlettend monitoren. Ik hield met haar regelmatig telefonisch contact. Onder de begeleiding van de mannelijke collega vond ze de motivatie om de Nederlandse taal te leren. Ze ging toekomstgericht doelen stellen, haar rijbewijs halen, studeren. Steeds één stap tegelijk nemend werkten we aan de meest praktisch haalbare doelen. Het belangrijkste was dat zij zelfvertrouwen ontwikkelde. Ik werd getuig van hoe ze van haar nieuwe, hervonden zelf leerde houden.

Ze heeft een enorm groeiproces doorgemaakt: van een gebroken angstig en kwetsbaar wezen naar een zelfbewuste dame met plannen en dromen, die plots in haarzelf durfde te geloven. Dat gin met vallen en opstaan en ook wel met de nodige verwarring gepaard, want wanneer je het verleden los moet laten, om de toekomst aan te gaan, ben je in het hier en nu soms de grond onder je voeten helemaal kwijt. Je moet alles los durven laten om een heel nieuw begin te maken, om een nieuwe identiteit aan te nemen. En dat kan je niet vanuit angst, alleen uit vertrouwen.

In totaal hebben wij haar vier jaar begeleid. Twee manden geleden heeft zij mij gebeld. Ze heeft werk gevonden en was daar dolblij over.

  • Bron: Het nieuwe thuis – verhalen uit de praktijk | TalenTonen Zorg en ontwikkeling