Welzijn op recept voor mevrouw van Zoonen

zoonen.png

Mevrouw van Zoonen (93) maakt gebruik van ‘Welzijn op recept’. Ze raakte na het overlijden van haar man in een depressie. Ze was 62 jaar met hem getrouwd en heeft veel verdriet om het verlies. De dokter schreef medicijnen voor tegen de depressie, maar die hielpen haar niet. Via ‘Welzijn op recept’ kwam ze in contact met Lia van den Heuvel, makelaar sociaal domein. Samen bespraken ze wat haar interesses zijn en wat zij nog goed kan. Ze maakten een plan om gevoelens van eenzaamheid te verminderen.

Al 54 jaar woont mevrouw van Zoonen aan een gezellig plein in Odijk. Ze heeft in haar leven veel meegemaakt. Ze groeide op in Nederlands-Indië, overleefde een Jappenkamp en kwam vervolgens naar Nederland. Ze heeft een talenknobbel en studeerde Engels, gaf les en vertaalde brieven voor Amnesty International. Toen haar man voor zijn werk naar Pakistan moest, ging zij met hem mee. Zij woonden acht jaar in Karachi. Korte tijd werkte ze daar bij de ambassade en leerde vloeiend Frans spreken. Ze bezocht regelmatig haar zus in Engeland. Telkens nam ze een teddybeer als aandenken mee terug. Dit groeide uit tot een grote berenverzameling die haar woonkamer siert. ‘Ik praat er niet tegen hoor maar bij elke beer hoort een verhaal’, zegt ze.

In actie tegen depressie Mevrouw van Zoonen heeft goed contact met familie, buren en vrienden. Toch blijft zij zich depressief voelen. ‘Dan heb ik een cryptogram gemaakt en nagekeken en dan zit ik vervolgens alleen op de bank’, vertelt ze. ‘Ik raak dan versuft, dut een beetje en voel me moe en naar.’

Het lukte haar niet goed om zelf het initiatief te nemen om mensen op te zoeken en nieuwe activiteiten te ondernemen. Ze vindt het soms lastig om afspraken te maken. Lia gaf haar handige tips, zoals: maak concrete afspraken. Zeg niet: ‘Zullen we binnenkort koffiedrinken?’ Maar: “Vind je het leuk om donderdag om 10.00 uur bij mij koffie te drinken”. Schrijf afspraken in je agenda. Als je terugbladert denk je terug aan activiteiten die je al hebt gehad. Blader je vooruit dan zie je welke activiteiten er nog komen. Dit kan helpen om sombere gedachten te weerleggen.

Activiteiten om blij van te worden De activiteit ‘bewegen op de stoel’ leek haar leuk en Lia regelde dat zij een les kon meedoen. Dat beviel goed en ze trof bij deze activiteit mensen die ze al kende. Lia legde met haar ook contact met de Zonnebloem. Ze bezocht een gezellige bijeenkomst in het Witte Kerkje. Mevrouw van Zoonen spreekt graag vreemde talen. Vroeger had ze een vriendin met wie ze haar Duits oefende. Met haar Indiase buurvrouw spreekt ze graag Engels en ze wil heel graag ook haar Frans oefenen. Lia vond een match. ‘Morgen komt er een mevrouw bij mij langs die graag met mij in het Frans wil converseren. Ik heb dan een drukke dag, want er komt die dag ook een vriend op de koffie.’

De activiteit “Bewegen op de stoel” leek haar leuk. Lia regelde een proefles. Dat beviel goed en ze trof bij deze activiteit drie mensen die ze al kende. Samen werd ook contact gelegd met de Zonnebloem. Ze bezocht een gezellige bijeenkomst in het Witte Kerkje.

Mevrouw Zoonen spreekt graag vreemde talen. Vroeger had ze een vriendin waarmee ze haar Duits oefende. Met haar Indiase buurvrouw spreekt ze graag Engels en ze wil heel graag ook haar Frans oefenen. Lia vond een match. “Morgen komt er een mevrouw bij mij langs die graag met mij in het Frans wil converseren. Ik heb dan een drukke dag, want er komt die dag ook een vriend op de koffie”.

‘Welzijn op recept’ is een samenwerking tussen huisartsen en het Centrum voor Elkaar van de gemeente Bunnik. Soms komen er mensen bij de huisarts die geen lichamelijke klachten hebben, maar die toch niet lekker in hun vel zitten. De huisarts verwijst hen door naar een welzijnscoach van Centrum voor Elkaar. Via ‘Welzijn op recept’ verhogen zij actief hun gezondheid en welzijn. Een welzijnscoach van het Centrum voor Elkaar verkent de behoeften en bespreekt met de cliënt welke activiteiten het beste passen en het welbevinden verhogen.

 

Advertenties

Opgeruimd

administratie.png

  • Het ideaalplaatje

‘Jemig Henk, wat een mooi opgeruimd huis! Alles schoon, alles precies waar het hoort. Zo netjes is het bij mij thuis niet!’ 

Wil je thee?’, vraagt Henk met een trotse blik in zijn ogen. ‘Het is koud buiten’, antwoord ik. Henk loopt naar de keuken en zet de ketel op.

Leni lacht me toe vanaf de bank en steekt haar duim omhoog. Zij heeft dit voor mekaar gekregen, mét Henk. Leni werkt bij het centrum voor autisme als vrijwilliger. Twaalf maanden geleden ben ik daar in een staat van pure wanhoop na het zoveelste debacle bij Henk thuis, naar binnen gelopen. Leni stond in de hal en keek me vrolijk aan.

‘Jij hebt hulp nodig’, waren haar legendarische woorden. Het bleek een gouden ontmoeting. Leni is met pensioen en heeft een leven lang ervaring met het werken met mensen met autisme. Uiteraard ging ze met me mee naar Henk. Ze gebruikte weinig woorden en tekende vooral. Henk gaf betekenis aan de tekeningen. Na twee gesprekken had ze de woonkamer van Henk op papier staan, zoals hij het zag. Zo gaven ze een plek aan alles en veranderde een rommelig huis in een geordend plaatje.

‘Ik zag vroeger alleen de pen en niet de stapel papieren eronder. De pen ruimde ik op, de papieren bleven liggen. Nu krijgen ook de papieren een plekje’, legt Henk uit. Leni nummerde elke plek en vanaf die dag ruimt Henk elke dag een vaste plek op. Gewoon het lijstje af. Ik doe niet veel meer: het loopt goed genoeg. Zijn geldzaken doet de bewindvoerder. Wat Henk niet zelf kan is uit handen gegeven en dat brengt rust. Inmiddels helpt hij onze afdeling Data twee dagen in de week met een nieuwe monitor voor het sociaal domein. Helemaal zijn ding.

‘Lekker bakje Henk’, zeg ik bij de deur. ‘Ja, het is koud buiten,’ antwoordt hij. Warm van binnen stap ik op de fiets.

  • Bron: Over sokken, orde en luisteren naar elkaar | 23 korte verhalen uit het sociaal domein in Stichtse Vecht  

 

Een maatje hebben om er een te zijn

ribw

Irene woont samen met haar twee katten zelfstandig in Duiven en krijgt begeleiding van het Regionaal Instituut voor Begeleid Wonen (RIBW). Vanuit haar eigen ervaringen zet ze zich in voor medecliënten en bestrijdt ze het stigma dat mensen met psychiatrische problemen hebben.

Klaar voor meer verantwoordelijkheid

‘Toen ik uit het psychiatrisch ziekenhuis kwam, voelde ik dat ik klaar was voor meer verantwoordelijkheid. Ik wilde zelf mijn leven indelen. Dankzij de ambulante begeleiding van het RIBW heb ik die kans gekregen.’

Meer dan alleen ‘patiënt’

‘Voordat ik begeleiding van het RIBW kreeg schaamde ik me ervoor dat ik psychiatrische hulp nodig had. Nu mag iedereen het weten, want ik ben gelukkig met mijn leven zoals het nu is. Ik ben blij dat ik me kan inzetten voor andere mensen zoals ik. Ik wil laten zien dat we meer zijn dan alleen patiënt.’

Maatjesproject

‘Voor het Maatjesproject onderneem ik af en toe iets met iemand met een psychiatrische achtergrond. We maken een praatje, drinken een kopje thee of fietsen een stukje. Zo haal je mensen uit hun isolement. Vroeger had ik zelf een maatje, maar nu kan ik zelf een maatje zijn voor anderen! Ook ben ik actief in de adviesraad sociaal domein van mijn gemeente.

Helemaal op eigen benen staan

‘Hoe mijn toekomst eruit ziet? Over 25 jaar hoop ik geen begeleiding meer nodig te hebben en helemaal op eigen benen te staan. En natuurlijk hoop ik dat ik tegen die tijd oma ben!’

Een eerste stap

drug house

  • Achttien jaar

Hans, het voelt toch een beetje wrang,’ zeg ik terwijl ik verwoed blader door het dossier op mijn computer. Op het scherm lees ik een gespreksverslag door. Cliënte Yvette van Maarssen, leeftijd: 53 jaar. De diagnose: licht verstandelijk beperkt met een IQ van 55. Mevrouw heeft het traject bij de Jellinekkliniek succesvol afgerond en krijgt wekelijks ambulante begeleiding. Het advies van collega Hans, die het dossier van me overnam, en de huisarts is om haar bij Altrecht te laten begeleiden. Dat vindt mevrouw een beetje spannend. Zoon Jeroen woont via co-ouderschap nu bij haar én bij zijn vader. Hij zit in zijn eindexamen jaar. Het contact tussen vader en moeder is goed. Een schuldbemiddelingstraject is een welkome maatregel. Ik lees niets over zoon Rob. Zuchtend draai ik me om naar Hans.

‘Hoe zit het nu met Rob?’ Hans blijft even stil. Ik zie de frustratie op zijn gezicht.  ‘Open het dossier onder cliëntnummer 2456 even, dan zal je het zien’ antwoordt hij.

Ik klik en klik in het ingewikkelde systeem en scan het dossier: opgepakt voor drugsbezit en drie maanden geleden vrijgekomen. Zijn vermoedelijke diagnose: licht verstandelijk beperkt, verslaafd en schulden. Een moment kan ik mijn ogen niet geloven en ik verslik me in mijn koffie. Terwijl ik gebrande koffiebonen uit m’n luchtwegen hoest, vallen mijn ogen op zijn geboortedatum: 19-11-2000. Rob is achttien jaar oud. Zijn reclasseringstraject is gestopt, hij heeft geen voogd meer en staat er alleen voor. Nu is het aan hem om zijn eigen route te bepalen.

‘Anke!’ zegt Hans over zijn beeldscherm heen. ‘Raad eens wat ik net binnenkrijg? Een hulpvraag van Rob. Hij wil graag hulp bij het vinden van een huis. Laat dat nu net een ding zijn waar we hem niet bij kunnen helpen.’

Ik kuch nog een beetje en vul mijn longen met het bittere nieuws. Alhoewel we Rob niet direct kunnen helpen aan een huis, gloort er toch een beetje hoop aan de horizon. We hebben nu tenminste nog contact met hem. Een eerste stap is gezet.

  • Bron: Over sokken, orde en luisteren naar elkaar | 23 korte verhalen uit het sociaal domein in Stichtse Vecht  

 

Buiten de lijntjes

rijbewijs.png

Wat fijn dat jullie er bij kunnen zijn vandaag,’ zegt Alexander. ‘Ik wil het met jullie heel graag hebben over meneer Overstuur. Hij woont in het buitengebied, op een afgelegen plek. Zijn rijbewijs is afgenomen nadat hij met drank op achter het stuur is betrapt. Doordat hij geen vervoer meer heeft, is hij zijn baan kwijtgeraakt, zijn er schulden ontstaan en heeft hij een huurachterstand opgelopen. Allemaal dikke ellende.’

Na afloop van de bijeenkomst stapt Alexander op zijn fiets. Het zou toch wel supertof zijn als dit gaat lukken, denkt hij bij zichzelf.  Plotseling rinkelt zijn telefoon.

‘Shit, niet handig op de fiets’, verzucht hij. Hij bekijkt het nummer en neemt toch op. Het is zijn collega van het sociaal wijkteam.

Hoi Alex’, zegt Sandra in zijn oor, ‘Hoe ging het casusoverleg?’ ‘Erg goed!,’ antwoordt hij. ‘Was er nog iemand die riep “eigen schuld dikke bult”?’ ‘Nee, niemand. Het was tof hoor. We hebben met elkaar een mooi voorstel kunnen bedenken om aan meneer voor te leggen. Dat regelarme budget is hierin echt goud waard.’ ‘Mooi man! Heb je tijd om nog iets over het plan te vertellen?’ ‘Ja, dat kan nog wel even. Over een paar minuten ben ik bij mijn volgende afspraak’, antwoordt Alexander. ‘Al pratende kwamen we op het idee om de kosten voor het opnieuw halen van meneer Overstuur’s rijbewijs te betalen. Het gaat al gauw om zeshonderd tot zevenhonderd euro. Een groot bedrag voor hem, een kleine investering voor ons.’ ‘Investering?’,  vraagt Sandra. ‘Ja, we kunnen het hem lenen, niet schenken.’

Twee maanden later.

Meneer X heeft zijn rijbewijs gehaald. Zijn uitkering kon binnen een paar weken worden stopgezet omdat hij weer werk had gevonden. Schuldhulpverlening is niet nodig geweest. Van sociaal isolement is geen sprake meer.

Drempel

Helaas bleek het regelvrij budget niet echt regelvrij. Er waren intern de nodige barrières te overwinnen om dit te realiseren.

  • Bron: “Over sokken, orde en luisteren naar elkaar – 23 korte verhalen uit het sociaal domein in Stichtse Vecht”  

Undercover

undercover

  • Op staatsbezoek

Soms maakt het niet uit wat ‘waar’ of ‘echt’ is, maar is de ander volledig accepteren en daarin meebewegen het beste wat je kunt doen.

In Amsterdam rijden we tijdens de surveillance geregeld op tram- en busbanen. Dit scheelt een hoop tijd en het zorgt ervoor dat we niet alleen maar via de standaardroutes op de standaardplaatsen surveilleren.

Ik zat met mijn collega in de auto en we reden op dat moment midden in het centrum van Amsterdam op de trambaan, welke middels een hoge stoeprand van de normale weg gescheiden was. Voor ons reed een man van rond de veertig op een fiets. Deze man heeft fietsend sowieso al niets op de trambaan te zoeken, maar als hij dan ook nog eens stug voor ons blijft fietsen is dat al helemaal vreemd en onhandig. Bij het eerstvolgende verkeerslicht stopt hij (nog steeds op de trambaan) en zet ik de auto naast de man. Ik open het raampje en vraag aan hem wat hij aan het doen is. Als hij vervolgens aan mij vraagt wat ík eigenlijk aan het doen ben, besef ik mij dat dit een langer gesprek gaat worden. In mijn achteruitkijkspiegel zie ik de eerste tram al aankomen, dus ik vraag de man met zijn fiets richting stoep te gaan. Ik zet de auto aan de kant en loop richting de man die inmiddels netjes op de stoep staat te wachten.

Nog voordat ik wat kan zeggen, begint de man te praten: “Ik snap het ook wel meneer. U vraagt zich af wat ik op de trambaan doe, want die is alleen bedoeld voor ambulances indien zij hoognodige uiterste spoed hebben. Én… voor staatsbezoeken…”

Ik kijk de man ietwat verbaasd aan. De man kijkt mij uiterst serieus aan. Ik besluit mee te gaan in zijn verhaal: “Maar meneer. U bent geen ambulance met hoognodige uiterste spoed.” Nee dat was hij inderdaad niet. “Maar dan bent u dus op staatsbezoek?” Inderdaad! Ik snapte het. Op mijn vraag waar hij dan op staatsbezoek was geweest, antwoordde de man doodleuk: “Bij Bea. Die woont daar!” Hij ondersteunde zijn verhaal door te wijzen naar een appartementencomplex aan de overkant van de straat. Ik zie vanuit mijn ooghoek dat mijn collega mij met grote pretogen aan staat te kijken, duidelijk genietend dat hij dit gesprek niet hoeft te voeren.

Dat de man lichtelijk in de war was, was me inmiddels wel duidelijk geworden. Een gevaar vormen deed hij echter niet. De man voor zoiets onschuldigs dan verplicht laten toetsen bij een psycholoog vond ik zwaar overdreven. Het was echter wel een probleem als hij op de trambaan zou blijven fietsen. De trams gaan significant harder dan deze fietsende staatsbezoeker.

Ik besluit om de enigszins verwarde man een voorstel te doen: “Meneer, we zitten een klein beetje met een probleem… Iedereen op straat weet en ziet dat u geen ambulance bent. Iedereen die u nu op de trámbaan ziet fietsen, weet dus ook meteen dat u op staatsbezoek bent. Dat is zonder de juiste beveiliging natuurlijk wel een beetje riskant…” Ja, daar had ik inderdaad wel een punt. Terwijl ik mijn collega, die buiten het zicht van de man zijn pretogen inmiddels had ingeruild voor een hele dikke grijns, probeer te negeren ga ik verder met mijn verhaal. “Is het niet een idee dat u vanaf nu undercover gaat? Dan fietst u gewoon net als alle normale burgers op het fietspad en dan heeft niemand door dat u eigenlijk stiekem gewoon een undercover-staatsbezoeker bent.”

Ik zie het gezicht van de man opfleuren en hij roept enthousiast dat hij dát een fantástisch idee vindt. De staatsbezoeker fietst daarna verder tussen alle nietsvermoedende burgers… netjes undercover op het fietspad.

  • Bron: Politie Amsterdam Centrum – Burgwallen

 

Mijnheer Beseibeld!

timmerman.png

  • Het ongerijmde rijmen

Gemeenten en organisaties in het sociaal domein zadelen professionals vaak onbedoeld op met taken die tegengestelde juridische regimes kennen. Het leidt soms tot idiote dilemma’s. Het antwoord: pragmatisme en de logica van het gezonde verstand. Zo leerde mij ook de casus van Mijnheer Beseibeld!

Mijnheer Beseibeld, woonachtig in gemeente A. heeft een timmermansbedrijfje in buurgemeente B. Meneer heeft een licht verstandelijke beperking en er is sprake van een vermoeden van autisme. Hij kan moeilijk aan het werk komen en de eigenaar van de grond en gebouwen heeft zich over hem ontfermd.

Op dit perceel vinden volgens de gemeente diverse activiteiten plaats die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Dat geldt onder meer voor het timmermanbedrijfje van mijnheer Beseibeld. Omdat de gemeente het strijdige gebruik willen beëindigen, vraagt de betreffende gemeentelijke afdeling aan het sociaal team van diezelfde gemeente om voor meneer een alternatieve werkplek te zoeken. Daarbij wordt de suggestie gedaan om mijnheer dagbesteding bij een professionele zorgorganisatie aan te bieden.

De professionals van het sociaal team van gemeente B. hebben zo hun bedenkingen. Immers, mijnheer Beseibeld is tot op dit moment op eigen kracht en met behulp van zijn netwerk in staat om zijn eigen leven te leiden. Ondanks zijn beperkingen. Zo bezien is er noch een medische, noch een sociale grondslag voor een maatwerkvoorziening op basis van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). En zelfs als die grondslag wel te vinden is, is het de vraag of het logisch is.

Omdat de afdeling Handhaving van gemeente B. niet te vermurwen lijkt, wordt besloten de kwestie voor te leggen aan de verantwoordelijk portefeuillehouder. Saillant detail: de betreffende wethouder heeft zowel bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de Ruimtelijke Ordening als voor de Wmo.

De verantwoordelijk wethouder deelt de opvattingen van het sociaal team. Ondanks het feit dat inmiddels ook is komen vast te staan dat mijnheer Beseibeld voor de Wmo aangewezen is op woongemeente A. Oftewel: eventuele Wmo-kosten komen niet voor rekening van gemeente B. “Het kan en zal niet zo zijn dat het individu hier vermalen wordt door tegenstrijdige juridische regimes.,” aldus de verantwoordelijk wethouder. Tegelijkertijd deelt zij de opvatting van de afdeling Handhaving dat er gehandhaafd moet worden. Niet in de laatste plaats ook, omdat de eigenaar en zij familie een historie hebben waar het gaat om het stelselmatig oprekken van de regels.

De opdracht voor alle betrokkenen is dus: het ene doen en het andere niet laten.

De oplossing wordt gevonden door te kijken naar de wet- en regelgeving rond mantelzorgwoningen. Verschillende gemeenten hebben in de afgelopen jaren beleid gemaakt voor het plaatsen van mantelzorgwoningen.  Als er een vergunning nodig is voor   het afwijken van een geldend bestemmingsplan kan het antwoord op de vraag of er sprake is van een zorgvraag en van een mantelzorgrelatie een rol spelen. Bijvoorbeeld bij het gebruik van de bevoegdheid een ‘kruimelafwijking’ te verlenen op basis van het Bor.

In de Wmo 2015 wordt mantelzorg gedefinieerd als ‘hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden   en   opgroeien   van   jeugdigen   en   zorg   en   overige   diensten   als   bedoeld   in   de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. Mantelzorg wordt dus geleverd door iemand uit de familie-, vrienden-of kennissenkring.  De informele zorg of ondersteuning die een mantelzorger biedt, overstijgt de hulp die je normaal mag verwachten binnen een huishouden.

De relatie van de heer Beseibeld met de eigenaar/bewoners van het perceel waarop hij de – met het bestemmingsplan strijdige – activiteiten met zijn timmermansbedrijfje uitvoert, kan worden beschouwd als mantelzorg.

Van een mantelzorgwoning spreken we als een zorgvrager bij de mantelzorger gaat wonen of andersom en hiervoor een aan- of bijgebouw bij de woning van de mantelzorger geschikt wordt gemaakt. In het onderhavige geval is een bijgebouw geschikt (gemaakt) als timmermanswerkplaats.

Vergunningverlening op grond van de kruimelregeling, een AMvB, wordt mogelijk gemaakt in artikel 2.12 lid 1 onder a sub 2o Wabo. De kruimelregeling biedt veel mogelijkheden om in afwijking van het bestemmingsplan te bouwen of gronden te gebruiken. Zo ook is het op grond van de kruimellijst mogelijk om tijdelijk af te wijken van het bestemmingsplan. Het gaat dan om een periode van maximaal 10 jaar.

De portefeuillehouder stemt ermee in dat deze redenering wordt gebruikt om dit onderdeel van het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het onderhavige perceel te regelen. Hiermee kan mijnheer Beseibeld zijn eigen kracht behouden en kan de gemeente ook haar rol als handhaver – ook voor het overige – rechtmatig vervullen.

Onze gezamenlijk les? Spreek je uit voordat je de conclusie trekt dat iets niet kan en ga op zoek naar mogelijkheden. Je zult nog versteld staan van wat er allemaal kan.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden