Een maatje hebben om er een te zijn

ribw

Irene woont samen met haar twee katten zelfstandig in Duiven en krijgt begeleiding van het Regionaal Instituut voor Begeleid Wonen (RIBW). Vanuit haar eigen ervaringen zet ze zich in voor medecliënten en bestrijdt ze het stigma dat mensen met psychiatrische problemen hebben.

Klaar voor meer verantwoordelijkheid

‘Toen ik uit het psychiatrisch ziekenhuis kwam, voelde ik dat ik klaar was voor meer verantwoordelijkheid. Ik wilde zelf mijn leven indelen. Dankzij de ambulante begeleiding van het RIBW heb ik die kans gekregen.’

Meer dan alleen ‘patiënt’

‘Voordat ik begeleiding van het RIBW kreeg schaamde ik me ervoor dat ik psychiatrische hulp nodig had. Nu mag iedereen het weten, want ik ben gelukkig met mijn leven zoals het nu is. Ik ben blij dat ik me kan inzetten voor andere mensen zoals ik. Ik wil laten zien dat we meer zijn dan alleen patiënt.’

Maatjesproject

‘Voor het Maatjesproject onderneem ik af en toe iets met iemand met een psychiatrische achtergrond. We maken een praatje, drinken een kopje thee of fietsen een stukje. Zo haal je mensen uit hun isolement. Vroeger had ik zelf een maatje, maar nu kan ik zelf een maatje zijn voor anderen! Ook ben ik actief in de adviesraad sociaal domein van mijn gemeente.

Helemaal op eigen benen staan

‘Hoe mijn toekomst eruit ziet? Over 25 jaar hoop ik geen begeleiding meer nodig te hebben en helemaal op eigen benen te staan. En natuurlijk hoop ik dat ik tegen die tijd oma ben!’

Advertenties

Buiten de lijntjes

rijbewijs.png

Wat fijn dat jullie er bij kunnen zijn vandaag,’ zegt Alexander. ‘Ik wil het met jullie heel graag hebben over meneer Overstuur. Hij woont in het buitengebied, op een afgelegen plek. Zijn rijbewijs is afgenomen nadat hij met drank op achter het stuur is betrapt. Doordat hij geen vervoer meer heeft, is hij zijn baan kwijtgeraakt, zijn er schulden ontstaan en heeft hij een huurachterstand opgelopen. Allemaal dikke ellende.’

Na afloop van de bijeenkomst stapt Alexander op zijn fiets. Het zou toch wel supertof zijn als dit gaat lukken, denkt hij bij zichzelf.  Plotseling rinkelt zijn telefoon.

‘Shit, niet handig op de fiets’, verzucht hij. Hij bekijkt het nummer en neemt toch op. Het is zijn collega van het sociaal wijkteam.

Hoi Alex’, zegt Sandra in zijn oor, ‘Hoe ging het casusoverleg?’ ‘Erg goed!,’ antwoordt hij. ‘Was er nog iemand die riep “eigen schuld dikke bult”?’ ‘Nee, niemand. Het was tof hoor. We hebben met elkaar een mooi voorstel kunnen bedenken om aan meneer voor te leggen. Dat regelarme budget is hierin echt goud waard.’ ‘Mooi man! Heb je tijd om nog iets over het plan te vertellen?’ ‘Ja, dat kan nog wel even. Over een paar minuten ben ik bij mijn volgende afspraak’, antwoordt Alexander. ‘Al pratende kwamen we op het idee om de kosten voor het opnieuw halen van meneer Overstuur’s rijbewijs te betalen. Het gaat al gauw om zeshonderd tot zevenhonderd euro. Een groot bedrag voor hem, een kleine investering voor ons.’ ‘Investering?’,  vraagt Sandra. ‘Ja, we kunnen het hem lenen, niet schenken.’

Twee maanden later.

Meneer X heeft zijn rijbewijs gehaald. Zijn uitkering kon binnen een paar weken worden stopgezet omdat hij weer werk had gevonden. Schuldhulpverlening is niet nodig geweest. Van sociaal isolement is geen sprake meer.

Drempel

Helaas bleek het regelvrij budget niet echt regelvrij. Er waren intern de nodige barrières te overwinnen om dit te realiseren.

  • Bron: “Over sokken, orde en luisteren naar elkaar – 23 korte verhalen uit het sociaal domein in Stichtse Vecht”  

Undercover

undercover

  • Op staatsbezoek

Soms maakt het niet uit wat ‘waar’ of ‘echt’ is, maar is de ander volledig accepteren en daarin meebewegen het beste wat je kunt doen.

In Amsterdam rijden we tijdens de surveillance geregeld op tram- en busbanen. Dit scheelt een hoop tijd en het zorgt ervoor dat we niet alleen maar via de standaardroutes op de standaardplaatsen surveilleren.

Ik zat met mijn collega in de auto en we reden op dat moment midden in het centrum van Amsterdam op de trambaan, welke middels een hoge stoeprand van de normale weg gescheiden was. Voor ons reed een man van rond de veertig op een fiets. Deze man heeft fietsend sowieso al niets op de trambaan te zoeken, maar als hij dan ook nog eens stug voor ons blijft fietsen is dat al helemaal vreemd en onhandig. Bij het eerstvolgende verkeerslicht stopt hij (nog steeds op de trambaan) en zet ik de auto naast de man. Ik open het raampje en vraag aan hem wat hij aan het doen is. Als hij vervolgens aan mij vraagt wat ík eigenlijk aan het doen ben, besef ik mij dat dit een langer gesprek gaat worden. In mijn achteruitkijkspiegel zie ik de eerste tram al aankomen, dus ik vraag de man met zijn fiets richting stoep te gaan. Ik zet de auto aan de kant en loop richting de man die inmiddels netjes op de stoep staat te wachten.

Nog voordat ik wat kan zeggen, begint de man te praten: “Ik snap het ook wel meneer. U vraagt zich af wat ik op de trambaan doe, want die is alleen bedoeld voor ambulances indien zij hoognodige uiterste spoed hebben. Én… voor staatsbezoeken…”

Ik kijk de man ietwat verbaasd aan. De man kijkt mij uiterst serieus aan. Ik besluit mee te gaan in zijn verhaal: “Maar meneer. U bent geen ambulance met hoognodige uiterste spoed.” Nee dat was hij inderdaad niet. “Maar dan bent u dus op staatsbezoek?” Inderdaad! Ik snapte het. Op mijn vraag waar hij dan op staatsbezoek was geweest, antwoordde de man doodleuk: “Bij Bea. Die woont daar!” Hij ondersteunde zijn verhaal door te wijzen naar een appartementencomplex aan de overkant van de straat. Ik zie vanuit mijn ooghoek dat mijn collega mij met grote pretogen aan staat te kijken, duidelijk genietend dat hij dit gesprek niet hoeft te voeren.

Dat de man lichtelijk in de war was, was me inmiddels wel duidelijk geworden. Een gevaar vormen deed hij echter niet. De man voor zoiets onschuldigs dan verplicht laten toetsen bij een psycholoog vond ik zwaar overdreven. Het was echter wel een probleem als hij op de trambaan zou blijven fietsen. De trams gaan significant harder dan deze fietsende staatsbezoeker.

Ik besluit om de enigszins verwarde man een voorstel te doen: “Meneer, we zitten een klein beetje met een probleem… Iedereen op straat weet en ziet dat u geen ambulance bent. Iedereen die u nu op de trámbaan ziet fietsen, weet dus ook meteen dat u op staatsbezoek bent. Dat is zonder de juiste beveiliging natuurlijk wel een beetje riskant…” Ja, daar had ik inderdaad wel een punt. Terwijl ik mijn collega, die buiten het zicht van de man zijn pretogen inmiddels had ingeruild voor een hele dikke grijns, probeer te negeren ga ik verder met mijn verhaal. “Is het niet een idee dat u vanaf nu undercover gaat? Dan fietst u gewoon net als alle normale burgers op het fietspad en dan heeft niemand door dat u eigenlijk stiekem gewoon een undercover-staatsbezoeker bent.”

Ik zie het gezicht van de man opfleuren en hij roept enthousiast dat hij dát een fantástisch idee vindt. De staatsbezoeker fietst daarna verder tussen alle nietsvermoedende burgers… netjes undercover op het fietspad.

  • Bron: Politie Amsterdam Centrum – Burgwallen

 

Super Jumbo!

jumbo 1

  • Je maakt nog eens wat mee met Joris…

Joris houdt me bezig. Dag en nacht, en de uren daar tussenin, zit die rare jongen in mijn systeem. Hij kost me vele kopzorgen en tijd. Hij kost me tranen en gedoe. Hij kost me bakken energie. Maar hij geeft mij, en de wereld om hem heen, ook iets anders. Iets dat niet in tijd of geld of wat dan ook  is uit te drukken. De wereld zou er écht veel leuker uitzien met wat meer Jorissen.

Hij wordt morgen twintig. We vieren het hier al een paar dagen. Hij is een paar dagen thuis en dat buiten we uit. Een bierfeestje in de tuin, taart bij zijn tante en de komende dagen nog feest op zijn werkplekken en bij zijn tweede huis. Maar het mooiste cadeau is vandaag. Joris stommelde vanmorgen om zeven uur al naar beneden en ging zitten op de bank. Wachten.

De mensen die Joris al wat langer kennen weten dat hij een Jumbo-fan is. Al jaren. Zelfs toen het nog een C1000 was, was hij al trouwe klant. Toen nog zonder pinpas.

We wonen er, na onze verhuizing, gelukkig nog steeds in de buurt. Nog net iets dichterbij zelfs. Het is zijn ‘veilige plek’, hij vindt er aanspraak en aandacht. Het is zijn kleine beetje vrijheid vlakbij huis. Normaal is dat niet te koop bij een supermarkt maar bij deze Jumbo wel!

Hij kent heel veel namen van het personeel uit zijn hoofd en iedereen is altijd even vriendelijk tegen hem. Hij flirt met de kassières en kletst met de mannen. Hij struint er wat rond, haalt er af en toe (veel te veel) boodschappen, en hij heeft inmiddels wél een eigen pinpas.

Als hij thuis is en rust in zijn hoofd wil dan trekt hij zijn jas aan en gaat hij op weg naar de Jumbo. Bij die kassières kletsen, wat rondlopen of gewoon lekker zitten op het bankje. En het mag er allemaal. De Jumbo kijkt er niet eens meer van op. Altijd zijn ze allemaal weer even vriendelijk.

En dan is daar Sander.

Sander en Joris ontmoeten elkaar in een gangpad. Sander vult de vakken. Joris vult de stilte. Al lang voordat ik überhaupt wist wie Sander was had hij al een band met Joris. Sander helpt hem af en toe en Joris zoekt hem soms op. Ook ik klets nu af en toe met Sander en zeg hem dat ik zo blij met hem ben. We leren elkaar beetje bij beetje een beetje kennen en al langer speelt het idee dat Joris eens komt werken in de winkel. Sander wil hem daar bij helpen. Het blijft steeds bij een idee hangen, want deze moeder dealt even met wat andere ingewikkelde dingen. Verder dan erover praten komt het dan ook steeds maar niet.

Maar nu is Joris bijna jarig.

Ik liep door de Jumbo en trok de stoute schoenen aan en vroeg Sander of hij een biertje wilde komen drinken bij Joris. Op zijn feestje. Hoe gek is dat eigenlijk, bedenk ik me op het moment dat ik het vraag… zomaar… een ‘wildvreemde’ vragen of hij bier bij je thuis wil komen drinken. Wat moet die ‘wildvreemde’ daar eigenlijk van denken? Maar Sander vond het leuk! Hij kon helaas niet, maar hij had wel een ander idee! En we wisselden telefoonnummers uit. Midden in de Jumbo. Nog geen uur later kreeg ik al een appje en er gaat iets gebeuren.

En ik? Ik ben er stil van.  Ik blijf het zo bijzonder vinden; wat er iedere keer weer in ons leventje gebeurd. Wat een bijzondere mensen heb je toch op de wereld.  En we lijken ze steeds weer te vinden. Of zij ons?

En nu was het dan zo ver. Joris wacht op de bank op Sander. Sander belt aan. Joris grijnst van oor tot oor… De champagne en taart staan klaar en zo zit ‘Sander van de Jumbo’ ineens bij ons aan tafel.  Joris trekt na nog een flinke slok champagne en een dikke boer zijn jas aan en dat is het teken. Twee mannen van 20, en zó verschillend, lopen de straat uit. Richting de Jumbo.

jumbo 2Joris krijgt daar een shirt. Een echt Jumbo-shirt. En ook nog met zijn eigen naam er op. Het ontroert me bijna als ik het zie. Door zoiets kleins zie je dat er moeite is gedaan. Met liefde is hier over nagedacht en ik hou er van!

Joris vult de vakken met Sander, bakt er pizza’s, vult het fruit aan en als ik boodschappen kom doen mag ik bij mijn eigen zoon afrekenen. Hij glimt van trots. Ik ook. Wat kijkt hij blij. Hij misstaat er, ondanks dat hij er nooit écht zal passen, niet. Ik krijg zegeltjes, en munten en voetbalplaatjes en de bon. We glimmen samen.

De Jumbo heeft een magisch sfeertje vandaag…

Sander en Joris komen na afloop samen weer aanlopen. Joris glimt nog steeds. In zijn ene hand een pizza, in de andere hand een voetbal van Cambuur met alle handtekeningen van de spelers er op.

Wat zou de wereld er toch een stuk leuker uitzien met meer Jorissen, Sander’s en Jumbo’s…

  • Bedankt Sander De Boer en Jumbo Eksterstraat Leeuwarden en al die lieve medewerkers daar voor deze dag met een gouden randje.

De betekenis van vriendschap

betekenis vriendschap.png

  • Hij hielp een medeleerling die werd gepest, jaren later leert hij de betekenis

Op een dag, tijdens mijn eerste jaar op de middelbare school, zag ik een jongen van mijn klas naar huis lopen vanaf school. Het leek alsof hij al zijn schoolboeken bij zich droeg.

Ik dacht bij mezelf: ‘Waarom neemt hij al zijn boeken mee op een vrijdag? Hij moet wel een enorme nerd zijn.” Ik had een lekker vol weekend gepland (een paar feestjes en een voetbalwedstrijd met enkele vrienden) dus haalde ik mijn schouders op en liep verder. Tot ik een stel jongens zag die in zijn richting liepen. Ze stopten hem, gooiden zijn boeken uit zijn handen en ik zag hem struikelen, zodat hij naast de weg, in de modder belandde. Zijn bril vloog van zijn gezicht, en ik zag hem even verderop in de berm liggen.

Ik rende naar hem toe toen hij rond kroop om zijn bril te zoeken en ik zag dat hij tranen in zijn ogen had. Ik pakte zijn bril en zei: “Die jongens zijn schoften. Ze moeten echt opzouten.” Hij keek naar me en zei: “Dankjewel!”. Hij moest glimlachen, en liet zien hoe blij hij was dat ik hem hielp.

Ik hielp hem zijn boeken bij elkaar te rapen en vroeg hem waar hij woonde. Het bleek dat we bij elkaar in de buurt woonden, dus ik vroeg hem waarom ik hem nog nooit eerder had gezien? Hij vertelde me dat hij tot nu toe naar een andere school was gegaan.

Hij heette Kyle. We praatten wat, en ik droeg zijn boeken. Hij leek me echt een leuke vent. Ik vroeg of hij zaterdag met mij en mijn vrienden mee wilde voetballen. Dat vond hij leuk.

We hingen het hele weekend wat rond en hoe meer ik Kyle leerde kennen, hoe leuker ik hem vond. Mijn vrienden dachten daar ook zo over.

Op maandag kwam Kyle weer naar school met zijn grote stapel boeken. Ik hield hem tegen en zei: ”Wow maat, je zult flinke spieren krijgen als je elke dag die stapel boeken meesjouwt.”  Hij lachte en overhandigde mij de helft van de boeken.

In daarop volgende vier jaren werden Kyle en ik beste vrienden. Toen ons afstuderen naderde, begonnen we na te denken over naar welke universiteit we wilden gaan. Kyle wilde naar Groningen, en ik zou naar Utrecht gaan. Maar, wij wisten dat we altijd vrienden zouden blijven, dat de afstand nooit een probleem zou zijn. Hij zou dokter worden en ik econoom.

Samen gingen wij naar de afstudeerceremonie. Kyle zou een toespraak houden. Ik hoefde dat (gelukkig) niet te doen: opstaan en in het bijzijn van iedereen spreken. Hij was één van die jongens die zichzelf echt gevonden had tijdens de middelbare schooltijd. Hij zag er goed uit en droeg zijn bril met trots. Hij had veel meer dates dan ik en meisjes vonden hem leuk! Nou ja, ik was soms best jaloers.

Ik zag dat hij nerveus was over zijn toespraak, dus ik sloeg hem op de rug en zei: “Rustig aan maat, het wordt vast cool!” Hij keek me aan met diezelfde dankbare blik van die eerste keer en glimlachte. ‘Bedankt,’ zei hij. Toen het tijd was voor zijn speech schraapte hij zijn keel en begon.

“Een diploma-uitreiking is een goed moment om mensen die je door moeilijke jaren heen hebben geholpen te bedanken. Je ouders, je leraren, je broers en zussen, misschien een coach… maar vooral je vrienden. Ik wil jullie allemaal vertellen dat het beste cadeau dat je iemand kunt geven vriendschap is. Ik zal je een verhaal vertellen.”

Ik kon het nauwelijks geloven toen mijn vriend vervolgens het verhaal van onze ontmoeting vertelde. Hij was namelijk van plan geweest om dat weekend zelfmoord te plegen. Hij vertelde dat hij zijn kluisje had leeggehaald, zodat zijn moeder dit niet hoefde te doen, en hij vertelde dat hij al zijn spullen mee naar huis nam. Kevin keek mij recht in mijn ogen aan en glimlachte. “Gelukkig gaf jij om me. Mijn vriend heeft me gered.”

Er ging een zucht door de menigte toen deze jongen over het zwakste moment van zijn leven vertelde. Het was pas op dat moment dat ik het belang besefte van iets wat alledaags, maar helemaal niet vanzelfsprekend is. Dat je met een klein gebaar iemands leven kunt veranderen. En mooier maken.

Ontschotten als sleutel

breaking walls.png

Soms is een zorg- of ondersteuningsvraag te complex en lukt het niet om een oplossing te vinden. De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen (HLT) bedachten hier iets op: de ontschotter. Iemand die als ‘noodknop’ dient wanneer professionals vastlopen.

Iedereen kent ze wel, de personen of gezinnen met complexe problematiek, die vastlopen in het systeem. Vraag en aanbod van hulp lijken elkaar niet te bereiken. Of cases waar veel inspanning is geleverd, terwijl achteraf bleek dat een kleine interventie voldoende was geweest. De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen (HLT) bedachten hier iets op: de ontschotter.

Wat doet een ontschotter?

Wenda Tijssen, de eerste officiële ‘ontschotter sociaal domein’ van Nederland vertelt: “Een ontschotter komt in actie als er geen beweging meer zit in iemands probleem of casus. Zij organiseert een casusplatform. Een bijeenkomst waarvoor alle professionals uitgenodigd worden die met de cliënt in gesprek zijn. De cliënt mag ook aanwezig zijn wanneer hij of zij dat wenst. Meestal kiest men hier niet voor. Omdat men er wel een beetje klaar mee is of ‘er twijfel is of dit gaat werken’.”

Doorbraak forceren

Tijdens de bijeenkomst zoeken de professionals samen naar een oplossing. Men gaat niet weg tot er een doorbraak is. Hierbij werken de deelnemers vanuit de vraag van de cliënt. Wat is het eerste probleem waar men mee zit? Wat is er nodig om dit probleem of deze vraag op te lossen? Door buiten de kaders van de eigen discipline te denken, komen er soms hele nieuwe oplossingen naar boven. De professionals werken ‘hands on’. Ze doen direct telefoontjes en aanvragen om de situatie vlot te trekken. Vaak is er nog een paar keer contact nodig voordat alles rond is. In de meeste gevallen is de casus binnen drie weken vlot getrokken. Als men er niet uitkomt heeft de ontschotter mandaat en budget om een besluit te nemen.

Leren over de werkwijze

Ieder casusplatform wordt achteraf geëvalueerd. Hierdoor wordt er veel geleerd over de werkwijze. Vertrouwen en samenwerking tussen professionals uit verschillende organisaties groeit. De samenwerking wordt verstevigd en de professionals weten elkaar vaak beter te vinden bij een volgende casus.

Drie voorbeelden van creatieve oplossingen

  1. Een meneer kreeg een beschikking voor dagbesteding om meer te gaan bewegen op 30 minuten reizen van zijn huis. Meneer had maar energie voor 1,5 uur per dag, dus dit hielp niet. Als tuinliefhebber heeft hij toen verhoogde bloembakken gekregen. Zodat hij vanuit zijn rolstoel zijn tuin bij kan houden. Nu heeft hij de dagbesteding die hij wil. Dit kon eerst niet omdat de gemeente bang was dat iedereen dit soort dingen zou gaan aanvragen.
  2. Een jong volwassene moest uit haar kamer. Ze had een laag inkomen en schulden. Daardoor was het moeilijk om een andere kamer te krijgen. Ze had een aanvraag gedaan bij het noodfonds om haar te helpen garant te staan. Maar haar aanvraag werd afgewezen omdat het niet om ‘zelfstandige woonruimte’ Door inzet van het casusplatform werd toch garant gestaan voor één maand huur. Zo heeft ze een nieuwe kamer kunnen krijgen en wordt ze nu ondersteund bij  het wegwerken van haar schulden.
  3. Een meneer met veel beperkingen moet eigenlijk naar een verpleeghuis omdat hij ieder moment kan omvallen en dan geen hulp meer kan inroepen. Tijdens het casusplatform kwam de fysiotherapeut met het idee om een hulphond in te zetten. Meneer houdt van honden en de hond kan een alarmbel indrukken. De hulphond wordt nu opgeleid.

Succesfactoren

Waarom werkt dit? Er zijn meerdere redenen waarom de ontschotter vooruitgang boekt:

  • De ontschotter beschikt over ‘handgeld’ van de gemeente. De ontschotter kan zelf geld besteden om een (voor)financiering te doen. Deze financiering wordt vaak alsnog via de normale wetten en fondsen ingediend en gehonoreerd. Maar nu is er budget beschikbaar om out-of-the-box-oplossingen te financieren. Deze manier van financieren geeft veel ruimte om vanuit de vraag van de cliënt te handelen.
  • De ontschotter krijgt het mandaat van de gemeenten om te doen wat nodig is. Hiermee neemt de gemeente verantwoordelijkheid voor ingewikkelde cases die anders vast zouden lopen.
  • Er zit veel kracht in de titel ‘ontschotter van de gemeenten’. Deze titel opent al veel deuren die wij niet kunnen openen.. De titel geeft aan dat er noodzaak is om vaart in de casus te krijgen.
  • De ontschotter bezit ten minste twee competenties. Een zekere mate van doorzettingskracht en resultaatgerichtheid. Tijssen: ‘Mensen ervaren mij wel eens als drammerig ja. Tegelijkertijd erkent men ook dat dit de doorbraak mogelijk maakt.’

Randvoorwaarden

Wat zijn de randvoorwaarden om te ontschotten? Wethouder sociaal domein Arno van Kempen: ‘We zijn andersom gaan redeneren, meer vanuit de ‘menselijke maat’. We kijken naar datgene wat de inwoner nodig heeft. Vervolgens kijken we hoe dat binnen de financieringsstromen past. Tot nu toe is dit altijd gelukt. Mocht het nodig zijn om hierbij de regels te overtreden, dan leg ik dat uit aan de gemeenteraad. Niet iedereen is het hiermee eens, het is geen reguliere gang van zaken. Maar bij veel mensen verbetert de aanpak de kwaliteit van leven en besparen we geld.’

Bestuurlijke rugdekking

Wenda Tijssen: ‘Deze houding van de wethouder is de bestuurlijke rugdekking die je nodig hebt. Hierbij valt of staat het slagen van de ontschotter. Zonder deze steun mis je het mandaat om echt een slag te maken. Het is dé randvoorwaarde voor het slagen van deze opdracht.’

Redeneren vanuit de cliënt

Ook is een kanteling in de werkwijze nodig (omdenken). Men is gewend te redeneren vanuit de mindset van regels. De nieuwe werkwijze daagt uit om nog meer te redeneren vanuit de cliënt. Wat is nou het allerbeste voor de cliënt?  Wachten, een normale route of juist zo snel mogelijk een aanvraag regelen zodat het niet escaleert?

Mond-tot-mond reclame

De ontschotter hoefde niet gepromoot te worden. Mond-tot-mond reclame deed zijn werk. Door kennis te maken met verschillende teams en organisaties begon het vanzelf te lopen. De laatste tijd bellen ze zelfs van buiten de betrokken gemeenten voor advies in omdenken.

Bron: De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen (HLT).

Dit praktijkvoorbeeld is tot stand gebracht door: Arno van Kempen: Wethouder sociaal domein Teylingen, Ine van Holland: Domeinmanager sociaal domein HLT-gemeenten, Astrid ter Horst: coördinator bij MEE, Karel Jan Cebol: consulent bij MEE en Wenda Tijssen: Ontschotter Sociaal Domein HLT.

Kan het echt zo simpel?

eigen kracht.png

  • Vluchtruimte

De jeugdbeschermer was teleurgesteld: “Plannen die cliënten met hun netwerk maken, bevatten altijd wel elementen die ik zelf niet zou kunnen bedenken. Daarom vind ik het belangrijk dat mensen hun eigen plan maken, zonder mij erbij. Maar dit plan is zo vrijblijvend dat ik niet goed weet wat ik ermee moet.” Hij belde één van mijn collega’s om te overleggen. Het plan voldeed aan de voorwaarden die hij zelf vooraf had gesteld aan veiligheid. Hij zou het plan dus moeten goedkeuren, maar hij twijfelt.

Noodnummers
Stap voor stap nam mijn collega het plan met hem door. De voorwaarden zijn goed gedekt. Als de spanning in huis oploopt kan de oudste zoon naar de buren of naar vrienden verderop. Als die er niet zijn, zijn er drie nummers die hij kan bellen. Voor moeder zijn er twee noodnummers en een vriendin waar ze naar toe kan. Bezoek van de vriend van moeder zal niet meer plaatsvinden als de kinderen er zijn. “Er staat echter niets in over een weerbaarheids- of assertiviteitstraining voor moeder of therapie voor de kinderen,” zuchtte de jeugdbeschermer. “Ik heb veel informatie gegeven over mogelijkheden en het netwerk vond ook dat professionele hulp nodig was. In het plan staat er niets over. Dat kan toch nooit goed gaan?”

Evaluatie
De jeugdbeschermer snapte dat training of specifieke hulp zijn wensen zijn en niet direct over veiligheid gaan. “Toch blijf ik het gevoel houden dat hier meer nodig is.” Gelukkig staan in het plan aanknopingspunten om de vinger aan de pols te houden. De eerste drie maanden is er elke vier weken een evaluatiemoment met alle betrokkenen. “Daar kan ik aansluiten!”
 
Steviger
Deze week sprak mijn collega hem voor een nieuwe aanmelding. Hij begon er zelf over: “Weet je nog die conferentie van een paar maanden terug, waar ik zo van baalde? Het gaat boven verwachting. Doordat moeder en zoon allebei een vluchtroute hebben als het mis dreigt te gaan, gaat het niet meer mis. De steun van de mensen om hen heen, al is het alleen maar dat ze kunnen bellen of langs kunnen gaan, maakt dat ze allebei steviger in hun schoenen staan. Ik kan de voortgang goed in de gaten houden zonder dat ik hoef aan te dringen op oplossingen, want het gaat nu gewoon. Dat het zo simpel kon zijn, kon ik vlak na de conferentie echt niet geloven.” 

  • Bron: Eigen Kracht Centrale | Postbus 753 | 8000 AT Zwolle