‘Of ik knok of ik beland op de straat’

misbruik.png

  • Sofie

Wie mij niet kent, zal niet vermoeden welk pad er achter me ligt en hoeveel moeite het me heeft gekost om hier te komen. Ik heb een mooi gezin, maatschappelijk relevant werk, ben sociaal goed aangesloten en sta positief in het leven. Kortom, veel om dankbaar voor te zijn. Toch draag ik ook dat zware, eenzame verleden met mij mee, dat mijn leven nog elke dag beïnvloedt. Dit is het contrast waarin ik leef. En ik besef dat ik hierin niet de enige ben.

Al heel jong werd ik slachtoffer van misbruik door een buurman. Hij was een familievriend, iemand met aanzien in ons katholieke dorp. Het ingewikkeldste aan mijn verleden is dat de ruimte ontbrak om te delen wat er speelde. Intuïtief heb ik dit altijd aangevoeld, maar echt duidelijk werd dit toen ik niet meer anders kon dan vragen stellen. Vanaf dat moment gingen stukje voor stukje de luiken open van het mysterie dat ik met me meedroeg en begreep ik waarom ik zo gruwelijk in de war was. Die hele setting, die mooie familie waar iedereen bij elkaar over de vloer kwam, bleek onvoorstelbaar onveilig om in op te groeien.

Er waren tekenen. Als kleuter had ik last van blaasontstekingen, bloedarmoede en ik huilde veel.

Ik stortte helemaal in. Niet eerder durfde ik zijn naam hardop uit te spreken.

Als twaalfjarige schreef ik in een dagboek: ik word later directeur van het Rode Kruis of hoer, of ik knok of ik beland op de straat. Een heftig beeld. Het heeft me beschermd dat ik altijd goed heb kunnen leren en dat ik kon blijven functioneren, wat er ook speelde.

Op m’n zeventiende liep ik hersenletsel op door een fietsongeluk en vanaf dat moment kon ik niet langer zeggen dat het goed ging. Ik was angstig, in de war en viel steeds zomaar neer. Epilepsie dacht men, maar het was dissociatie. Dit ‘wegvallen’ komt eigenlijk alleen voor bij mensen die zwaar getraumatiseerd zijn. Ik had voortdurend flashbacks en nachtmerries, en voelde steeds rillingen over mijn rug lopen. Ik ben zelfs opgenomen geweest in een epileptisch centrum, waar ik in een groep zat met allemaal mensen die misbruikt waren. Maar toch kwam ik niet bij mijn eigen ervaring.

‘Zou het kunnen dat…?’

Bij de eerste ontmoeting met mijn man was er iets dat ik herkende. Ik zag het aan zijn ogen. Hij bleek een verschrikkelijke jeugd te hebben gehad. Om die reden was voor hem niets te gek, alles mocht er zijn. Soms moeilijk, maar óók de kracht van onze relatie.

De jaren vlogen voorbij. Ik volgde therapieën, rondde m’n studie af en deed werk waarin ik me inzette voor de Rechten van het Kind. Dolblij was ik met mijn eerste zwangerschap. 27 was ik, maar direct voelde ik dat ik heel hard met mezelf aan de slag moest. Mijn schoonzus raadde lichaamswerk aan. Een extreme pijn in mijn kruis voelde ik toen de therapeut haar hand op mijn onderrug legde. Ik huilde als nooit tevoren.

Een paar weken later, inmiddels vier maanden zwanger, zaten we bij mijn ouders aan het kerstontbijt. Opeens kreeg ik een flashback die ik al vaker had gehad, de bevriende buurman droeg mij als klein meisje op een manier die niet oké was. ‘Zou het kunnen zijn dat oom Toon niet lief voor kinderen was?’, vroeg ik. Mijn moeder kreeg grote ogen en riep: ‘Ja!’. Mijn vader zei er achteraan: ‘Met je moeder is dit ook gebeurd.’

Ik stortte helemaal in. Niet eerder durfde ik zijn naam hardop uit te spreken. De twee weken erna kreeg ik de ene flashback na de andere. Maar weet je wat het is, je geheugen is kapot, dus ik moest ook veel vragen aan mijn ouders. Door mijn moeders verleden konden mijn ouders er moeilijk over praten, waardoor ik heel ingewikkelde informatie kreeg. Dan zei mijn moeder: ‘Nu weet ik het weer, op een dag kreeg ik een telefoontje van de kleuterschool dat je zonder onderbroek op school was aangekomen.’

Of mijn vader: ‘Je rende zelf altijd naar hem toe.’ Dat is er zo verwrongen aan: ik was natuurlijk heel speciaal voor hem. Aan de oppervlakte kwam hoe beschadigd ik was.

Het dieptepunt was dat ik weeën kreeg op oudjaarsavond. De huisarts kwam meteen en gaf mij een kalmeringsmiddel. ‘Je moet nu rustig worden, anders verlies je je kind’, zei hij. Dit gaat hij me niet ook nog aandoen, dacht ik. Ik nam me voor met mijn verleden te gaan dealen. Het was heel naar, maar ergens was ik opgelucht: hè hè, nu kan ik beginnen met leven. Ik had verdriet, maar aan de andere kant voelde ik me krachtig en bovendien zeer verbonden met het mannetje in mij.

Ik was de eerste die erover sprak in mijn familie.

De afgelopen twintig jaren heb ik af en aan therapie gehad en is er langzaam een completer beeld ontstaan van al die verwarrende herinneringen. Ik was de eerste in mijn familie die over misbruik sprak. En die last is enorm. Ik bleek een van de velen te zijn die dit was overkomen, maar iedereen bleef het verzwijgen en vrijwel niemand verleende steun. ‘Krijgen alle verhalen nu pootjes?’, kreeg ik van ooms en tantes te horen. En zelfs: ‘Alle kinderen werden vroeger verkracht.’ Dit geeft zo’n kou, bijna niet te doen.

Het is zo belangrijk om beschadigde kinderen een veilige plek te bieden. Dat zij van iemand horen dat wat je ook doet of wat je ook te vertellen hebt, ‘het mag er zijn’. Met de juiste steun heeft een mens enorme veerkracht. Ik red het dankzij mijn man en een paar krachtige vriendschappen. Door de posttraumatische stressstoornis (PTSS) heb ik voortdurend dingetjes. Een gesprek zoals dit brengt me terug naar de grote eenzaamheid in mij. Maar ik heb me voorgenomen: vandaag mag ik lekker huilen, en straks als ik thuis ben, doe ik de haard aan, knuffel ik de kinderen en weet ik dat morgen een nieuwe dag aanbreekt.

Mijn verleden heeft me ook veel gebracht, zoals diepgang en empathisch vermogen. Ik ben dankbaar voor wat er wél is, kan enorm genieten en kan heel veel aan. Ik ben niet bitter geworden. En dat is bijna een soort zoete wraak aan hem.’

Download het verhaal als pdf

30 verhalen over wat helpt

Je las nummer 2 van de 30 verhalen in het kader van ‘een jaar lang, de Week tegen Kindermishandeling’.

Bron: weektegenkindermishandeling.nl

‘Ik kan die boosheid nog steeds voelen’

zwijgen 2

  • MARIANNE over RITA

‘Ik kan die boosheid nog steeds voelen’

Iedereen vond Rita een moeilijk mens. Ze maakte altijd ruzie en raakte haar werk kwijt door haar gedrag. Ik weet nog dat ik dacht: je wordt niet zomaar moeilijk. Ik besloot haar te observeren. Seksueel misbruik kwam niet bij me op. Dat was in die jaren geen onderwerp. Het ging over het recht op seksualiteit voor mensen met een verstandelijke beperking.

Begin jaren 80 was ik net afgestudeerd orthopedagoog met specialisatie zwakzinnigenzorg, zoals dat heette. Als teambegeleider kwam ik in het gezinsvervangend tehuis waar Rita woonde met nog 24 anderen. Niet echt kleinschalig, denk je nu, maar indertijd was dat een eerste stap in die richting. Voor die tijd was je met een verstandelijke beperking veroordeeld tot een leven in een instelling ver weg in de bossen.

Rita kwam er wonen na het overlijden van haar moeder. Haar vader en broer konden haar niet aan. Ze ging nog wel af en toe een weekendje bij ze logeren. Toen ik haar leerde kennen, was ze een jaar of 40. Niemand wist raad met haar. We deden indertijd niets met diagnostiek, die was door de orthopedagogiek ten grave gedragen.

Alles wees in de richting van seksueel misbruik maar die gedachte stond ik mezelf nog niet toe.

Hoewel het de bedoeling was dat ik als orthopedagoog alleen het team begeleidde, verdiepte ik me ook altijd in de cliënten. Bij Rita kwam ik er niet goed achter wat het probleem was. Pas toen een begeleider me vertelde dat ze elke ochtend om 4.00 uur opstond om de doucheruimte niet te hoeven delen met mannelijke bewoners, begon er een lampje bij me te branden. Alles wees in de richting van seksueel misbruik maar die gedachte stond ik mezelf nog niet toe. Ik realiseerde me wel dat Rita een zwaar getraumatiseerde vrouw was. Toen ook uit onderzoek bleek hoe vaak mensen met een verstandelijke beperking slachtoffer waren van seksueel misbruik, wist ik niet wat ik moest doen.

Uiteindelijk heb ik bij de RIAGG aangeklopt met de woorden: ‘Ik denk dat ze thuis misbruikt wordt, kunnen jullie helpen?’ Als antwoord kreeg ik te horen: ‘Dat doen we niet want ze heeft een verstandelijke beperking.’ Ze gaven me gedragsbeïnvloedende pillen, die zouden haar wel rustiger maken. Zo ging dat toen. Als ik eraan terugdenk, kan ik die boosheid nog steeds voelen. Discriminerend, vond ik hun reactie. Hoe konden ze zo laatdunkend doen over een vrouw die heel hard hulp nodig had?

Tegen beter weten in gaven we haar die pillen, maar die hielpen natuurlijk niet. Toen ben ik zelf met haar gaan praten. Doodeng. Ik wist niet hoe ik zo’n gesprek moest voeren. Wat als ze zou zeggen dat haar vader haar misbruikte? En inderdaad vertelde ze over misbruik. Niet door haar vader, maar door de buurman. Al sinds haar 11e en niemand die het wist. Wat nu? Er waren geen handleidingen en de politie bellen daar dacht je in die tijd niet aan. Het hoofd van het tehuis heeft toen haar vader geïnformeerd maar die geloofde het niet: ‘Dat verzint ze maar, want ze heeft een verstandelijke beperking.’ Datzelfde hoofd heeft de buurman er toen zelf op aangesproken. Dat had effect: het misbruik stopte. Rita vertelde ons dat het niet meer gebeurde.

Met alles wat ik in me had, heb ik geprobeerd Rita te helpen. Ik had geen therapeutische opleiding dus ging ik af op mijn intuïtie. Haar gedrag veranderde niet meteen maar het werd wel rustiger voor haar. Ook omdat we haar een eigen douche gaven, waardoor ze eindelijk weer genoeg slaap kon krijgen.

Door Rita ging ik me verder specialiseren in diagnostiek en behandeling van seksueel misbruik bij mensen met een verstandelijke beperking. Samen met een collega hebben we onze praktijkkennis gebundeld en opgeschreven. Dat resulteerde onder meer in een training om professionals beter toe te rusten als het gaat om seksueel misbruik bij deze kwetsbare mensen.

Vraag gewoon: ‘Maak je wel eens nare dingen mee? Bijvoorbeeld met pesten, slaan of seks?’

We weten nu beter hoe we deze problematiek moeten aanpakken. Toch gaan professionals het onderwerp nog vaak uit de weg. Ik wijt dat aan onze eigen machteloosheid. De angst voor wat je te horen krijgt en de angst om het niet te kunnen oplossen. Ik vind dat we het nodeloos ingewikkeld maken met als excuus dat het te dichtbij komt. Wat een onzin! Seks hebben we allemaal, maar misbruik is wat anders. Die nuchterheid mis ik in de hulpverlening. Het is je vak. Leer praten over seksueel misbruik. Dat doe je toch ook over ADHD? Vraag gewoon: ‘Maak je wel eens nare dingen mee? Bijvoorbeeld met pesten, slaan of seks?’ En dat je het soms ook even niet weet, dat hoort erbij. Natuurlijk gaat er wel eens wat fout. Wees daar eerlijk over, daar leer je van.

Eigenlijk dacht ik na mijn pensioen wel klaar te zijn met dit onderwerp. Maar als ik dan op tv weer een bestuurder een incident zie goedpraten, voel ik die boosheid weer terugkomen en denk ik: ik moet er nog steeds wat mee. Rita heeft een vuurtje in me aangewakkerd en dat laat zich niet zomaar doven.

 

Marianne was actief als GZ psycholoog en is inmiddels gepensioneerd.

Download het verhaal als pdf

30 verhalen over wat helpt

Je las nummer 1 van de 30 verhalen in het kader van ‘een jaar lang, de Week tegen Kindermishandeling’.

Bron: weektegenkindermishandeling.nl

Welzijn op recept voor mevrouw van Zoonen

zoonen.png

Mevrouw van Zoonen (93) maakt gebruik van ‘Welzijn op recept’. Ze raakte na het overlijden van haar man in een depressie. Ze was 62 jaar met hem getrouwd en heeft veel verdriet om het verlies. De dokter schreef medicijnen voor tegen de depressie, maar die hielpen haar niet. Via ‘Welzijn op recept’ kwam ze in contact met Lia van den Heuvel, makelaar sociaal domein. Samen bespraken ze wat haar interesses zijn en wat zij nog goed kan. Ze maakten een plan om gevoelens van eenzaamheid te verminderen.

Al 54 jaar woont mevrouw van Zoonen aan een gezellig plein in Odijk. Ze heeft in haar leven veel meegemaakt. Ze groeide op in Nederlands-Indië, overleefde een Jappenkamp en kwam vervolgens naar Nederland. Ze heeft een talenknobbel en studeerde Engels, gaf les en vertaalde brieven voor Amnesty International. Toen haar man voor zijn werk naar Pakistan moest, ging zij met hem mee. Zij woonden acht jaar in Karachi. Korte tijd werkte ze daar bij de ambassade en leerde vloeiend Frans spreken. Ze bezocht regelmatig haar zus in Engeland. Telkens nam ze een teddybeer als aandenken mee terug. Dit groeide uit tot een grote berenverzameling die haar woonkamer siert. ‘Ik praat er niet tegen hoor maar bij elke beer hoort een verhaal’, zegt ze.

In actie tegen depressie Mevrouw van Zoonen heeft goed contact met familie, buren en vrienden. Toch blijft zij zich depressief voelen. ‘Dan heb ik een cryptogram gemaakt en nagekeken en dan zit ik vervolgens alleen op de bank’, vertelt ze. ‘Ik raak dan versuft, dut een beetje en voel me moe en naar.’

Het lukte haar niet goed om zelf het initiatief te nemen om mensen op te zoeken en nieuwe activiteiten te ondernemen. Ze vindt het soms lastig om afspraken te maken. Lia gaf haar handige tips, zoals: maak concrete afspraken. Zeg niet: ‘Zullen we binnenkort koffiedrinken?’ Maar: “Vind je het leuk om donderdag om 10.00 uur bij mij koffie te drinken”. Schrijf afspraken in je agenda. Als je terugbladert denk je terug aan activiteiten die je al hebt gehad. Blader je vooruit dan zie je welke activiteiten er nog komen. Dit kan helpen om sombere gedachten te weerleggen.

Activiteiten om blij van te worden De activiteit ‘bewegen op de stoel’ leek haar leuk en Lia regelde dat zij een les kon meedoen. Dat beviel goed en ze trof bij deze activiteit mensen die ze al kende. Lia legde met haar ook contact met de Zonnebloem. Ze bezocht een gezellige bijeenkomst in het Witte Kerkje. Mevrouw van Zoonen spreekt graag vreemde talen. Vroeger had ze een vriendin met wie ze haar Duits oefende. Met haar Indiase buurvrouw spreekt ze graag Engels en ze wil heel graag ook haar Frans oefenen. Lia vond een match. ‘Morgen komt er een mevrouw bij mij langs die graag met mij in het Frans wil converseren. Ik heb dan een drukke dag, want er komt die dag ook een vriend op de koffie.’

De activiteit “Bewegen op de stoel” leek haar leuk. Lia regelde een proefles. Dat beviel goed en ze trof bij deze activiteit drie mensen die ze al kende. Samen werd ook contact gelegd met de Zonnebloem. Ze bezocht een gezellige bijeenkomst in het Witte Kerkje.

Mevrouw Zoonen spreekt graag vreemde talen. Vroeger had ze een vriendin waarmee ze haar Duits oefende. Met haar Indiase buurvrouw spreekt ze graag Engels en ze wil heel graag ook haar Frans oefenen. Lia vond een match. “Morgen komt er een mevrouw bij mij langs die graag met mij in het Frans wil converseren. Ik heb dan een drukke dag, want er komt die dag ook een vriend op de koffie”.

‘Welzijn op recept’ is een samenwerking tussen huisartsen en het Centrum voor Elkaar van de gemeente Bunnik. Soms komen er mensen bij de huisarts die geen lichamelijke klachten hebben, maar die toch niet lekker in hun vel zitten. De huisarts verwijst hen door naar een welzijnscoach van Centrum voor Elkaar. Via ‘Welzijn op recept’ verhogen zij actief hun gezondheid en welzijn. Een welzijnscoach van het Centrum voor Elkaar verkent de behoeften en bespreekt met de cliënt welke activiteiten het beste passen en het welbevinden verhogen.

 

Opgeruimd

administratie.png

  • Het ideaalplaatje

‘Jemig Henk, wat een mooi opgeruimd huis! Alles schoon, alles precies waar het hoort. Zo netjes is het bij mij thuis niet!’ 

Wil je thee?’, vraagt Henk met een trotse blik in zijn ogen. ‘Het is koud buiten’, antwoord ik. Henk loopt naar de keuken en zet de ketel op.

Leni lacht me toe vanaf de bank en steekt haar duim omhoog. Zij heeft dit voor mekaar gekregen, mét Henk. Leni werkt bij het centrum voor autisme als vrijwilliger. Twaalf maanden geleden ben ik daar in een staat van pure wanhoop na het zoveelste debacle bij Henk thuis, naar binnen gelopen. Leni stond in de hal en keek me vrolijk aan.

‘Jij hebt hulp nodig’, waren haar legendarische woorden. Het bleek een gouden ontmoeting. Leni is met pensioen en heeft een leven lang ervaring met het werken met mensen met autisme. Uiteraard ging ze met me mee naar Henk. Ze gebruikte weinig woorden en tekende vooral. Henk gaf betekenis aan de tekeningen. Na twee gesprekken had ze de woonkamer van Henk op papier staan, zoals hij het zag. Zo gaven ze een plek aan alles en veranderde een rommelig huis in een geordend plaatje.

‘Ik zag vroeger alleen de pen en niet de stapel papieren eronder. De pen ruimde ik op, de papieren bleven liggen. Nu krijgen ook de papieren een plekje’, legt Henk uit. Leni nummerde elke plek en vanaf die dag ruimt Henk elke dag een vaste plek op. Gewoon het lijstje af. Ik doe niet veel meer: het loopt goed genoeg. Zijn geldzaken doet de bewindvoerder. Wat Henk niet zelf kan is uit handen gegeven en dat brengt rust. Inmiddels helpt hij onze afdeling Data twee dagen in de week met een nieuwe monitor voor het sociaal domein. Helemaal zijn ding.

‘Lekker bakje Henk’, zeg ik bij de deur. ‘Ja, het is koud buiten,’ antwoordt hij. Warm van binnen stap ik op de fiets.

  • Bron: Over sokken, orde en luisteren naar elkaar | 23 korte verhalen uit het sociaal domein in Stichtse Vecht  

 

Een maatje hebben om er een te zijn

ribw

Irene woont samen met haar twee katten zelfstandig in Duiven en krijgt begeleiding van het Regionaal Instituut voor Begeleid Wonen (RIBW). Vanuit haar eigen ervaringen zet ze zich in voor medecliënten en bestrijdt ze het stigma dat mensen met psychiatrische problemen hebben.

Klaar voor meer verantwoordelijkheid

‘Toen ik uit het psychiatrisch ziekenhuis kwam, voelde ik dat ik klaar was voor meer verantwoordelijkheid. Ik wilde zelf mijn leven indelen. Dankzij de ambulante begeleiding van het RIBW heb ik die kans gekregen.’

Meer dan alleen ‘patiënt’

‘Voordat ik begeleiding van het RIBW kreeg schaamde ik me ervoor dat ik psychiatrische hulp nodig had. Nu mag iedereen het weten, want ik ben gelukkig met mijn leven zoals het nu is. Ik ben blij dat ik me kan inzetten voor andere mensen zoals ik. Ik wil laten zien dat we meer zijn dan alleen patiënt.’

Maatjesproject

‘Voor het Maatjesproject onderneem ik af en toe iets met iemand met een psychiatrische achtergrond. We maken een praatje, drinken een kopje thee of fietsen een stukje. Zo haal je mensen uit hun isolement. Vroeger had ik zelf een maatje, maar nu kan ik zelf een maatje zijn voor anderen! Ook ben ik actief in de adviesraad sociaal domein van mijn gemeente.

Helemaal op eigen benen staan

‘Hoe mijn toekomst eruit ziet? Over 25 jaar hoop ik geen begeleiding meer nodig te hebben en helemaal op eigen benen te staan. En natuurlijk hoop ik dat ik tegen die tijd oma ben!’

Een eerste stap

drug house

  • Achttien jaar

Hans, het voelt toch een beetje wrang,’ zeg ik terwijl ik verwoed blader door het dossier op mijn computer. Op het scherm lees ik een gespreksverslag door. Cliënte Yvette van Maarssen, leeftijd: 53 jaar. De diagnose: licht verstandelijk beperkt met een IQ van 55. Mevrouw heeft het traject bij de Jellinekkliniek succesvol afgerond en krijgt wekelijks ambulante begeleiding. Het advies van collega Hans, die het dossier van me overnam, en de huisarts is om haar bij Altrecht te laten begeleiden. Dat vindt mevrouw een beetje spannend. Zoon Jeroen woont via co-ouderschap nu bij haar én bij zijn vader. Hij zit in zijn eindexamen jaar. Het contact tussen vader en moeder is goed. Een schuldbemiddelingstraject is een welkome maatregel. Ik lees niets over zoon Rob. Zuchtend draai ik me om naar Hans.

‘Hoe zit het nu met Rob?’ Hans blijft even stil. Ik zie de frustratie op zijn gezicht.  ‘Open het dossier onder cliëntnummer 2456 even, dan zal je het zien’ antwoordt hij.

Ik klik en klik in het ingewikkelde systeem en scan het dossier: opgepakt voor drugsbezit en drie maanden geleden vrijgekomen. Zijn vermoedelijke diagnose: licht verstandelijk beperkt, verslaafd en schulden. Een moment kan ik mijn ogen niet geloven en ik verslik me in mijn koffie. Terwijl ik gebrande koffiebonen uit m’n luchtwegen hoest, vallen mijn ogen op zijn geboortedatum: 19-11-2000. Rob is achttien jaar oud. Zijn reclasseringstraject is gestopt, hij heeft geen voogd meer en staat er alleen voor. Nu is het aan hem om zijn eigen route te bepalen.

‘Anke!’ zegt Hans over zijn beeldscherm heen. ‘Raad eens wat ik net binnenkrijg? Een hulpvraag van Rob. Hij wil graag hulp bij het vinden van een huis. Laat dat nu net een ding zijn waar we hem niet bij kunnen helpen.’

Ik kuch nog een beetje en vul mijn longen met het bittere nieuws. Alhoewel we Rob niet direct kunnen helpen aan een huis, gloort er toch een beetje hoop aan de horizon. We hebben nu tenminste nog contact met hem. Een eerste stap is gezet.

  • Bron: Over sokken, orde en luisteren naar elkaar | 23 korte verhalen uit het sociaal domein in Stichtse Vecht  

 

Buiten de lijntjes

rijbewijs.png

Wat fijn dat jullie er bij kunnen zijn vandaag,’ zegt Alexander. ‘Ik wil het met jullie heel graag hebben over meneer Overstuur. Hij woont in het buitengebied, op een afgelegen plek. Zijn rijbewijs is afgenomen nadat hij met drank op achter het stuur is betrapt. Doordat hij geen vervoer meer heeft, is hij zijn baan kwijtgeraakt, zijn er schulden ontstaan en heeft hij een huurachterstand opgelopen. Allemaal dikke ellende.’

Na afloop van de bijeenkomst stapt Alexander op zijn fiets. Het zou toch wel supertof zijn als dit gaat lukken, denkt hij bij zichzelf.  Plotseling rinkelt zijn telefoon.

‘Shit, niet handig op de fiets’, verzucht hij. Hij bekijkt het nummer en neemt toch op. Het is zijn collega van het sociaal wijkteam.

Hoi Alex’, zegt Sandra in zijn oor, ‘Hoe ging het casusoverleg?’ ‘Erg goed!,’ antwoordt hij. ‘Was er nog iemand die riep “eigen schuld dikke bult”?’ ‘Nee, niemand. Het was tof hoor. We hebben met elkaar een mooi voorstel kunnen bedenken om aan meneer voor te leggen. Dat regelarme budget is hierin echt goud waard.’ ‘Mooi man! Heb je tijd om nog iets over het plan te vertellen?’ ‘Ja, dat kan nog wel even. Over een paar minuten ben ik bij mijn volgende afspraak’, antwoordt Alexander. ‘Al pratende kwamen we op het idee om de kosten voor het opnieuw halen van meneer Overstuur’s rijbewijs te betalen. Het gaat al gauw om zeshonderd tot zevenhonderd euro. Een groot bedrag voor hem, een kleine investering voor ons.’ ‘Investering?’,  vraagt Sandra. ‘Ja, we kunnen het hem lenen, niet schenken.’

Twee maanden later.

Meneer X heeft zijn rijbewijs gehaald. Zijn uitkering kon binnen een paar weken worden stopgezet omdat hij weer werk had gevonden. Schuldhulpverlening is niet nodig geweest. Van sociaal isolement is geen sprake meer.

Drempel

Helaas bleek het regelvrij budget niet echt regelvrij. Er waren intern de nodige barrières te overwinnen om dit te realiseren.

  • Bron: “Over sokken, orde en luisteren naar elkaar – 23 korte verhalen uit het sociaal domein in Stichtse Vecht”