Ontschotten als sleutel

breaking walls.png

Soms is een zorg- of ondersteuningsvraag te complex en lukt het niet om een oplossing te vinden. De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen (HLT) bedachten hier iets op: de ontschotter. Iemand die als ‘noodknop’ dient wanneer professionals vastlopen.

Iedereen kent ze wel, de personen of gezinnen met complexe problematiek, die vastlopen in het systeem. Vraag en aanbod van hulp lijken elkaar niet te bereiken. Of cases waar veel inspanning is geleverd, terwijl achteraf bleek dat een kleine interventie voldoende was geweest. De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen (HLT) bedachten hier iets op: de ontschotter.

Wat doet een ontschotter?

Wenda Tijssen, de eerste officiële ‘ontschotter sociaal domein’ van Nederland vertelt: “Een ontschotter komt in actie als er geen beweging meer zit in iemands probleem of casus. Zij organiseert een casusplatform. Een bijeenkomst waarvoor alle professionals uitgenodigd worden die met de cliënt in gesprek zijn. De cliënt mag ook aanwezig zijn wanneer hij of zij dat wenst. Meestal kiest men hier niet voor. Omdat men er wel een beetje klaar mee is of ‘er twijfel is of dit gaat werken’.”

Doorbraak forceren

Tijdens de bijeenkomst zoeken de professionals samen naar een oplossing. Men gaat niet weg tot er een doorbraak is. Hierbij werken de deelnemers vanuit de vraag van de cliënt. Wat is het eerste probleem waar men mee zit? Wat is er nodig om dit probleem of deze vraag op te lossen? Door buiten de kaders van de eigen discipline te denken, komen er soms hele nieuwe oplossingen naar boven. De professionals werken ‘hands on’. Ze doen direct telefoontjes en aanvragen om de situatie vlot te trekken. Vaak is er nog een paar keer contact nodig voordat alles rond is. In de meeste gevallen is de casus binnen drie weken vlot getrokken. Als men er niet uitkomt heeft de ontschotter mandaat en budget om een besluit te nemen.

Leren over de werkwijze

Ieder casusplatform wordt achteraf geëvalueerd. Hierdoor wordt er veel geleerd over de werkwijze. Vertrouwen en samenwerking tussen professionals uit verschillende organisaties groeit. De samenwerking wordt verstevigd en de professionals weten elkaar vaak beter te vinden bij een volgende casus.

Drie voorbeelden van creatieve oplossingen

  1. Een meneer kreeg een beschikking voor dagbesteding om meer te gaan bewegen op 30 minuten reizen van zijn huis. Meneer had maar energie voor 1,5 uur per dag, dus dit hielp niet. Als tuinliefhebber heeft hij toen verhoogde bloembakken gekregen. Zodat hij vanuit zijn rolstoel zijn tuin bij kan houden. Nu heeft hij de dagbesteding die hij wil. Dit kon eerst niet omdat de gemeente bang was dat iedereen dit soort dingen zou gaan aanvragen.
  2. Een jong volwassene moest uit haar kamer. Ze had een laag inkomen en schulden. Daardoor was het moeilijk om een andere kamer te krijgen. Ze had een aanvraag gedaan bij het noodfonds om haar te helpen garant te staan. Maar haar aanvraag werd afgewezen omdat het niet om ‘zelfstandige woonruimte’ Door inzet van het casusplatform werd toch garant gestaan voor één maand huur. Zo heeft ze een nieuwe kamer kunnen krijgen en wordt ze nu ondersteund bij  het wegwerken van haar schulden.
  3. Een meneer met veel beperkingen moet eigenlijk naar een verpleeghuis omdat hij ieder moment kan omvallen en dan geen hulp meer kan inroepen. Tijdens het casusplatform kwam de fysiotherapeut met het idee om een hulphond in te zetten. Meneer houdt van honden en de hond kan een alarmbel indrukken. De hulphond wordt nu opgeleid.

Succesfactoren

Waarom werkt dit? Er zijn meerdere redenen waarom de ontschotter vooruitgang boekt:

  • De ontschotter beschikt over ‘handgeld’ van de gemeente. De ontschotter kan zelf geld besteden om een (voor)financiering te doen. Deze financiering wordt vaak alsnog via de normale wetten en fondsen ingediend en gehonoreerd. Maar nu is er budget beschikbaar om out-of-the-box-oplossingen te financieren. Deze manier van financieren geeft veel ruimte om vanuit de vraag van de cliënt te handelen.
  • De ontschotter krijgt het mandaat van de gemeenten om te doen wat nodig is. Hiermee neemt de gemeente verantwoordelijkheid voor ingewikkelde cases die anders vast zouden lopen.
  • Er zit veel kracht in de titel ‘ontschotter van de gemeenten’. Deze titel opent al veel deuren die wij niet kunnen openen.. De titel geeft aan dat er noodzaak is om vaart in de casus te krijgen.
  • De ontschotter bezit ten minste twee competenties. Een zekere mate van doorzettingskracht en resultaatgerichtheid. Tijssen: ‘Mensen ervaren mij wel eens als drammerig ja. Tegelijkertijd erkent men ook dat dit de doorbraak mogelijk maakt.’

Randvoorwaarden

Wat zijn de randvoorwaarden om te ontschotten? Wethouder sociaal domein Arno van Kempen: ‘We zijn andersom gaan redeneren, meer vanuit de ‘menselijke maat’. We kijken naar datgene wat de inwoner nodig heeft. Vervolgens kijken we hoe dat binnen de financieringsstromen past. Tot nu toe is dit altijd gelukt. Mocht het nodig zijn om hierbij de regels te overtreden, dan leg ik dat uit aan de gemeenteraad. Niet iedereen is het hiermee eens, het is geen reguliere gang van zaken. Maar bij veel mensen verbetert de aanpak de kwaliteit van leven en besparen we geld.’

Bestuurlijke rugdekking

Wenda Tijssen: ‘Deze houding van de wethouder is de bestuurlijke rugdekking die je nodig hebt. Hierbij valt of staat het slagen van de ontschotter. Zonder deze steun mis je het mandaat om echt een slag te maken. Het is dé randvoorwaarde voor het slagen van deze opdracht.’

Redeneren vanuit de cliënt

Ook is een kanteling in de werkwijze nodig (omdenken). Men is gewend te redeneren vanuit de mindset van regels. De nieuwe werkwijze daagt uit om nog meer te redeneren vanuit de cliënt. Wat is nou het allerbeste voor de cliënt?  Wachten, een normale route of juist zo snel mogelijk een aanvraag regelen zodat het niet escaleert?

Mond-tot-mond reclame

De ontschotter hoefde niet gepromoot te worden. Mond-tot-mond reclame deed zijn werk. Door kennis te maken met verschillende teams en organisaties begon het vanzelf te lopen. De laatste tijd bellen ze zelfs van buiten de betrokken gemeenten voor advies in omdenken.

Bron: De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen (HLT).

Dit praktijkvoorbeeld is tot stand gebracht door: Arno van Kempen: Wethouder sociaal domein Teylingen, Ine van Holland: Domeinmanager sociaal domein HLT-gemeenten, Astrid ter Horst: coördinator bij MEE, Karel Jan Cebol: consulent bij MEE en Wenda Tijssen: Ontschotter Sociaal Domein HLT.

Advertenties

Kan het echt zo simpel?

eigen kracht.png

  • Vluchtruimte

De jeugdbeschermer was teleurgesteld: “Plannen die cliënten met hun netwerk maken, bevatten altijd wel elementen die ik zelf niet zou kunnen bedenken. Daarom vind ik het belangrijk dat mensen hun eigen plan maken, zonder mij erbij. Maar dit plan is zo vrijblijvend dat ik niet goed weet wat ik ermee moet.” Hij belde één van mijn collega’s om te overleggen. Het plan voldeed aan de voorwaarden die hij zelf vooraf had gesteld aan veiligheid. Hij zou het plan dus moeten goedkeuren, maar hij twijfelt.

Noodnummers
Stap voor stap nam mijn collega het plan met hem door. De voorwaarden zijn goed gedekt. Als de spanning in huis oploopt kan de oudste zoon naar de buren of naar vrienden verderop. Als die er niet zijn, zijn er drie nummers die hij kan bellen. Voor moeder zijn er twee noodnummers en een vriendin waar ze naar toe kan. Bezoek van de vriend van moeder zal niet meer plaatsvinden als de kinderen er zijn. “Er staat echter niets in over een weerbaarheids- of assertiviteitstraining voor moeder of therapie voor de kinderen,” zuchtte de jeugdbeschermer. “Ik heb veel informatie gegeven over mogelijkheden en het netwerk vond ook dat professionele hulp nodig was. In het plan staat er niets over. Dat kan toch nooit goed gaan?”

Evaluatie
De jeugdbeschermer snapte dat training of specifieke hulp zijn wensen zijn en niet direct over veiligheid gaan. “Toch blijf ik het gevoel houden dat hier meer nodig is.” Gelukkig staan in het plan aanknopingspunten om de vinger aan de pols te houden. De eerste drie maanden is er elke vier weken een evaluatiemoment met alle betrokkenen. “Daar kan ik aansluiten!”
 
Steviger
Deze week sprak mijn collega hem voor een nieuwe aanmelding. Hij begon er zelf over: “Weet je nog die conferentie van een paar maanden terug, waar ik zo van baalde? Het gaat boven verwachting. Doordat moeder en zoon allebei een vluchtroute hebben als het mis dreigt te gaan, gaat het niet meer mis. De steun van de mensen om hen heen, al is het alleen maar dat ze kunnen bellen of langs kunnen gaan, maakt dat ze allebei steviger in hun schoenen staan. Ik kan de voortgang goed in de gaten houden zonder dat ik hoef aan te dringen op oplossingen, want het gaat nu gewoon. Dat het zo simpel kon zijn, kon ik vlak na de conferentie echt niet geloven.” 

  • Bron: Eigen Kracht Centrale | Postbus 753 | 8000 AT Zwolle

Natuurlijk dichtbij

  • Nieuwe dagbesteding in Vlijmen zorgt voor verbinding

9 aanbieders in de sector zorg en welzijn in Vlijmen hebben een informele dagbesteding opgezet in de centraal in de gemeente gelegen sporthal. Iedereen is er welkom om binnen te lopen en wijkverpleegkundigen zien hoe goed het mensen doet als ze van die mogelijkheid gebruikmaken. De verwachting is dat door dit initiatief op termijn mensen minder snel op basis van een indicatie naar het bestaande aanbod voor dagbesteding hoeven.

Jan van der Lee, net 70 geworden, woont al zijn hele leven in Vlijmen. Na zijn pensioen ging hij gebruikmaken van dagbesteding in Den Bosch, maar daar moest hij na verloop van tijd weg toen de gemeente Heusden niet langer een contract had met de Bossche aanbieder. Een zorgboerderij in Giesbergen bood uitkomst. ‘Mijn vader was jager en nam mij vaak mee’, vertelt hij, ‘ik voelde me wel thuis in die omgeving. Maar ik zag wel dat de mensen van de zorgboerderij voor mij maar weinig hoefden te doen. Veel andere bewoners waren licht dementerend en hadden veel meer zorg nodig. Ik mocht zo iemand niet eens meenemen als ik een eindje ging lopen, en dat doe ik graag. Dus ging ik eens kijken bij het sportcentrum in Vlijmen, want ik hoorde dat daar een nieuwe dagbesteding was opgezet. En die bevalt me prima. Het is dichtbij waar ik woon en die zorgboerderij werd bovendien door de eigen bijdrage ook wel erg duur voor me. Hier betaal ik 5 euro per dag en daarvoor krijg ik ’s middags een warme maaltijd en alle koffie of thee die ik wil.’

9 organisaties

Dat die nieuwe voorziening voor dagbesteding er is gekomen in Vlijmen, heeft te maken met de substitutie van taken naar de gemeenten per 1 januari 2015. ‘De gemeente Heusden – waaronder Vlijmen bestuurlijk valt – wilde niet alleen bezuinigen op de uitgaven voor dagbesteding, maar had ook de visie dat het mogelijk moest zijn om de participatie voor de doelgroepen voor de dagbesteding te vergroten’, zegt Nicole Hendriks. Zij is projectleider van het In voor zorg-project “Cirkels van het gewone leven” en betrokken bij het opzetten van een alternatieve dagvoorziening voor inwoners in Vlijmen een onderdeel vormt.

Hierbij zijn negen organisaties betrokken: Contour de Twern, Thebe, RIBW Brabant, Prisma, Schakelring, Modus, MEE, Juvans en de GGD. Een aantal daarvan biedt al dagbesteding voor hun diverse doelgroepen en het is ook de bedoeling dat die blijft bestaan voor mensen die daarvoor een indicatie krijgen. ‘Maar er zijn ook genoeg mensen zonder indicatie die toch behoefte hebben aan verbinding in hun eigen woonomgeving’, zegt Hendriks. ‘Daarom wilden we die los van de 9 organisaties opzetten, zo natuurlijk, dichtbij en laagdrempelig mogelijk.’

De burger centraal

Het mooie is dat die 9 organisaties geen van alle hun stempel drukken op het nieuwe initiatief, maar wel allemaal vanuit hun eigen discipline kennis inbrengen, stelt Marieke Kouwenberg, wijkverpleegkundige bij Thebe. ‘Soms komen 2 van die 9 partijen bij één cliënt zonder dit van elkaar te weten’, zegt ze, ‘daaraan kunnen we nu wat doen. Niet door elkaar te beconcurreren, maar door de burger centraal te stellen.’

Zo’n samenwerking begint met kennismaking. ‘Gewoon bij elkaar gaan zitten met zijn negenen en gaan brainstormen’, zegt Kouwenberg. ‘Voor Thebe werd de voorliggende vraag meteen heel concreet omdat een van de locaties voor dagbesteding, voor senioren met een indicatie hiervoor, dicht moest.’

Hendriks zocht contact met de manager van zwembad en sportcentrum De Heygraven dat midden in Vlijmen ligt. ‘We hadden meteen een klik want hij had dezelfde visie als wij: een laagdrempelige voorziening bieden voor iedereen in de wijk. Hij had bijvoorbeeld al aan een vrouw in de buurt, die thuis niet kon douchen, aangeboden: kom dat dan hier doen, alle voorzieningen zijn er. Het gebouw heeft zoveel faciliteiten. Er zijn geen drempels, er is een invalidentoilet en een keuken en het had al een buurtfunctie voor schoolzwemmen, sportclubs en zwemmen voor mensen met kanker. Precies het soort voorziening dat we zochten voor alle gemeenten die onder de vlag van Heusden vallen.’

Gezellig en laagdrempelig

Zo waren de mensen van die dagvoorziening van Thebe die ging sluiten weer verzekerd van een plek. ‘Een paar van hen tenminste’, zegt medewerker Marie-Therese Elshout van Thebe, die de verantwoordelijkheid voor deze locatie heeft. ‘Sommigen hadden teveel zorg nodig om van deze voorziening gebruik te kunnen maken. En in sommige gevallen hadden familieleden al een ander alternatief gevonden omdat ze de continuïteit van de dagvoorziening voor hun naaste wilden veiligstellen. Maar degenen die wel overgingen naar hier, waren meteen enthousiast. Zelfs de oudste, 95 nu, zei meteen: “Wat is het hier gezellig hè”. Begrijpelijk, want het is hier echt laagdrempeliger. Inmiddels maken we al mee dat iemand gewoon binnenloopt met: “Ik heb gehoord dat dit er is, ik kom eens kijken”. Precies zoals het bedoeld is.’

Maar: het ging om meer mensen dan alleen die enkelen van die dagvoorziening van Thebe die dichtging. In de plannen was een brede doelgroep geformuleerd: iedereen die behoefte heeft aan dagbesteding, met uitzondering van mensen die niet zelfredzaam zijn en dus een indicatie krijgen voor formele dagbesteding. ‘Het groeide wel al snel maar de start had toch een beetje een trend gezet: ouderen brengen ouderen mee’, zegt Kouwenberg. Hendriks vult aan: ‘Nu zijn we aan het kijken of de mensen met een verstandelijke beperking voor wie nu dagbesteding in Waalwijk bestaat niet net zo goed hier naartoe kunnen. Door ze patronen aan te leren, kunnen ze een bijdragen leveren zoals koffie serveren of helpen met de lunch.’

Zorgen voor bekendheid

Ook op andere fronten worden stappen gezet om meer mensen naar de nieuwe dagbesteding te leiden. Door de praktijkondersteuners in de huisartspraktijken te informeren over het bestaan ervan bijvoorbeeld. Want zoals Kouwenberg het zegt: ‘Als je de praktijkondersteuners mee hebt, heb je de huisartsen ook. Verder zijn we in gesprek met de aanbieders van het Thomashuis, een setting voor mensen met een verstandelijke beperking, in Nieuwkuijk. Tegelijkertijd willen we het ook een beetje natuurlijk laten ontstaan. We zien inmiddels dat al meerdere mensen spontaan komen binnenlopen. Ook beginnen zich vrijwilligers te melden. Al vraag ik mij af of in dit verband het woord vrijwilligers op zijn plaats is. Ook dit zijn mensen die een zinvolle dagbesteding zoeken, iedereen die hier binnenloopt komt iets halen en brengen.’

De 3 verwachten dat gaandeweg ook meer contacten binnen de locatie zelf zullen ontstaan, al gaat dat nog niet altijd spontaan. Elshout vertelt: ‘Het is nog niet altijd makkelijk om mensen mee te krijgen. Ik heb aan mensen van een sportvereniging die hier komt al eens gevraagd of onze bezoekers eens mogen komen mee sporten. Maar dat blijkt dan toch nog moeilijk te liggen. “Onze sporters kennen elkaar”, krijg ik dan te horen. Ik wil dat wel een keer voor elkaar brengen, maar je moet dat tijd gunnen.’ Je moet het niet forceren, vindt Kouwenberg ook. ‘Uiteindelijk zien mensen de meerwaarde wel’, zegt ze. ‘Het is gezelliger hier dan in een kleedkamer denk ik.’

Groeiproces

Maar tegelijkertijd is het geen doel op zich om vanuit alle 9 aan het project deelnemende organisaties mensen binnen te krijgen. ‘We nemen het in ons werk mee als mogelijkheid’, zegt Henriks. ‘De boodschap is: “Kom gewoon eens kijken”. Het is een groeiproces en misschien is er op bepaalde fronten nog wel een gevoelsmatige drempel op dit moment. Bijvoorbeeld om te accepteren dat ook mensen met een verstandelijke beperking hier komen voor hun dagbesteding.’

Elshout vult aan: ‘Vaak blijkt die drempelvrees onnodig, ik merk dat ook aan mezelf. Een tijdje geleden kregen we hier voor het eerst een blinde vrouw op bezoek. Ik had nog nooit met blinden gewerkt dus vond dat onwennig. Maar het ging vanaf het begin goed, het ligt eraan hoe je er als begeleider in staat. Ik voelde me veilig door de betrokkenheid van de 9 organisaties, je weet wie je kunt bellen als het nodig is.’

Kouwenberg zegt wel dat de groei van het aantal mensen dat de nieuwe locatie weet te vinden uiteindelijk gevolgen zal hebben voor de bestaande aanbieders van dagbesteding. ‘Die aanbieders proberen natuurlijk ook mensen binnen te krijgen, daar zijn ze financieel afhankelijk van’, zegt ze. ‘In dat licht kan ik mij voorstellen dat ze ons als concurrent zien, maar dat zijn we natuurlijk niet. Er is zoveel behoefte aan dagbesteding dat er voldoende ruimte is voor alle partijen. Wel denk ik dat op termijn alleen nog mensen met een hogere zorgzwaarte bij de formele aanbieders terecht zullen komen, niet meer de mensen met een sociale indicatie. Dat is ook hoe het beleid bedoeld is. Je ziet ook dat het gaandeweg beter gaat met de mensen die hier komen. Ik merk dat ook als ik bij ze thuis kom. Ze hebben minder zorg nodig, ze worden geprikkeld.’

  • Interview door Frank van Wijck

De diagnose: klassiek autisme

 

Ik heb me altijd anders gevoeld dan anderen. Ik besefte pas rond mijn 7e a 8e levensjaar dat ik op de wereld was. Tot zover reikt mijn geheugen over mijn verleden. Dat was pas rond mijn 7e a 8e jaar. In mijn kinderjaren werd mij verteld door mijn familie dat ik tot mijn 5e doof was en dat de neusamandelen in de weg zaten. Verder had ik veel last van dauwwormeczeem. In Groningen ben ik behandeld waarvoor ik maandenlang daar in het ziekenhuis lag op een kinderafdeling. Ik heb 3 jaar over de kleuterschool gedaan en 2 jaar over de eerste klas van de basisschool. Daarna de gewone openbare basisschool, Leao en Meao zonder te blijven zitten gevolgd. Van de Leao en Meao heb ik ook diploma’s.

Op school werd ik veel gepest. Ik had zelf het idee dat ik echt mijn best deed om mee te kunnen doen en mij aan te passen. Maar op een of andere manier lukte het niet om echt contact met mijn klasgenoten te hebben. Als er voor gym of andere spelletjes kinderen mochten kiezen wie ze in hun team wilde hebben, kwam ik bijna altijd op de laatste plaats. Ik kon met gym moeilijk meekomen. Maar zwemmen en duursport, dat ging wel.

Ik werd in het verleden ook gezien als iemand met een verstandelijke beperking. Zo voelde ik mij ook. Ik was gewoon dom en hield dat ook lange tijd vast. Toch op school bleek ik wel aardige rapportcijfers te hebben. Alleen talen was voor mij wat lastiger. Ik ben schijnbaar lange tijd vrij kinderlijk overgekomen, zonder dat ik het zelf besefte. Ik heb soms een apart taalgebruik. Ik voelde me echt een buitenbeentje, zowel binnen mijn familie als in mijn omgeving. Ik deed vreselijk mijn best om mee te komen en goede contacten te krijgen. Maar op een of andere manier lukte dat niet echt. Een paar vage vriendinnen, waar ik me altijd voelde als het derde wiel aan de wagen.

Thuis ben ik streng opgevoed. Mijn ouders vonden mij juist erg verwend. Maar op zaterdag was ik het die de boodschappen deed, de tuin onderhield en als ik van de padvinderij terug kwam ook nog de rollers zette in moeders haar. Afwassen heb ik bijna nooit gehoeven. Omdat zij belangrijk vonden dat ik bleef leren en goed mijn huiswerk deed. Maar moeders wil is wet. Ziek zijn bestond niet, vooral het uitzieken was taboe.

Er zijn wel dingen gebeurd waarbij ik moeite heb gehad om het te verwerken. Ik schaamde me als buitenbeentje. Blijkbaar was dat niet zichtbaar. Net zoals vaker niet altijd zichtbaar was hoe ik mij voelde. Eigenlijk wist ik niet echt wie ik daadwerkelijk ben. Dat is pas later gekomen.

Ik ben rond mijn 21e het huis uitgegaan en op kamers gaan wonen. Zo in mijn eentje. Dat beviel me goed. Geen autoriteit buiten mijn werk, maar rust en stilte. Toch had ik een heel eenzaam gevoel, ondanks dat ik blij was dat ik het huis uit was.

Op een gegeven moment kwam ik in een moeilijke werksituatie terecht, ik had moeite om aan een baan te komen die geschikt voor mij was. Ik wist wel wat ik wilde, namelijk de accountancy. In ieder geval iets met cijfertjes. Dat lag me wel en ik was daar ook “goed” in.

Uiteindelijk geslaagd via een WSW-bedrijf waar ik administratie en postverwerking deed voor een districtskantoor van de Volleybalbond. Daarna op een bedrijfsbureau van hetzelfde WSW-bedrijf waar ik ook prima naar mijn zin had.

Begin jaren 80 ben ik een poos bij het maatschappelijk werk geweest voor diverse gesprekken. Daar bleek bij mij een flinke faalangst te zitten. Toen ging het een tijdje goed, maar daarna heb ik nog een paar keer een beroep gedaan op maatschappelijk werk.

Op een gegeven moment zo halverwege 2004 zag ik een advertentie van een GGZ (preventie): “In een dip en uit een dip”. Daar kreeg ik een intake, waaruit bleek dat ik aan deze cursus niet veel zou hebben. Ze hadden de indruk dat er een diepere oorzaak was van mijn klachten. Via GG-net heb ik toen cognitieve gedragstherapie gevolgd. Deze gesprekken heb ik gemiddeld om de 2 weken gehad. Dit heeft mij veel geholpen. Ik kreeg de diagnose persoonlijkheidsstoornis Noa.

Eind 2009 kwam ik weer in een belabberde werksituatie. Ik werd door de diverse reorganisaties geplaatst bij de groenvoorziening van het SW-bedrijf en andere productieafdelingen. Nou dat was ook niet alles. Ik liep er compleet vast in, ik deed het werk, omdat ik dacht dat ik gewoon blij moet zijn dat ik werk heb. In die periode begon de werkloosheid ook te groeien. Weer in 2010 naar de GGZ-instelling en kwam terecht bij een GGZ-psychologe. Via haar en in overleg met een psychiater heb ik toen testen gedaan. Hieruit kwam de diagnose kernautisme met normale intelligentie. Mede dankzij een rapport van het ziekenhuis te Groningen die ik via mijn nieuwe huisarts boven water heb gekregen.

Voor mij vielen heel veel stukjes in elkaar en ik kon nu eindelijk inzien, waarom ik mij zo’n buitenbeentje heb gevoeld en regelmatig vergat wie ik daadwerkelijk ben. Ik heb me door de diverse therapieën eindelijk kunnen ontplooien, omdat ik weet dat ik ook mijn kwaliteiten heb. De laatste jaren heb ik ook veel gelezen over psychiatrische handicaps, waaronder autisme, maar ook over Hoog Sensitieve Persoon. In beide kan ik mezelf ook een hoop in terugvinden.

Eigenlijk heb ik geen echt verwerkingsproces gehad. Ik kon namelijk gelijk accepteren dat ik deze stempel heb gekregen. Alleen heb ik wel moeite met het stigma die hierop rust. Ondanks dat het tegenwoordig wel beter wordt omdat het meer geaccepteerd wordt.

Ik vind het jammer dat ik pas op 52-jarige leeftijd een goede diagnose heb gekregen. Nu heb ik ook meer mogelijkheden om in aanmerking te komen voor bepaalde zorg.

Persoonlijk vind ik dat ik me nu heel goed red, erg actief ben en ook initiatieven kan nemen. Helaas kan mijn familie mijn diagnose niet erkennen. Ik heb meer afstand van hun genomen, maar laat de deur op een kier. Ik heb nu mensen om mij heen waar ik een hele goede omgang mee heb. Tuurlijk loop ik weleens tegen dingen aan. Hierover hoop ik een volgende keer meer te vertellen.

Rianne

De omgekeerde toets

Er komt een man aan het loket met een probleem. Je wilt hem graag helpen maar je bent gebonden aan de wet. Het strikt naleven van die wet zou de man echter alleen maar verder in de problemen brengen. Wat kun je in zo’n geval nu het beste doen? De omgekeerde toets helpt!

Integraal werken

De omgekeerde toets is gebaseerd op een heel andere manier van kijken. Een manier die eigenlijk zo vanzelfsprekend is dat je, als je het principe eenmaal doorhebt, denkt: ‘logisch, zo moet het! Zo is de wet bedoeld!’ Een methode ook die een nieuwe betekenis aan het  begrip integraal werken geeft. Want met de omgekeerde toets kies je uit een palet van wettelijke mogelijkheden, dwars door alle domeinen heen, en met maar één doel voor ogen: jouw klant zo goed mogelijk helpen.

Het principe

Het principe van de omgekeerde toets is feitelijk heel eenvoudig. Voor gemeenten vormen wetten als de Participatiewet, de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening het uitgangspunt voor besluiten. Maar wat als je de zaak nu eens omkeert?

Begin niet bij de letter van de wet, maar bij het doel van de wet. Denk eens mee met de burger over het effect dat hij wil bereiken en kijkt of dit past binnen de doelstelling van de wetten van het sociaal domein. Kijk vervolgens welke wettelijke instrumenten er zijn om dit doel met en voor de burger te realiseren. Daarbij biedt de wet vaak meer mogelijkheden dan wij denken. Als je maar weet aan welke ‘knoppen’ je moet draaien om het gewenste effect te krijgen.

In vier stappen kom je bij een oplossing die werkt!

Het gewenste effect in vier stappen

stap 1: het effect

De eerste vraag die je stelt, is welk effect wil ik bereiken met de burger? Of nog beter: welk effect wil de burger bereiken? Denk met de betrokkene mee over wat hij wil bereiken en leg de afspraken die je gezamenlijk maakt vast, bijvoorbeeld in een plan van aanpak.

stap 2: de grondwaarde

De tweede vraag die je stelt is of het beoogde effect valt onder de grondwaarde van de wet. Met ‘grondwaarde’ bedoelen we de reden dat de wet is geschreven. De artikelen uit die wet zijn de instrumenten waarmee dat doel bereikt kan worden in plaats van een doel op zichzelf! De grondwaarden staan in het schema.

stap 3: is het besluit ethisch te verantwoorden?

De gemaakte afspraken leiden tot een formeel besluit. Bij deze stap wordt de vraag gesteld wat het effect is van het voorgenomen besluit:

  • uitwerking op persoon, gezin en omgeving (wat betekent het gewenste effect voor hen?)
  • mogelijkheden en vaardigheden (wat kan betrokkene?)
  • zuiver in bedoeling (spelen onze eigen normen en waarden een rol?)

stap 4: randvoorwaarden

Bij de laatste stap wordt een formeel besluit genomen op basis van de gemaakte afspraken. Daarvoor is een set instrumenten beschikbaar (lees: wetsartikelen), met:

  • ‘knoppen’ die toegang bieden tot een bepaalde ondersteuning of de toegang juist afsluiten;
  • ‘knoppen’ waaraan gedraaid kan worden om meer of minder ondersteuning te bieden en de afspraken die gemeente en burger maken vast te stellen;
  • een paar basisprincipes die in beton gegoten zijn. Daar is geen afwijking mogelijk.

Afbeelding1 schema

Bart: wanbetaler zorgverzekering

Bart en zijn vrouw Chantal raken beiden hun baan kwijt. Ze verkopen hun huis met een forse restschuld en huren een sociale huurwoning. Uiteindelijk lukt het Chantal als eerste om een nieuwe baan te vinden. Bart kan hier moeilijk mee omgaan en in 2014 verlaat Chantal met beide kinderen de woning. Bart raakt in een diepe depressie, raakt aan de drank en gaat gokken. Daardoor ontstaan er achterstanden in de betaling van de vaste lasten zodat een huisuitzetting onafwendbaar lijkt. Omwille van de kinderen besluit Bart zich te herpakken en meldt hij zich bij het wijkteam. Samen met Bart stelt de wijkcoach een plan op. Uitkeringen en toeslagen worden op orde gebracht, betalingsregelingen worden afgesproken, de stadsbank neemt de schuldsanering ter hand. Bart wordt aangemeld voor een zorgtraject bij een verslavingskliniek en hij begint aan een re-integratietraject. Het vinden van een baan blijkt echter problematisch vanwege zijn drankgebruik. Omdat hij als wanbetaler te boek staat is de aanvullende zorgverzekering beëindigd. En vanuit de basisverzekering krijgt hij geen tandartskosten vergoed.

Oplossing omgekeerde toets

  1. Het effect

We willen bereiken dat Bart een baan vindt en uit de bijstand stroomt. Ook moet hij weer zijn eigen financiën gaan organiseren.

  1. Grondwaarden van de wet

Eén van de grondwaarden van de Participatiewet is het bevorderen van zelfredzaamheid, bij voorkeur via betaald werk.

  1. Ethische aspecten

Het slechte gebit houdt de werkloosheid in stand. Dat is slecht voor zijn eigenwaarde, maar ook voor de gemeentelijke budgetten. Zo doet Bart langer een beroep op bijstand en dat kost veel geld.

Randvoorwaarden

Je kunt ervoor kiezen om dit te betalen vanuit de re-integratiegelden. Het is noodzakelijk om het traject tot een goed einde te brengen. Je kunt dit ook betalen vanuit de bijzondere bijstand. Dat mag niet standaard, maar als sprake is van een bijzondere situatie dan kan het wel. Als goed wordt gemotiveerd dan is er geen reden voor de accountant om de betaling af te keuren. Ook voor schulden mag – als sprake is van dringende redenen – bijstand worden betaald. Je kunt als gemeente in beleidsregels opnemen wat je daaronder verstaat. De CRvB geeft de buitenste grenzen aan (wat is in ieder geval een dringende reden), maar als gemeente kun je daar prima je eigen kleur aan geven. De accountant toets op de gemeentelijke beleidsregel zolang die redelijk is.

Op eigen benen staan

  • Van schaarste overvloed maken

Gemeenten zijn de eerste financiers van zorg die de mogelijkheid hebben om een breder palet aan ondersteuning aan te bieden dan alleen zorg.  Als alle energie gestoken zou worden in het organiseren van echt integrale oplossingen voor problematiek van mensen, dan zal blijken dat er eerder een overschot dan tekort is aan zorgmiddelen.

We plakken te vaak pleisters door het inzetten van zorg in plaats van te zoeken naar fundamentele oplossingen. Vaak blijkt dat wij het als gemeenschap (gemeenten, zorgorganisaties, inwoners) moeilijk vinden om integraal te denken, te organiseren en te handelen. Want dat betekent dat we ongelijke gevallen misschien wel ongelijk gaan behandelen.

Als het gaat om maatwerkroutes op het gebied van inkomensvoorzieningen, toeleiding naar werk of andere voorzieningen, dan vinden we dat vaak ongepast of oneerlijk. Maar wanneer het gaat om de inzet van zorg  dan vinden we deze variatie wel acceptabel. Een voorbeeld.

Bram is 19 jaar en heeft zijn jeugd met zeer beperkt netwerk in een gezinshuis doorgebracht. Hij moet daar nu weg. Bram heeft psychische klachten, heeft geen inkomen en er is geen woning beschikbaar. De gemeente geeft een lichte indicatie beschermd wonen af.  De kosten voor een Beschermd Wonen indicatie kost een gemeente per jaar 39.000 euro. Wanneer een gemeente goede afspraken met de woningcorporatie maakt, zou een studio voor Bram 4.800 euro per jaar gekost hebben. Met inzet van de gemeente (bureau Leerplicht) en met behulp van lichte begeleiding zouden afspraken gemaakt kunnen worden over het behalen van een startkwalificatie en zou Bram begeleid kunnen worden naar werk. De kosten hiervan zijn nog geen 20.000 euro per jaar (inclusief een tijdelijk inkomen/uitkering). In het eerste jaar zou al 14.000 euro bespaard worden. Zodra Bram werk heeft, worden de kosten nog lager. Maar belangrijker dan dat; Bram zou zijn leven aan het inrichten en opbouwen zijn. Hij zou werken aan zijn zelfredzaamheid. Met het bieden van een plek in beschermd wonen wordt weliswaar zijn zorgcontinuïteit gewaarborgd maar niet aan de behoefte voldaan van een jonge vent van 19 jaar die aan het begin staat van zijn zelfstandige leven.

Wat uiteindelijk telt, is maatschappelijk resultaat: daar bevindt zich de overvloed. Als we ons richten op het faciliteren en de ruimte geven aan integraal denken, organiseren,  handelen en rekenen, dan gaan we van schaarste naar overvloed.  Wanneer we er dan ook voor zorgen dat gemeenteraad en inwoners een prominentere plek aan tafel krijgen dan zal de transformatie pas echt een impuls krijgen. Inwoners zullen dan ook niet meer het gevoel hebben dat hen een recht ontnomen is, maar dat de decentralisaties naar de gemeenten hen iets brengt; meer maatwerk en meer mogelijkheden om zelf inspraak te hebben wanneer zij een steun in de rug nodig hebben. Uiteindelijk is dat immers wat telt: het maatschappelijk resultaat voor lokale gemeenschappen.

  • Bron: bewerking van column Bianca den Outer | 6 juni 2017