Het geheel zien

schizofrenie

  • De verschillende facetten van de ene steen

Ik leerde hem kennen in 2011. Hij woonde in een daklozenopvang en de meeste instanties hadden hun hulp gestaakt omdat hij onbereikbaar was geraakt. Hij ontving wel medicatie en was in behandeling bij een GGZ-instelling. Hij sprak green Nederlands, Dat is voor hulpverleners belemmerend. Je kunt geen diepgang geven aan een gesprek. In deze soort situaties wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de tolkentelefoon. Toch is dat stressvol, deze indirecte communicatie. De client kan daarop afknappen.

De problemen begonnen rond het jaar 2000. Als bestuurder van een auto, zonder rijbewijs, raakte hij betrokken bij een ernstig verkeersongeluk. Vier passagiers kwamen te overlijden. Zelf is hij enige tijd in coma beland. Hij hield lichamelijke klachten en een trauma over aan het ongeluk. Zo was hij éénzijdig verlamd geraakt en leed hij aan waanvoorstellingen. Hij raakte financieel in de schulden, gedroeg zich in toenemende mate verward, is gescheiden, verloor zijn huis en raakte daardoor dakloos.

Tot op de dag van vandaag rakelt hij dezelfde verhalen op uit zijn verleden, als een defecte platenspeler dezelfde, verwarde inhoud repeterend. Terroristen zouden zijn moeder hebben omgebracht bijvoorbeeld. Op zeker moment is de diagnose gesteld, dat hij aan schizofrenie lijdt. Patiënten met deze diagnose hebben diverse deelpersoonlijkheden, rollen zo je wilt, zo was hij dan weer een geheim agent, dan weer werd hij politiek vervolgd, soms was hij de zorgzame vader, dan weer de ober in een duur restaurant. Ik sprak zijn moedertaal en ik kende zijn cultuur, laag voor laag aftastend zocht ik naar zijn ware ik. “Wie heb ik nu voor me?”, was elk moment een relevante vraag.

Gaandeweg ontdekte ik dat mijn zoektocht naar een persoonlijke kern in hem tevens de zijne was. Naast de vraag wie hij eigenlijk was, speelde ook nog de vraag: ”Wat wil jij? Door met hem mee te gaan in zijn ontdekkingstocht won ik steeds wat vertrouwen. Zodoende kon ik een werkbare relatie opbouwen en meer toekomgericht te werk gaan.

Voor de aanrijding werd hij aangeklaagd en vervolgd. Het resulteerde in een veroordeling waarbij hij de keus had tussen een jaar gevangenis of een langdurige taakstraf doen. Ik heb voor hem met de reclassering zoveel mogelijk afgestemd. Ook vond ik een advocaat die de zaak in hoger beroep op zich wilde nemen. De taakstraf kreeg uiteindelijk de vorm van dagbesteding.

Ook daarin werd een beroep op m ij gedaan, om hem te begeleiden, opdat hij ook daadwerkelijk de taakstraf zou volbrengen en niet alsnog de gevangenisstraf kreeg. Hij heeft aantoonbaar goed gedrag vertoond, zijn taakstraf heft hij tot een goed einde gebracht. De genoemde schulden hielp ik in overzicht brengen en heb vervolgens een bewindvoerder ingezet.

Loslaten deed ik niet. Ik luisterde geduldig naar al zijn verhalen. Ik wist dat hij op enig moment weer op eigen vermogen in het leven zou moeten komen te staan, maar voor nu ging ik overal met hem naar toe. Ik nam de regie over zijn leven over en nam hem bijvoorbeeld mee naar restaurants, bracht hem etiquette bij, legde hem dan uit, hoe men zich had te gedragen. Zo ontdekte hij via mij de wereld en hoe men zoal leeft hier in Nederland. Inmiddels woont hij zelfstandig in een studio, weet goed voor zichzelf te zorgen, gedraagt zich verantwoordelijk en geeft nog altijd toegewijd invulling aan zijn dagen.

Het vervult mij met dankbaarheid hem te hebben kunnen helpen om zijn dakloosheid aan te pakken, een oplossing te vinden voor zijn schulden. Hij gaat nu ook taallessen volgen om beter Nederlands te leren spreken. Op zijn beurt is hij mij erkentelijk voor het feit dat ik hem zo goed heb ondersteund, iets wat ik overigens nog steeds doe. Het is een open vraag, hoe, of en wanneer ik deze hulpverleningsrelatie kan afkoppelen. In feite is dan toch een afhankelijkheidsrelatie ontstaan, dat is iets waar je ook voor moet hoeden.

Dankzij onze samenwerking heb ik ontzettend veel geleerd. Ondanks zijn verwarring beschikt hij over encyclopedische kennis van de wereldgeschiedenis en kan daar langdurig en uitgebreid over uitweiden. Ook weet ik nu hoe door een nieuwe bril tegen situaties en mensen aan te kijken, voor bij de eigen, begrensde professionele en persoonlijke kaders en optiek.

Met hem meelevend leerde ik hem en zijn situatie op verschillende manieren te beschouwen. Soms kan bijvoorbeeld uit het niets toch weer die andere deelpersoonlijkheid tevoorschijn komen, die compleet een andere visie ten beste geeft dan degene waarmee je tot dat moment in gesprek was, terwijl het om één en dezelfde persoon gaat. Daardoor kunnen opnieuw problemen ontstaan met zijn omgeving. Helemaal loslaten is daarom haast niet te verantwoorden. Persoonlijke ervaring met de client is in zo’n geval echt onmisbaar. Bijvoorbeeld, te weten met welk personage men op enig moment te maken heeft.

Elk deelpersonage vertelt vanuit een andere invalshoek uiteindelijk hetzelfde verhaal. Maar het is de kunst om naar alle verschillende facetten van de sten te kijken. Hoe het licht steeds anders valt, dit heb ik misschien nog het meeste dankzij hem geleerd.

  • Bron: Het nieuwe thuis – verhalen uit de praktijk | TalenTonen Zorg en ontwikkeling

Een veilig thuis

teenmom

  • Mag ik weg bij mama?

Wat zijn de dagelijkse dilemma’s uit de praktijk? Met verhalen uit de praktijk geven professionals van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond een inkijkje in het ingrijpende werk van een jeugdbeschermer. Hieronder het verhaal van Nesrin.

Ruby is een meisje van 16 jaar. Sinds een jaar ben ik haar jeugdbeschermer. Gistermiddag heb ik met haar afgesproken in het pleeggezin waar ze nu verblijft. Haar éénjarige zoontje, Damian, keek mij met stralende ogen aan. Wat een vrolijk ventje! Ik vind het zo knap hoe Ruby (met een beetje hulp van oma) voor hem zorgt, want achter Ruby schuilt een schrijnend verhaal.

Ruby vertelde mij gisteren dat ze graag professionele hulp wil om haar verleden een plekje te kunnen geven. Ik ga vanmiddag de aanmelding schrijven voor een psychologenpraktijk bij haar in de buurt. Hopelijk helpt de therapie haar om minder boos en verdrietig te zijn.  Ruby heeft – op zijn zachts gezegd-  geen gemakkelijke jeugd gehad. Helaas hebben de meeste kinderen die ik begeleid een moeilijke jeugd.

Ruby is hier dus één van. Toen Ruby nog maar vijf jaar oud  was, is zij voor het eerst onder toezicht gesteld. Mijn collega heeft haar gezin toen begeleid. De reden hiervoor was het problematische gedrag van de jonge Ruby waar moeder geen raad mee wist. In eerste instantie had de moeder van Ruby veel weerstand om onze hulp te aanvaarden. Moeder had geen vertrouwen in de hulpverlening. Uiteindelijk is het toch gelukt om samen te werken en konden we de onder toezichtstelling na één jaar gelukkig afsluiten. Het probleemgedrag van Ruby nam af en we zagen steeds meer een vrolijk jong meisje. In dat jaar heeft moeder veel geleerd over hoe zij met Ruby moest omgaan, adequaat straffen, belonen en structuur bieden. Geen gemakkelijke opgave voor een alleenstaande vrouw met psychiatrische problemen en een eigen belast verleden waarin zij veelvuldig mishandeld is.

Ik had zo gehoopt op een ‘zij leven nog lang en gelukkig’ einde maar helaas lukte het moeder niet om de positieve verandering vast te blijven houden. Ze  ontwikkelde een alcoholverslaving en kreeg relaties met de verkeerde mannen. Dit leidde tot huiselijk geweld en Ruby werd triest genoeg slachtoffer van seksueel misbruik. Tot overmaat van ramp belandde het gezin ook nog op straat.

Opnieuw kwam Ruby, toen zij dertien jaar oud was, onder ons toezicht te staan. Mijn collega heeft Ruby naar een crisisopvang gebracht, want helaas waren er geen familie of andere bekenden die haar een veilige plek konden bieden. We vinden het heel belangrijk dat kinderen bij hun ouder(s) blijven wonen, maar helaas is dit niet altijd veilig. Daarom onderzoeken we in zo’n geval of er opvang mogelijk is door familie of andere bekenden. Maar, voor Ruby was dit niet mogelijk.

Ruby heeft maanden in de crisisopvang gezeten. Ondertussen was moeder op weg om haar leven weer op de rit te krijgen. Ze verbrak haar relatie en overtuigde ons ervan dat ze de zorg voor Ruby met een beetje hulp weer aankon. Ruby ging weer bij moeder wonen.

Het is drie jaar later. Dit voorjaar heeft Ruby samen met een vriendin opnieuw aan de bel getrokken en de politie gebeld. De politie heeft Ruby opnieuw met ons in contact gebracht. Moeder was dronken en agressief naar haar vriend. Een onveilige situatie en voor Ruby een breekpunt. Zij heeft geen vertrouwen meer in verbetering. Ruby vraagt ons dus zelf of zij uit huis mag worden geplaatst. Er is teveel gebeurd.

Het gebeurt ons maar heel zelden dat een jongeren dit zélf vraagt. We beseffen ons maar al te goed dat dit een hele moeilijke uitspraak is voor een kind. Kinderen zijn over het algemeen loyaal naar hun ouders en de meesten willen thuis blijven wonen, hoe zorgelijk de situatie soms ook is.

Inmiddels wonen Ruby en haar zoontje dus in bij oma. Geen ideale situatie want oma woont in een klein appartement en is al best op leeftijd. Gelukkig kan ze Ruby en Damian tijdelijk een plek bieden, totdat er plaats is in de tienermoederopvang.

Het doet mij zo goed om te zien hoe Ruby nu haar eigen leven aan het opbouwen is. Ze gaat weer naar school en heeft vriendinnen. Haar kleine ventje Damian ontwikkelt zich goed en gaat naar het kinderdagverblijf als Ruby op school is.

Ik heb ondertussen regelmatig contact met Ruby, moeder en met oma. Moeder is het helaas niet eens dat Ruby bij oma woont. Zij wil dat ze weer bij haar komen wonen. Ruby ziet dit echter niet zitten , wij  niet en de kinderrechter ook niet.Het is niet voor te stellen dat je als moeder geen zorg meer kan en mag bieden aan je dochter (en kleinzoon), maar het echt beter zo.

Ruby is een heel zelfstandig meisje van 16 jaar die kiest voor de veiligheid van haarzelf en haar zoontje. Wat is ze volwassen. Wat heb ik hier veel bewondering voor!

  • Nesrin
    Jeugdbeschermer bij Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond

 

  • Vanwege privacy redenen is het verhaal geanonimiseerd.

Eerlijk zeggen

marfan

  • ‘Weten en begrijpen is genoeg’

Veronica Huveneers heeft de ziekte van Marfan, een chronische bindweefselziekte met grote risico’s voor haar bloedvaten, skelet en eigenlijk haar hele lichaam. ‘In 2007 scheurde mijn aorta, dat heb ik nauwelijks overleefd. Door Marfan heb ik dagelijks pijn aan mijn spieren en gewrichten en neemt mijn kracht af. Ik moet 24/7 met deze ziekte leven. Dat is voor anderen niet te bevatten.’

‘Naast de angst op nog een scheur in de aorta of het scheuren van het ruggenmergvlies/breken van rugwervels, ondervind ik dagelijks gevolgen. Ik heb altijd pijn, kan bijvoorbeeld niet lang stil staan en ben beperkt in mijn dagelijks leven.’

Andere belevingswereld

 ‘Eigenlijk heb ik nul tolerantie voor kleine ongemakken van anderen, letterlijk klagen over pietluttige zaken. Ik ben 100% afgekeurd voor werk en kinderen krijgen is een gepasseerd station. Ik ben zuinig op goede momenten en wordt steeds selectiever in wat ik doe en wie ik wil ontmoeten. Het is belangrijk dat dingen mij energie opleveren. Als ik genoeg puf heb, doe ik artistieke dingen zoals schrijven of boetseren. Ik ga vaker alleen naar muziekevenementen, waar ik van tevoren een zitplek regel. Soms ga ik met anderen uit en ga ik over mijn grenzen, en kost me dat meer energie dan dat het oplevert. De meesten hebben zo’n andere belevingswereld. Onhandige reacties maken dat ik mij nog eenzamer voel. Er wordt dan gezegd: ‘iedereen heeft wat’ of ‘’t komt wel goed’. Het ergste zijn adviezen over hoe ik beter kan worden. Het voelt als een ontkenning van mijn ziekte en de impact daarvan op mijn leven.’

Afstand

‘Ik word niet echt meer uitgevraagd, omdat het mij vaak niet lukt en ik toch een beperking vorm. Dat snap ik ook wel. Ik moet veel op één plek blijven zitten, terwijl anderen hier en daar willen babbelen of dansen. Zelf ga ik ook minder snel mee. Ik zit ongemakkelijk, drink niet mee en kom niet in hetzelfde jolige stadium. Soms voelt het fijner om thuis te blijven, maar het blijft lastig om de balans te vinden tussen sociaal zijn en dat lichamelijk en psychisch kunnen opbrengen. In contacten ontkom ik vaak niet aan het me beter voordoen dan het eigenlijk gaat, waardoor echte gevoelens verborgen blijven en ik toch een afstand ervaar. Gelukkig kan ik bij sommigen uit de intieme kring wel mezelf zijn en ontspannen. Ik app ook met een lotgenote. We voelen dezelfde doodsdreiging en begrijpen elkaar.’

Weten en begrijpen

‘Dokters benadrukken elke keer dat ze voor veel dingen geen oplossing hebben. Ze kijken naar het ziektebeeld, maar niet naar wat het met me doet en hoe ermee te leven. In het ziekenhuis start nu een project ‘mens achter de patiënt’. Dat is een goed initiatief, waaraan ik mee ga doen.’

‘Het beste wat mensen kunnen doen, is eerlijk zeggen dat ze niet weten wat ze moeten zeggen. Kom lekker naast me op de bank zitten om een film te kijken, of een kop thee te drinken. Ik hoef niet steeds het hele verhaal te vertellen. Het weten en begrijpen is genoeg. Zelf weet ik gelukkig steeds beter wat ik wil, en leer ik daarover te communiceren.’

  • Bron: Chronische ziekte en eenzaamheid Verhalen uit de praktijk – Patiëntenfederatie Nederland.

Het is zoals het is

pakezel

  • Het land te ver

Vader wilde een ezel. Hij stelde zich voor, dat hij in Nederland een transportbedrijfje zou beginnen. Zich niet bewust van het feit dat hij zich nu bevond in het logistieke Mekka van Europa, had hij zijn zinnen gezet op een traditionele pakezel. Hij kwam uit een compleet andere werkelijkheid, het eenvoudigste plattelandsleven uit Afrika denkbaar. Daar had hij veertig jaar in zeer arme omstandigheden een bestaan geleid in wat mensen in Nederland al de grootste vorm van armoede zouden beschouwen.

Na een leven in verschillende vluchtelingenkampen kwam het gezin in Nederland terecht. Een echtpaar met vijf jonge kinderen waarvan met name de vader grote moeite had om zich aan te passen aan de compleet nieuwe wereld waarin hij was beland. Niet ieder vluchteling kan zich eenvoudig aanpassen, in sommige gevallen blijkt de kloof in beginsel haast onoverbrugbaar.

Sommige dingen moet je echt tot in den treure blijven herhalen, echt keer op keer opnieuw uitleggen in de hoop dat het uiteindelijk een keer wordt geregistreerd: “Nee, de toeslagen zijn bedoeld om de zorgverzekering en de huur te kunnen betalen, het resterend geld dat je krijgt is daarbij bedoeld om je energie en waterrekeningen mee te betalen.” Vooral vader had er nogal moeite mee, de biljetten in zijn zak waren immers ook de bevestiging van zijn rijkdom, zijn status en ook zijn verantwoordelijkheid.

Vader had een dermate afwijkend beeld van een samenleving dat hij een beeldcrash onderging. De cultuurclash veroorzaakte een psychotische episode, hij is bijna een maand lang opgenomen geweest op een GGz-crisisopvang. Als begeleider heb ik hem daar vaak bezocht, waarbij hij mij bleef vragen waar zijn pakezel bleef, als een symbolisch houvast fungeren, als gedacht fundament om een nieuw bestaan op te bouwen. Als je in de begeleiding met zo’n grote kloof tussen verwachting en realiteit te maken hebt, is het een kwestie van veel geduld opbrengen, heel veel geduld. Steeds weer uitleggen hoe het in Nederland werkt. Ik had een goede samenwerking met de sociale dienst, we hebben korte lijnen: De dienst betaalt de huur, de zorgverzekering en de energiemaatschappij. Het resterend bedrag gaat naar het gezin als leefgeld, voor boodschappen en andere huishoudelijke posten. Maar vader had zich op enig moment toch weer rijk gerekend en een dure smartphone aangeschaft, met abonnement, plus verzekering. Het toestel werd als een pronkjuweel getoond bij mijn volgend huisbezoek.

Als begeleider kun je helaas niet ieder uur van de dag alles in de gaten houden. Door het veelvuldig gebruik van het toestel en het telkenmale opnemen van het geld, liepen de kosten hoog op. Er ontstonden schulden, die natuurlijk weer afbetaald moesten worden.  Al snel ontstond een onoverzichtelijke kluwen van afbetalingsregelingen. Vader kon en wilde het allemaal niet meer begrijpen. Moeder bleek echter wel over onvermoede talenten te beschikken, was een ster in hoofdrekenen, optellen en aftrekken. Ze onthield exact ieder bedrag, tot achter de komma. Vanaf toen werd zij in het gezin hoofd van de financiën.

Als strikt belijdend Moslim bezocht vader de moskee veelvuldig, soms wel vijf keer op een dag. Als begeleider ontdekte ik dat hij ook zijn oudste zoon vaak meenam naar de moskee. De school trok dan ook al snel bij ons aan de bel. Vervolgens in veel tijd gestoken in gesprekken thuis en werd duidelijk gemaakt dat zoiets als leerplicht in Nederland wettelijk van kracht is, dat dit ook een belangrijk recht is en dat hun kinderen zich moeten kunnen ontwikkelen, en verplicht op school moeten verschijnen. Hierin werd vader gelukkig goed bereikt, voortaan ging hij alleen naar de moskee.

In het kader van de inburgering kreeg de vader een werkervaringsplek. Hij kreeg een drukker leven, waardoor zijn schema van vijf keer per dag bidden in de war raakte. Met de bedrijfsleider werd door ons afgestemd om hem onder werktijd regelmatig rust te bieden teneinde hem zijn tien minuten bidden als meditatie ook gewoon te gunnen. In aanvang ging dat prima. Toen echter op zekere dag de bedrijfsleider met vakantie was, werd een vervanger aangesteld die niet op de hoogte was gebracht van de geldende afspraak. Vader heeft in een aanval om zich heen geslagen, met spullen gegooid en een complete ravage aangericht. Zijn werk was daardoor niet langer houdbaar en hij werd door de sociale dienst voorlopig vrijgesteld van arbeidsplicht. Sindsdien krijgt hij medicatie voorgeschreven om zijn emoties te reguleren.

Zo lijkt vader dan een schoolvoorbeeld te zijn van iemand, die men in de huidige termen als ‘niet leerbaar’ betitelt. Moeder en de kinderen hebben op dit gebied geen noemenswaardige problemen. Wij richten ons nu op stabilisering van de situatie. Het zo leefbaar mogelijk maken voor de vader, accepteren dat helaas niet iedere statushouder of vluchteling zonder meer ‘integreerbaar’ is. Inmiddels werkt moeder in en naaiatelier, gaan de kinderen keurig naar school, doen aan sport en beheersen de taal in woord en geschrift.

Uiteindelijk is wel bereikt dat ouders hebben aanvaard dat ze hier leven voor hun nalatenschap aan de kinderen. En wie weet, zal vader ooit geplaatst kunnen worden op een boerderij als dierverzorger.

  • Bron: Het nieuwe thuis – verhalen uit de praktijk | TalenTonen Zorg en ontwikkeling

Meer mogelijk met minder

onmogelijk.png

  • Meer mogelijk met minder dan € 80.000 per jaar

Naar schatting gaat tachtig procent van de vragen aan wijkteams over financiële problemen. Schulden vormen een dominante problematiek en belemmeren inwoners om mee te doen.

De sociaal werker komt langs bij een gezin, omdat moeder voor één van de kinderen een plek bij een gespecialiseerd activiteitencentrum op dertig kilometer van de woonplaats wil. De zorgorganisatie die het kind eerder behandelde heeft haar dat aangeraden. Tijdens het tweede gesprek blijkt dat het huishouden tevens kampt met oplopende schulden en de dreiging dat de huishoudelijk hulp die ze krijgen (i.v.m. een aandoening van moeder) wordt ingetrokken. In het gesprek lopen de emoties hoog op en blijkt onder de enkelvoudige zorgvraag een kluwen aan problemen te schuilen.

Een nadere analyse leert dat de overheid de afgelopen jaren structureel aan dit gezin circa € 80.000 per jaar uit heeft gegeven. Het gaat daarbij om verschillende zorgarrangementen voor de drie kinderen, schuldhulpverlening, uitkeringen, allerlei hulpmiddelen en woningaanpassingen, huishoudelijke ondersteuning en bijzondere bijstand. Er zijn in de afgelopen jaren vijf verschillende opvoedondersteunings-programma’s na elkaar ingezet, schijnbaar zonder overtuigend resultaat.

De sociaal werker zit met de handen in het haar: enerzijds wil het maar niet lukken om alle verschillende aandachtsgebieden goed in kaart te brengen. Steeds lijken er weer nieuwe ‘feiten’ op te duiken en moeten er oplaaiende veenbrandjes geblust worden: een week later dreigt de deurwaarder langs te komen en weer een week later belt moeder in paniek dat vader zijn spullen heeft gepakt. Anderzijds heeft de sociaal werker moeite om bij de instanties een voet tussen de deur te krijgen. Zo is de gemeentelijke kredietbank niet bereid mee te werken aan de voorgestelde schuldhulpbegeleiding, omdat het gezin al eerder een dergelijk traject heeft doorlopen. En zonder hard bewijs weigert de deurwaarder de beslagvrije voet aan te passen. Ook belt de zorgorganisatie die het activiteitencentrum heeft aanbevolen, maar die belt niet terug. Van hen wil de sociaal werker weten waarom deze aanbeveling is gedaan, zonder overleg met de sociaal werker. Nu loopt deze immers achter de feiten aan en is het gesprek over de meest passende oplossing mosterd na de maaltijd.

De alternatieve oplossing is dat de sociaal werker mandaat heeft om andere instanties mee te laten werken. Door bijvoorbeeld de schulden tijdelijk ‘te bevriezen’: de stress van de financiële problemen neemt dan af, zodat in rust gebouwd kan worden aan een adequate oplossing.

  • Bron: “Doen wat nodig is | Experimenten die maatwerk mogelijk maken” | Inclusieve Stad – City Deal Een samenwerking tussen de gemeenten Eindhoven, Enschede, Leeuwarden, Utrecht, Zaanstad en het Rijk in het kader van Agenda Stad.

Beter voor minder

adolescents.png

  • Betere oplossing voor € 3.300 per maand minder kosten

Dit is een voorbeeld dat – met een beetje zoeken samen met een collega die verstand heeft van de regelingen – wel degelijk een passende oplossing mogelijk is, waar die eerst (‘er kan geen uitkering worden verstrekt’) lijkt afgesloten.

Een gescheiden moeder heeft twee zonen van 17 en 15 jaar oud. De beide zonen groeien op in een zeer onveilig pedagogisch klimaat. Er is over en weer sprake van psychische mishandeling. Moeder geeft de jongens (te) veel vrijheid, maar eist tegelijkertijd veel aandacht op. De oudste zoon volgt op dit moment een opleiding ‘administratief medewerker’ op het ROC. Als hij het niet redt, komt hij thuis te zitten waardoor de situatie dreigender wordt met vermoedelijk uithuisplaatsing (begeleid wonen) tot gevolg. Hoewel nog niet aan de orde, is de verwachte situatie onwenselijk en betreft het een dure oplossing (ca. € 4.600 per maand) met weinig perspectief. Een uitkering is onmogelijk, omdat de zoon nog geen achttien is.

Om de situatie te doorbreken is er een aantrekkelijker en goedkoper alternatief mogelijk. De oudste zoon kan met behulp van studiefinanciering op zichzelf gaan wonen. Een op het eerste gezicht simpel alternatief, maar zeer kwetsbaar. Hij is er eigenlijk nog niet aan toe. Ook de nodige aanloopkosten kan de zoon niet zelf betalen. Het andere broertje kan weer bij zijn vader gaan wonen. Vader hanteert een strenge opvoeding waar de jongen zelf wel weer aan toe blijkt te zijn.

Voorstel is om voor de oudste zoon DUO aan te vragen in combinatie met het verstrekken van leenbijstand voor de kosten voor het op zichzelf gaan wonen (borg huur, meubilair et cetera). Deze leenbijstand wordt na anderhalf jaar kwijtgescholden als hij het goed doet op school, een bijbaantje heeft en zijn financiën op orde heeft. Gezien de kwetsbare situatie zal er de eerste tijd sprake zijn van een aantal uren professionele ondersteuning. Kosten: eenmalig  € 2.000 leenbijstand (schatting) en daarna € 1.000 per maand DUO en € 300 per maand voor ambulante begeleiding. Al met al een besparing van ca. € 3.300 per maand, voor een betere oplossing!

  • Bron: “Doen wat nodig is | Experimenten die maatwerk mogelijk maken” | Inclusieve Stad – City Deal Een samenwerking tussen de gemeenten Eindhoven, Enschede, Leeuwarden, Utrecht, Zaanstad en het Rijk in het kader van Agenda Stad.

Leven is een kunst

moeder zoon

  • Samen alleen op de wereld

De moeder en de zoon konden geen van beiden aanvaarden, hier in Nederland te zijn beland. Ze wilden niets liever dan terug naar het land van herkomst, maar de nog altijd voortdurende oorlog aldaar maakte dat onmogelijk. Zij, in de zestig, was ruim zes jaar na haar zoon in Nederland aangekomen. Ze deelden samen een klein appartement, waar hij inmiddels al tien jaar bivakkeerde. Ze leefden vrijwel geïsoleerd van de samenleving, daarbij kampten ze zowel met lichamelijke als met geestelijke problemen. E waren samen volstrekt eenzaam.

Moeder verloor de wil verder te leven en poogde haar zoon mee te slepen in een zelfmoordpact. Hij kreeg dar gaandeweg ook sterk de neiging toe. Ze werden bij mij aangemeld via de GGz. De psycholoog had mij gevraagd om haar nadrukkelijk onder mijn hoede te nemen. Ruim twee jaar heb ik moeder en zoon begeleid.

Bij de kennismaking zag ik een vrouw die nauwelijks meer leek te kunnen bewegen, hoewel bij nader inzien het merendeel van haar klachten van psychosomatische aard bleek. Ze beschouwde zichzelf als mens totaal mislukt. Ze naam haar zoon in alle opzichten daarin mee.

Ik wist dat ik snel intensief zou moeten investeren om haar vertrouwen te winnen. Ik regelde op de korst mogelijke termijn een psychiater, een fysiotherapeut, een tandarts en een huisarts die haar moedertaal spraken. De taalbarrière en communicatiekloof waren mede debet aan hun isolement, waardoor ze weer in een neerwaartse spiraal van zelfmoordgedachten waren beland.

Soms voelt het als begeleider gewoon in elke vezel alsof je nu acuut het water in moet springen, omdat iemand anders zonder twijfel verdrinkt. Tot je weer beseft en ervaart dat deze processen meer gebaat zijn bij een geleidelijke benadering. Moeder had veel overgangen doorstaan in verschillende levensfases en daar bovenop kwam de ongewilde migratie. Dat leidt tot stapeling van trauma’s. Gestagneerd in de separatiefase was ze verkeerd onthecht geraakt. Ze had nooit volwaardig afscheid genomen en werd gekweld door alles overheersende schrijnende gevoelens van verlies.

Ik kwam vaak meerdere keren per week bij haar thuis. Observerend hoe zij haar leven leidde. Op zich ging niets dramatisch fout, maar ook niets heel opvallend goed. In positieve zin had zij bijvoorbeeld geen schulden. Maar er was wel steeds die donkere wolk die alles in haar leven overschaduwde.

Ik nam mij voor haar nieuwe dingen aan te reiken. De methode die ik daartoe heb ontwikkeld is gericht op het ‘nu. Ik heb haar bepaalde instrumenten aangereikt om die methode toe te passen. Het gaat daarbij om het vinden van een andere kijk, zowel op de buitenwereld als op jezelf. Een bepaalde gedachte daarbij is dat het oordeel van anderen vaak veel te zwaar weegt voor de nieuwkomers.

Ik heb haar ingeprent dit echt los te laten, om echt voor haarzelf te leven. Veel nieuwkomers zijn niet in staat uit zichzelf de uitdaging aan te gaan of zichzelf hoop te bieden. Met deelnemers wordt een band opgebouwd door samen activiteiten te ondernemen in de Nederlandse samenleving. De cultuur van het eigen land wijkt soms te sterk af van het beeld dat men hier krijgt voorgeschoteld.

Waardoor zijn jouw dromen vastgelopen? Daar draaide het allemaal om. In de gesprekken haalde zij uit het verleden wel goede herinneringen maar gaf bij herhaling aan dat ze nu gewoon te oud is. Het is maar een gevoel, hoe oud je bent, hield ik haar voor. Voor de lichamelijke problemen waarmee ze kampte konden de artsen geen medische oorzaak vinden. Het was een vorm van negatieve aandacht vragen. Ik kon haar dit negatieve gedrag tot op zekere hoogte helpen ombuigen, door haar te helpen leren de focus te richten op het ‘nu’. Daarbij liet ik haar natuurlijk, waar nodig, de ruimte om dat zelfstandig te overdenken.

Het is zinnig om je hele staat van zijn de revue te laten passeren en om terdege te kijken wat en waar het mis kan zijn gegaan. Ik hield haar wel voor dat ik haar slechts kon bijstaan met veranderingen in het heden en naar de toekomst. Gebeurtenissen en handelingen in het verleden kon ik niet ongedaan maken. Zo zocht ik met haar samen de weg uit het negatieve. Ik nam haar soms mee uit eten in een leuk restaurant, we bezochten mooi aangelegde parken, wandelden in het bos, langs de branding aan zee, of gingen zwemmen en beleefden de natuur om ons heen. Ik troonde haar ook wel mee naar de markt en daagde haar uit daarbij zelfstandig te onderhandelen over de prijs van een aankoop.

Haar zoon heb ik steeds sterk gestimuleerd om zijn eigen leven te gaan leiden. Zijn moeder claimde hem te veel. Omdat zij hem als alleenstaande moeder opvoedde. Voelde hij zich op zijn beurt verplicht, haar voor altijd tot steun te zijn. Hij kon en wilde haar niet verlaten of zichzelf zelfstandig, los van haar zien. Als hij aangaf het liefste dood te willen, had ik soms wel moeite om mijn eigen emoties in bedwang te houden.

Ik gaf dan duidelijk aan dat ik niet kon dulden dat hij zo sprak, dat hij echt een station verder moest, nog een toekomst voor zich had. Naar moeder koppelde ik de gewetensvraag terug, dat zij niet zo sterk egoïstisch moest zijn. Dat zij zich beter bewust moest zijn van de invloed die een moeder heeft op haar kind, die ze immers zelf het leven heeft geschonken. Dat ze moest leren nadenken over de invloed die van haar woorden en gedrag op hem uitging. Dat het zaak was elkaar liefde te geven, geen verbinding te zoeken in angst maar juist in verbondenheid.

De zoon is gelukkig losgekomen van zijn moeders negatieve beïnvloeding., vond een zelfstandige woning en is inmiddels afgestudeerd in vliegtuigbouwkunde op mbo-niveau. Voor haar vond ik een aanleunwoning, heb thuiszorg geregeld en een ook taalcursus Nederlands.

Na ruim twee jaar heeft mijn inzet als begeleider zodoende opgebracht, dat een vitaal toekomst perspectief is gevonden. Onderweg ben ik wel eens de wanhoop nabij geweest. Dan komt het wijze gedachtegoed van een aantal filosofisch ingestelde dichters, bij wie ik graag te rade ga, meestal goed van pas. Iemand opwekken, stimuleren om zelf bewuster na te denken. Juist niet alles voor iemand zoals zij te regelen. Waar zij aangaf ‘ik wil dood’, hield ik haar voor, dat het leven een kunst is, een ultieme creatieve uitdaging.

Het besef daagde tenslotte ook bij haar, zij uitte zelfs dankbaar te zijn in Nederland te mogen leven.

  • Bron: Het nieuwe thuis – verhalen uit de praktijk | TalenTonen Zorg en ontwikkeling