Een smakelijke mijlpaal

appeltaart

  • Eenvoudig als appeltaart

Ze was al over de zeventig. Een fragiele vrouw die de Nederlandse taal nog steeds niet beheerste, hoewel ze hier al veertig jaar leefde. Ze had het zwaar gehad tijdens het huwelijk met haar eerste man, die haar regelmatig zeer ernstig had mishandeld. Hij had het haar verboden om zelfs maar naar buiten te gaan. Zo leefde ze jarenlang als een gevangene achter haar eigen voordeur. Ze kampte dientengevolge met diverse trauma’s, een Post Traumatische Stress Stoornis, leed aan depressies en rookte veel.

Inmiddels was haar eerste man overleden. Ze hadden nooit kinderen gekregen, die ten minste nog een beetje voor haar hadden kunnen zorgen. Ook gezien haar leeftijd was de grootste uitdaging om in haar iets van levenslust op te wekken.

Verder speelde nog die communicatiekloof. Naast dat ze de Nederlandse taal niet sprak, was ze ook laag geletterd. Ik werd ingezet door de bijstandsconsulent van de gemeente, voor wie mijn ondersteuning een welkome aanvulling was en met wie ik een prima samenwerking wist op te bouwen.

Via de moskee had mevrouw inmiddels haar tweede man ontmoet waarmee ze volgens de Sharia wetgeving in het huwelijk trad. Ze werd in veel opzichten meteen sterk afhankelijk van haar tweede man, zoals voor de administratie en al gauw waren financiële problemen ontstaan. Bij de rechtbank was vastgesteld dat de man zijn vrouw geld afhandig had gemaakt. Een onafhankelijke bewindvoerder moest toezien dat zoiets zich niet nog een keer voordeed.

In die periode ontmoette ik ze beiden. Al meteen tijdens mijn eerste kennismaking kwamen de onderlinge spanningen naar voren. Meneer had het voortdurend over geld, mevrouw kwam niet aan het woord. Hij kapte haar steeds af zodra ze maar iets wilde zeggen. Haar bijdrage aan de eerste gesprekken bestonden uit het voorzichtig uitgebrachte woordje “dag”. Dar bleef het bij.

Tijdens de huisbezoeken werd de tijd verder voornamelijk gevuld met de luide protesten van meneer. Hij zag in feite iedereen die namens een instantie door de voordeur kwam aan voor een vijandelijke spion. Ondertussen zocht ik naar manieren om toch enig contact te leggen met mevrouw. Steeds heb ik zoveel mogelijk respect geëtaleerd naar hen beiden.

Ik ben bekend met de cultuur van hun land en ik had geleerd hoe men zich afstemt met andere omgangsvormen. Iedere dinsdagochtend had meneer bezigheden buitenshuis en ik vroeg hem op een passend moment omzichtig om toestemming, of ik mevrouw dan misschien zou kunnen bezoeken. Hij ging daarmee akkoord en ik heb mij zodoende aan die dinsdagochtenden gehouden. Zo lukte het om een vertrouwensband met mevrouw op te bouwen zonder dat zijn vertrouwen in mij in het geding kwam. Stukje bij beetje kwam het gesprek op gang, over haar land, de cultuur aldaar, op zoek naar bevestiging van vertrouwen. Met dat ze iets meer begon te vertellen kwam dat een klein beetje vrij. Op televisie was een dramaserie uit haar land van herkomst die ze volgde. Ik heb de complete serie meteen aangeschaft vanaf seizoen één en ben ook gaan kijken thuis. Hierdoor kon ik mij verder inleven in haar taal, cultuur en gebruiken, de typische uitdrukkingen en me zodoende een beetje de manier van denken, doen en laten eigen maken.

Het bleek onmisbaar om echt goed begrijpelijk met haar te kunnen communiceren. Ik had een opening gevonden om haar te laten vertellen. Zo brachten we elke week twee uurtjes samen door en maakten een vervolgafspraak voor de week erop.

De bewindvoerder en de bijstandsconsulent hadden ondertussen in toenemende mate moeite met de houding en het gedrag van meneer. Hij maakte zich zeer snel boos en zette dan op het gemeentehuis de boel op stelten. Hij riep kwaad om het geld, meer dan eens met zijn wandelstok om zich heen zwaaiend. Elke keer was het wel weer iets, dat hem in het verkeerde keelgat schoot. Of het ging om het kwijtschelden van de kosten voor de bewindvoerder, dan weer om de hoogte van de maandelijkse aflossing van de schuld waar ze de rest van hun leven aan vast zaten, het was elke keer bal.

Na verloop van tijd kreeg ik wat meer vat op de situatie., diplomatiek pendelend tussen hem, de bewindvoerder en de gemeente, zolang als het maar nodig was, waardoor het naar alle kanten uiteindelijk goed is afgestemd.

De band met mevrouw ontwikkelde zich ondertussen positief. Elke dinsdag leek ze weer wat verder op te leven als ze de deur voor me opendeed. Was in het begin de dramaserie een handige insteek om haar aan het woord te krijgen, inmiddels praatte ze uit haarzelf zonder aansporing honderduit. Wat wel zo bleef was dat zodra meneer thuiskwam en ons zo open in gesprek meemaakte, hij direct in zijn vertrouwde gewoonte verviel om haar subiet af te kappen. O zeker moment wierp ik de schroom van mij af en vroeg meneer op de man af voortaan een ogenblik beleefd te wachten tot we uitgesproken waren.

Ik legde daarbij duidelijk de nodige tact aan de dag en droeg zorg meneer daarna altijd te vragen wat hij had willen zeggen. Na dit zo een aantal malen te hebben meegemaakt ben ik wel zo direct geweest aan te geven dat het geen manier van doen was, haar zo de mond te snoeren en met haar om te gaan.

Tijdens één van onze dinsdagochtenden kwam meneer onverwachts eerder thuis en naam plompverloren plaats naast ons op de bank voor de televisie. Mevrouw bracht uit dat ze toch opeens zo’n zin in haart had, waarop meneer spontaan naar de winkel toog om met appeltaart terug te komen. Hij heeft vervolgens zelfs thee voor ons gezet. Ik heb hem overladen met complimentjes en niet onder stoelen of banken gestoken hoe geweldig aardig en attent ik dat van hem vond. Of dit een keerpunt was? Sindsdien hem ik meneer in elk geval zijn vrouw nooit meer horen afkappen.

Met een van hoop vervuld hart voelde ik me bemoedigd om mijn begeleiding met hernieuwd plezier voort te zetten. Want het werk is nooit af en het blijft bijvoorbeeld zaak dat mevrouw elke vorm van stress vermijdt. Dat is ten eerste slecht voor haar bloeddruk, maar door haar mentale kwetsbaarheid verliest ze ook makkelijk het zicht op de werkelijkheid.

Ze zijn op vakantie gegaan naar hun land, een zomer lang. Ze hadden een heel fijne reis. Ze hebben me samen alle verhalen verteld en de foto’s laten zien, ze praatten daarbij honderduit door elkaar en het plezier straalde ervan af.

Als begeleider kun je soms in alle bescheidenheid toch heel veel bereiken, heel vaak een kwestie van één stap tegelijk zetten. Dan is soms iets zo eenvoudigs als appeltaart een mijlpaal van jewelste.

  • Bron: Het nieuwe thuis – verhalen uit de praktijk | TalenTonen Zorg en ontwikkeling

Kijken naar jezelf

verrekijker

  • De omgekeerde verrekijker

Ik had al diverse keren aangebeld bij hem voor een nadere kennismaking, maar hij deed tot dan toe nooit open. Zo’n eerste contact, het worden toegelaten om binnen te komen, is echt een bepalend moment. Hij keek mij langdurig aan en nam me aandachtig op, met doordringende blik, één die je nog lang bijblijft, om ten slotte te verklaren: “Ik zie in jouw ogen dat ik jou kan vertrouwen.” De eerste stap was gezet, ik was de drempel over, letterlijk.

De GGZ had mij gebeld over een jongeman, die aan ernstige depressies leed en daarvoor ook medicijnen gebruikte. Hij leefde geïsoleerd, wilde met niemand contact onderhouden, was diep ongelukkig en kampte met een oorlogstrauma. Hij was alleen in Nederland, als enige van zijn familie en miste zijn moeder, die was achtergebleven in et land van zijn herkomst. Liefst zou hij haar ook naar Nederland halen, maar dat behoorde niet tot de mogelijkheden, een gegeven waar hij emotioneel slecht mee om wist te gaan.

We richtten ons samen op het verbeteren van de samenwerking met de bijstandsconsulent van de gemeente en met de medewerker van Vluchtelingenwerk. Dat kreeg steeds beter gestalte. Om sociaal en persoonlijk te functioneren was hij sterk afhankelijk van een hoge dosis medicijnen: een goed contact met de huisarts had dan ook hoge prioriteit. In veel gesprekken kwam het onderwerp van die medicatie aan bod, ook het afbouwen daarvan. Verder werkten we aan een mentale omslag: hoe oplossingsgericht te denken in plaats van probleemgericht.

Naarmate het proces vorderde leerde hij zichzelf meer en meer vanaf de buitenkant te bekijken. Tot die omslag zich voltrok werden zijn gedachten meest gestuurd door gevoelens van verlies, pijn en verdriet, waarbij het missen van zijn moeder ook steeds weer opspeelde. De begeleiding bestond er ui hem veel aan het woord te laten, echt te laten vertellen, om hem goed te leren kennen. Daarbij was het zaak om vertrouwen op te bouwen, door de gemaakte afspraken strikt na te komen en mijn woord gestand te doen.

“Vertrouwen komt te voet, maar gaat te paard”, zo klinkt de uitdrukking, dat was iets wat zeker voor hem gold. Ik diende hem zo open mogelijk te benaderen, wilde ik dat hij mij als zijn begeleider zou aanvaarden, als zijn ‘anker’ te zien. Ik moest me heel bewust blijven om geen verborgen dimensies te representeren of dubbele agenda te voeren, zoiets had hij zeker aangevoeld.

Hij vertelde continu over zichzelf vanuit de dimensie “Ik ben ziek.”. Ik hield hem daarover voor, dat hij als de geestelijke observator van zichzelf dan ook een gezond perspectief kent. Ten tweede zei ik: “Je kunt de verrekijker ook omkeren, hem niet alleen richten op het verleden, maar proberen te richten op het huidige moment, het hier en nu en je plek in Nederland”. Een beeld om hem duidelijk te maken: “Je bent nu hier, op deze plek en wat je hier doet, maakt wie je bent. Ontdek jezelf, zie in wie je bent door te zien waar je bent, wat je hier kunt doen”.

Hem meer bewust makend van het feit dat hij hier in een heel andere maatschappij is, waar hij andere doelen kan stellen, waar nieuwe kansen liggen, in een land waar hij echt vrij kan zijn.

Hij is diepgelovig en belijdend moslim. Hij bleek op zeker moment ook te zijn benaderd door fundamentalistische moslims. Ik bleef ook in die fase, door dat proces heen, intensief met hem werken. We hebben samen gevast tijdens de ramadan, ik bracht respect op voor zowel zijn persoon als voor zijn geloofsopvatting. Ondertussen bleef ik de lijn vasthouden: De nadruk leggen op een kernboodschap, dat het niet slechts gaat om ‘wie je bent’, als in ‘waar je vandaan komt’, als houvast uit het verleden, maar dat ‘waar je bent’ minstens zo belangrijk is, en dat vanuit dit hier en nu, vanuit jouw persoonlijke wil te bepalen is ‘hoe jouw toekomst hier er uit zal zien.’. Vanuit deze drie componenten, dit proces van zelfrealisatie, is hij zich onder meer bewust geworden van het feit dat de radicale islam hem niets te bieden heeft.

Het besef drong door dat hij als moslim, met in inachtneming van alle daarmee verbonden normen en waarden, binnen de Nederlandse maatschappij alsnog zijn persoonlijke doelen zal kunnen bereiken en vervullen. Nederland is daarmee dan ook voor hem niet langer enkel een afstandelijk land van regels en betalingen maar ook een omgeving die mogelijkheden en kansen biedt. Het was voor zijn proces echter wel van cruciaal belang om hem continu dat meerzijdige beeld voor te houden.

Als begeleider is het soms zaak om mensen een spiegel voor te houden, waarin mensen zichzelf opnieuw ontwaren, in een volslagen nieuwe leefomgeving. De re- en integratiefase, waarin iemand zich opnieuw zal moeten enten, gaat ook over hoe je persoonlijk actief kan afstemmen op een compleet gewijzigde maatschappelijke ordening. Deze overgang is in zijn geval zeer succesvol verlopen. Hij ontwaarde op enig moment: “Ik ben zelf meester van mijn geest en van mij hart”.

Hij leerde, dankzij dit te ervaren, dat voor vrijwel elk probleem oplossingen bestaan en dat hij zelf zijn richting bepaalt. Het is een machtige uitdaging om jouw eigen persoonlijk talent nar boven te halen. Dat potentieel te helpen ontsluiten. Want ook hij was zich ervan bewust, dat om zijn doelen te bereiken, hij zelf de ladder daartoe uiteindelijk zelf zou moeten beklimmen. Zo had hij de diepgewortelde wens om ontwerper te worden.

Hij voltooide zijn inburgeringstraject met succes. Omdat hij zich graag inzet voor de gemeenschap heeft hij op verschillende plekken vrijwilligerswerk gedaan. Het bracht hem ook weer onder de mensen en hielp hem om uit zijn isolement te raken. Vervolgens kwam hij in contact met een bedrijf dat hem een werkervaringsplek aanbood.

Inmiddels is hij werkzaam bij weer een ander bedrijf, met een in eerste instantie tijdelijke aanstelling. Het contract voor onbepaalde tijd ligt al klaar, inclusief een door de werkgever betaalde opleiding. Binnenkort zal ik mijn begeleiding beëindigen, vervuld van een groot gevoel van voldoening.

Deze jongen is geslaagd, hij sprankelt echt en schittert van zelfvertrouwen.

  • Bron: Het nieuwe thuis – verhalen uit de praktijk | TalenTonen Zorg en ontwikkeling

ouderlijk gezag

  • Rug recht in de rechtbank

Wat zijn de dagelijkse dilemma’s uit de praktijk? Met verhalen uit de praktijk geven professionals van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond een inkijkje in het ingrijpende werk van een jeugdbeschermer. Zoals met het verhaal van Emma.
Al drie maanden is deze procedure aan de gang. Ik ben bij zitting nummer drie omdat de rechtbank eerder niet tot een besluit kon komen. Niet zo gek, want een gezagsbeëindiging uitspreken doe je niet wanneer er ook maar 1% twijfel is.
Wie denkt dat vragen aan de rechtbank om een ouder gezag af te nemen een routine-klusje is voor de jeugdbeschermer, onderschat hoe zwaar ons werk is. Dit is niet iets wat de gemiddelde jeugdbeschermer fluitend doet. Het laat mij alles behalve koud en ik kan lang aanhikken tegen zo’n zitting. Ik zie het verdriet van een moeder en de spanning bij de betrokkenen. Ik ben mij sterk bewust van de impact van ons werk.
Berusting is wat er moet komen. Berusting voor de hoofdpersonen in dit verhaal. Twee lieve kinderen van zeven en vijf jaar, moeder, vader en oma. Berusting over de woonplek van de kinderen. Voor nu tot aan volwassenheid.  En gelukkig krijgen zij nu wat ze zo nodig hebben na hun valse start in hun leven. Namelijk, veiligheid en stabiliteit bij oma; de plek waar zij zich na vijf jaar eindelijk thuis beginnen te voelen.
Moeder heeft hard gevochten. Er is niet goed voor haar gezorgd toen zij zelf nog een jong kind was. Ook zij heeft een valse start gehad in het leven. Ook zij was ooit slachtoffer en is ernstig beschadigd. Moeder  was een angstige  instabiele vrouw van wie haar emoties alle kanten uit gingen. Van wanhoop naar vrees, van verdriet naar boosheid, van intense liefde naar knetterende haat. Altijd in strijd met zichzelf en de mensen om haar heen. Soms tot het punt van schreeuwen en fysieke agressie.
Moeder is gegroeid door de jaren heen. Ze heeft meer en meer controle gekregen over haar grillige emoties en over haar leven. Dat is mooi om te zien. Ik zeg het haar vaak, ik hoop dat ze me hoort.
Waarom deze vrouw dan toch “straffen” met het afnemen van haar gezag? Want dat is hoe moeder het voelt. Waarom dan nu? Het antwoord is; haar instabiliteit is onveilig voor de kinderen. Al die stress en heftige emoties van hun moeder, het maakte ze angstig en onzeker. Jaren later zijn deze sporen nog duidelijk zichtbaar in hun gedrag. Mama houdt veel van ze, maar dat maakt alles ook zo ingewikkeld.  Mogen ze wel blij zijn met hun nieuwe eigen  kamer bij oma, maken ze mama daar niet verdrietig mee?
We vragen van deze moeder het allermoeilijkste; stoppen met vechten en berusten. In het belang van de kinderen.
In de rechtbank staat een gespannen moeder, naast een intimiderende advocaat, klaar voor een strijd. Ik lieg als ik zeg dat zo’n toga mij niets doet. De rechtbank is veel meer het terrein van de advocatuur. De advocaat geeft mij, met een strenge blik, een hand. De toon is gezet.
Ik heb mijn betoog uitgeschreven. Ik ben gespannen en dan is het moeilijk om in de rechtbank onze visie helder en sterk neer te zetten. Wij zijn er voor het belang van de kinderen. Het blijft een imponerende setting. Deze kinderen hebben het nodig dat ik mijn werk goed doe vandaag, dat ik geen steken laat vallen.
Ik hoop dat mijn betoog ook recht doet aan de sterke vrouw die moeder inmiddels is. Ook al staat het bijna haaks op ons verzoek.
De rechter doet uitspraak. Hij beëindigd moeders gezag. De kinderen zullen opgroeien bij oma. Links van mij zit een ontroostbare moeder. Achter mij voel ik de opluchting van oma en de vader van de kinderen. Hoewel ik tevreden ben over de uitspraak van de rechter, verlaat ik de rechtbank met een bedrukt  gevoel.
Het is twee weken na de zitting en moeder komt vandaag voor het eerst weer op gesprek bij mij. Een bekende van de moeder heeft mij erop geattendeerd dat moeder haar verdriet en boosheid grof heeft geuit op social media. Moeder zou het liefst mijn keel dicht knijpen. Ik herken hierin haar impulsiviteit en heftige manier van reageren. Een post op social media is zo geplaatst, met één klik. Ik had het liever niet geweten.
Zou ze op de afspraak komen? Hoe zit ze erbij? Ik vind het moeilijk om in te schatten hoe dit gesprek gaat verlopen.
Moeder komt binnen en geeft mij gespannen een hand. Ze uit haar verdriet en boosheid. Ze praat snel en luid met wilde armbewegingen. Ze struikelt soms over haar woorden. Ik geef haar de ruimte. Ik probeer nogmaals zo goed mogelijk antwoord te geven op haar vragen en haar gerust te stellen. We zetten haar niet op een zijspoor, ze is en blijft de moeder van deze twee kinderen. Ze is belangrijk. Ik vraag haar of ze in hoger beroep zal gaan. Ze zegt; “oma zorgt goed voor mijn kinderen. Dat weet ik echt wel, hoe pijnlijk ik dit ook vind. Ik stop met dit gevecht. Ik moet het een plekje gaan geven.”

Wat is ze een goede moeder geworden… Ik hoop dat ze zich dat beseft.

  • Emma
    Jeugdbeschermer bij Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond

 

  • Vanwege privacy redenen is het verhaal geanonimiseerd.

Veilig thuis

violence

  • Het pardon van de generaal

Wij zijn begeleiders. Wij ondersteunen mensen bij het oplossen van hun problemen, voor zover mogelijk althans.

We werden in eerste instantie in gezet door het Centrum voor Jeugd en Gezin. Twee zoons hadden problemen op school. Ze werden gepest op de taalschool. De jongste kampte daarbij met veel frustraties, wist zich slecht te uiten, al helemaal in de Nederlandse taal. Hij gedroeg zich bij vlagen agressief en liep dan ook wel weg van school. Als begeleiders hebben wij uitgebreid gesprekken gevoerd met de leerkrachten. Na overleg werd gekozen voor speltherapie.

De problemen in het gezin leken zich te centreren rond de vader. De vader was militair geweest in hun land van herkomst. Als militair had hij veel strijd gezien in verschillende conflictgebieden. Zoals van een militair wel te verwachten valt, was hij zeer autoritair, zijn woord was wet. Als hij een opdracht gaf was dat altijd in de vorm van een bevel. OP zekere dag keerde de situatie zich tegen hem, ten gevolge waarvan hij een jaar gevangenisstraf kreeg opgelegd. De gebeurtenissen zetten het gezin uiteindelijk aan tot een vlucht naar Europa.

De moeder van het gezin is een nette en oprecht welwillende vrouw, die alle bereidheid toont om te integreren en in Nederland een nieuw leven op te bouwen. Zij kwam na een zware tocht als eerste aan in Nederland, vergezeld van haar jongere broer. Haar twee zoons waren vooralsnog achtergebleven bij hun grootmoeder, het gezin werd later herenigd. Zij was behoorlijk trots op die prestatie en heel gelukkig dat de gezinshereniging zo goed was gelukt. Ze pakte de zaken voortvarend aan en met toenemend zelfbewustzijn.

Toen ik haar ontmoette sprake ze al een klein beetje Nederlands. Naarmate ze de taal steeds beter onder de knie kreeg had ze ook snel in de gaten dat je in Nederland met allerlei instellingen, hun regels en regelingen te maken hebt. Dat daarbij een goed gevoerde financiële administratie heel belangrijk is. Ze nam daarin het voortouw, boven haar man. Hij kon dat maar slecht verdragen. Hij was analfabeet en overzag niet wat daarbij kwam kijken. Hij begreep niet waar het geld dat maandelijks binnenkwam allemaal naar toe ging.

Haar succesvolle integratie vormde in zijn beleving een bedreiging voor zijn status, als gezinshoofd. Het leidde tot wantrouwen en spanningen. Dat was lastig. Moeder was bovendien kort na de hereniging in verwachting geraakt van de tweeling en de omstandigheden vroegen om een intensieve begeleiding. Een begin van vertrouwen tussen ons en het gein was gelukkig snel tot stand gebracht.

Vanuit ons team werd een begeleider ingezet die hun taal sprak en bekend was met cultuur en zeden. Hij kreeg al snel een vertrouwensrol en werd als een soort wijze oom geaccepteerd in het gezin. Aanvankelijk leek alles goed te verlopen. De gezinsleden waren positief betrokken bij de inmiddels snel naderende komst van de tweeling. Wij hadden in rap tempo de kraamzorg geregeld, een bedje aangeschaft en hielpen bij het nodige overleg met huisarts en ziekenhuis. Wij kregen steeds meer regietaken.

De tweeling werd te vroeg geboren. De bevalling was zwaar. Onze begeleider heeft op afstand gedurende de hele nacht telefonische bijstand gegeven en daarbij ook tussen de artsen en ouders intensief getolkt. Als begeleider is zoiets een hele gebeurtenis, een indringend proces waarbij het niet mogelijk is geen emotionele betrokkenheid te tonen. Vanaf dat moment werd de begeleider voor het gezin een welhaast onmisbare factor, als ondersteuner bijna lid van het gezin.

De eerste vier weken lagen de baby’s, twee meisjes, in de couveuse. Vader en moeder konden daar niet bij blijven maar elke dag gingen ze trouw en bezorgd langs in het ziekenhuis. Met haar jongere broer, waarmee de moeder de eerste reis naar Nederland had volbracht, was de band op eenzelfde manier door de gedeelde ervaring sterk gehecht geraakt. Tot dat moment woonde hij ook nog bij het gezin in huis.

Nadat de meisjes goed en wel gezond thuis waren gekomen kreeg ze haar handen meer dan vol aan het zorgen, voeden en verschonen. De steun van haar broer was onmisbaar en de band werd zodoende ook steeds hechter. Hij ontfermde zich als een toegewijde hoeder over de twee zoons, zijn neefjes. Vader had het daar in toenemende mate zichtbaar moeilijk mee te stellen. Dat uitte zich in wantrouwen en jaloezie, het leidde, zelfs regelmatig tot lichamelijk geweld naar zowel de broer als de zoons.

Helaas is de vertrouwenspersoon daarover door niemand van het gezin ingeseind. De kinderen zwegen, uit angst. Verder waren geen aanwijzingen voorhanden dat dit alles speelde. Wel belde vader vaak met de begeleider. Daarbij uitte hij steeds grote woede naar zijn vrouw. Dat ze hem te weinig aandacht zou geven. Dat hij haar niet met geld vertrouwde. We namen regelmatig de moeite om het allemaal nog een keer uit te leggen, waar het de inkomsten en de uitgaven betrof. Toch bleef hij overtuigd dat zijn vrouw hun geld naar de familie doorsluisde.

Op zeker punt gaat men zich als begeleider wel steeds meer zorgen maken. Gaat dit nou wel alleen over een geldprobleem? Hoe ver gaat de onderlinge machtsstrijd? De vader was in toenemende mate obsessief wantrouwend, zelfs zodanig dat hij op een zeker moment eiste, dat de broer de toegang tot het huis en gezin zou worden ontzegd. Daarbij uitte hij ernstige doodsbedreigingen aan het adres van de broer.

Daarop is snel geacteerd. In krap 48 uur, dankzij een goede samenwerking tussen TalenTonen en Nidos, werd voor de broer opvang geregeld. Nog diezelfde dag kwam vader, vergezeld van een groep vrienden, thuis aanzetten met nieuw meubilair. Het huis werd compleet opnieuw ingericht. Vader installeerde zich daarmee nadrukkelijk als en koning op de troon, maar moeder en de kinderen raakten in een acute emotionele shock. Elke vorm van contact met haar broer werd de moeder door vader verboden.

De spanningen bleven zich opbouwen, de vader verviel in toenemende mate in agressief gedrag en nam toevlucht tot lichamelijk geweld. Door het geweld thuis kwamen de kinderen op school in botsing met leerkrachten.

Op zekere morgen werd de begeleider door moeder gebeld, in complete ontreddering. Ze was lichamelijk toegetakeld, haar gezicht was zwaar gehavend en er waren zelfs sporen van een wurgpoging te zien. De aanleiding was dat vader had ontdekt dat zijn vrouw tegen zijn zin toch buiten hem om contact was blijven houden met haar broer. Dan wordt een heel ander traject ingezet. Met de zichtbare verwondingen als onomstotelijk bewijs van het zware lichamelijke geweld door de vader is direct melding gedaan van huiselijk geweld bij politie en Veilig Thuis. De vader heeft het ons echter allemaal niet licht vergeven.

Door Veilig Thuis werd een gezinsonderzoek opgestart, uitgebreid werd overlegd tussen ons en het centrum voor Jeugd en Gezin en ook de wijkagent was rechtstreeks betrokken bij de situatie. In de tussentijd en volgens de toepasselijke culturele zeden en gewoonten hebben we een ontmoeting met familieleden georganiseerd, ook met als doel dat de vader zijn oprechte excuses zou maken aan zijn vrouw. Na uren van praten knielde hij letterlijk voor de voeten van zijn vrouw en vroeg haar om vergeving. Zij aanvaardde zij excuses, door onder meer ritueel haar hand op zijn schouder te leggen.

Het bleek achteraf helaas allemaal schone schijn, een toneelstuk. Moeder vertolkte slechts een rol in een door vader geregisseerd toneelstukje. Dat bleek ook weer tijdens het vervolgoverleg met betrokken instanties. Daarbij kwam moeder, gezeten aan het hoofd van de tafel, in voor haar doen duidelijk Nederlands met de boodschap dat het gezin het vertrouwen in onze begeleiding had verloren. Dat ze wilden stoppen met onze begeleiding.

Wij hadden het gezin al met al een jaar zeer intensief begeleid. Stonden wij uit betrokkenheid te dichtbij., hebben we in een eerder stadium adequaat de signalen van spanning en dreiging geregistreerd van de vader? Vanuit het vrijwillig kader waarbinnen wij functioneren blijf je sterk afhankelijk van hoe open of gemotiveerd de door jou te helpen persoon zich opstelt. Het moet van twee kanten komen, wil je echt resultaten behalen. De vrijwilligheid in de ondersteuning is echter een kenvoorwaarde om een solide vertrouwensband op te kunnen bouwen. Je moet anderzijds op zeker moment zonder aarzeling acuut ingrijpen. Per slot van rekening zijn we ook gehouden aan de meldcodes en het professionele protocol. Vanuit het zogenaamd ’gedwongen kader’ heeft Veilig Thuis een maand na ons formele vertrek de moeder met haar kinderen thuis opgehaald. Voor hen is een veilige plek gevonden in de gezinsopvang.

Wie wil betekenen

baby

Wat zijn de dagelijkse dilemma’s uit de praktijk? Met verhalen uit de praktijk geven professionals van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond een inkijkje in het ingrijpende werk van een jeugdbeschermer. Hieronder  het verhaal van Kevin.

Mijn jongste cliënt is Tamara. Tamara is zeven maanden jong en met ernstig letsel in het ziekenhuis opgenomen. Het verhaal dat haar ouders vertellen over wat er met haar is gebeurd, komt volgens artsen niet overeen met de verwondingen van Tamara. Het ziekenhuis denkt dat de ouders iets te maken hebben met het letsel. Haar ouders blijven dit ontkennen. De precieze toedracht zal waarschijnlijk nooit duidelijk worden.

In het belang van Tamara denken wij dat het beter voor haar is om tijdelijk even ergens anders te gaan wonen. Na haar ziekenhuisopname hebben we Tamara daarom in een pleeggezin geplaatst. Daar verblijft zij nu nog steeds. Er zijn afspraken gemaakt over de momenten waarop er contact is tussen Tamara en haar ouders. Tijdens deze contactmomenten hebben we gekeken naar het contact tussen ouders en Tamara. Daaruit is niet gebleken dat Tamara niet terug naar haar ouders zou kunnen.

Op dit moment ben ik onderweg naar de ouders van Tamara om met hen te bespreken wat nodig is om Tamara terug naar huis te laten komen. Het allerbelangrijkste is dat het thuis veilig is voor haar. Als ik bij het huis aankom en aanbel, doet moeder de deur open. Moeder maakt een nerveuze indruk. Achter haar aan loop ik de woning binnen naar de woonkamer. Vader zit aan tafel. Hij geeft mij een hand. Ook op zijn gezicht zie ik de spanning. Ik weet hoe graag de ouders willen dat Tamara weer naar huis komt. Ik bespreek met de ouders dat ik vandaag met hen in kaart wil brengen wie het allemaal belangrijk vinden dat het goed gaat met Tamara, want als Tamara straks naar huis komt, willen we zeker weten dat ze veilig is. Dat ze niet opnieuw letsel zal oplopen. Hoe meer mensen uit het netwerk betrokken zijn en weten wat er speelt, hoe veiliger het zal zijn voor Tamara.

Daarom ga ik vandaag samen met de ouders het netwerk van de ouders van Tamara in beeld brengen.  De ouders kijken elkaar aan, waarna moeder het woord neemt. Moeder geeft aan dat zij niemand hebben. Ik laat me niet ontmoedigen door wat moeder zegt. Het komt vaker voor dat ouders zeggen dat er geen netwerk is. Ik leg ouders uit dat ik, ondanks de woorden van moeder, toch graag met hen hier verder over in gesprek wil.

Uit ervaring weet ik, dat er altijd wel iemand is. Dat het vaak toch mogelijk is om iemand van wie je op voorhand denkt dat die niet betrokken wil worden, toch te betrekken. Ouders gaan schoorvoetend akkoord. Ik leg een vel papier midden op tafel waarop ik de naam van Tamara zet en die van haar vader en moeder. Ik vraag aan vader wie zijn ouders zijn en of hij broers of zussen heeft. Vader noemt de namen van zijn ouders. Ik schrijf de namen op terwijl vader vertelt dat hij ook een zus heeft. Vader zegt er meteen achter aan dat hij al heel lang geen contact meer heeft met zijn zus vanwege een ruzie jaren geleden. Aan moeder stel ik dezelfde vragen. Ook vraag ik ouders of zij contact hebben met mensen buiten hun familie. Bijvoorbeeld met de buren, iemand van de sportclub of met iemand uit hun kerk. Ik vraag aan ouders wie er weten dat Tamara in het ziekenhuis heeft gelegen en op dit moment in een pleeggezin verblijft.

Ondanks het feit dat ouders aangaven dat zij niemand hadden, staan er nu verschillende namen op het vel papier dat voor ons op tafel ligt. Namen van mensen die mogelijk iets zouden kunnen betekenen op het moment dat Tamara naar huis komt. Dit is hoopgevend,  maar ik realiseer me tegelijkertijd dat dit nog maar het begin is.

Zouden de ouders bereid zijn om met deze mensen in gesprek te gaan? Om hen te vertellen wat er aan de hand is en om samen met hen een plan te maken om te voorkomen dat Tamara nog een keer met letsel in het ziekenhuis terecht komt. En zou het netwerk wel bereid zijn om met de ouders in gesprek te gaan en samen met hen een plan te maken? Wie uit het netwerk -wil en kan -daadwerkelijk iets betekenen voor Tamara en haar ouders? Zit er ook iemand tussen die aan de bel durft te trekken op het moment dat het niet goed gaat? Op alle deze vragen zal nog antwoord moeten komen.

Hoewel we er dus nog lang niet zijn, heeft het gesprek van vandaag Tamara wel een stukje dichterbij haar ouders gebracht.

  • Kevin
    Jeugdbeschermer bij Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond

 

  • Vanwege privacy redenen is het verhaal geanonimiseerd.

Het geheel zien

schizofrenie

  • De verschillende facetten van de ene steen

Ik leerde hem kennen in 2011. Hij woonde in een daklozenopvang en de meeste instanties hadden hun hulp gestaakt omdat hij onbereikbaar was geraakt. Hij ontving wel medicatie en was in behandeling bij een GGZ-instelling. Hij sprak green Nederlands, Dat is voor hulpverleners belemmerend. Je kunt geen diepgang geven aan een gesprek. In deze soort situaties wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de tolkentelefoon. Toch is dat stressvol, deze indirecte communicatie. De client kan daarop afknappen.

De problemen begonnen rond het jaar 2000. Als bestuurder van een auto, zonder rijbewijs, raakte hij betrokken bij een ernstig verkeersongeluk. Vier passagiers kwamen te overlijden. Zelf is hij enige tijd in coma beland. Hij hield lichamelijke klachten en een trauma over aan het ongeluk. Zo was hij éénzijdig verlamd geraakt en leed hij aan waanvoorstellingen. Hij raakte financieel in de schulden, gedroeg zich in toenemende mate verward, is gescheiden, verloor zijn huis en raakte daardoor dakloos.

Tot op de dag van vandaag rakelt hij dezelfde verhalen op uit zijn verleden, als een defecte platenspeler dezelfde, verwarde inhoud repeterend. Terroristen zouden zijn moeder hebben omgebracht bijvoorbeeld. Op zeker moment is de diagnose gesteld, dat hij aan schizofrenie lijdt. Patiënten met deze diagnose hebben diverse deelpersoonlijkheden, rollen zo je wilt, zo was hij dan weer een geheim agent, dan weer werd hij politiek vervolgd, soms was hij de zorgzame vader, dan weer de ober in een duur restaurant. Ik sprak zijn moedertaal en ik kende zijn cultuur, laag voor laag aftastend zocht ik naar zijn ware ik. “Wie heb ik nu voor me?”, was elk moment een relevante vraag.

Gaandeweg ontdekte ik dat mijn zoektocht naar een persoonlijke kern in hem tevens de zijne was. Naast de vraag wie hij eigenlijk was, speelde ook nog de vraag: ”Wat wil jij? Door met hem mee te gaan in zijn ontdekkingstocht won ik steeds wat vertrouwen. Zodoende kon ik een werkbare relatie opbouwen en meer toekomgericht te werk gaan.

Voor de aanrijding werd hij aangeklaagd en vervolgd. Het resulteerde in een veroordeling waarbij hij de keus had tussen een jaar gevangenis of een langdurige taakstraf doen. Ik heb voor hem met de reclassering zoveel mogelijk afgestemd. Ook vond ik een advocaat die de zaak in hoger beroep op zich wilde nemen. De taakstraf kreeg uiteindelijk de vorm van dagbesteding.

Ook daarin werd een beroep op m ij gedaan, om hem te begeleiden, opdat hij ook daadwerkelijk de taakstraf zou volbrengen en niet alsnog de gevangenisstraf kreeg. Hij heeft aantoonbaar goed gedrag vertoond, zijn taakstraf heft hij tot een goed einde gebracht. De genoemde schulden hielp ik in overzicht brengen en heb vervolgens een bewindvoerder ingezet.

Loslaten deed ik niet. Ik luisterde geduldig naar al zijn verhalen. Ik wist dat hij op enig moment weer op eigen vermogen in het leven zou moeten komen te staan, maar voor nu ging ik overal met hem naar toe. Ik nam de regie over zijn leven over en nam hem bijvoorbeeld mee naar restaurants, bracht hem etiquette bij, legde hem dan uit, hoe men zich had te gedragen. Zo ontdekte hij via mij de wereld en hoe men zoal leeft hier in Nederland. Inmiddels woont hij zelfstandig in een studio, weet goed voor zichzelf te zorgen, gedraagt zich verantwoordelijk en geeft nog altijd toegewijd invulling aan zijn dagen.

Het vervult mij met dankbaarheid hem te hebben kunnen helpen om zijn dakloosheid aan te pakken, een oplossing te vinden voor zijn schulden. Hij gaat nu ook taallessen volgen om beter Nederlands te leren spreken. Op zijn beurt is hij mij erkentelijk voor het feit dat ik hem zo goed heb ondersteund, iets wat ik overigens nog steeds doe. Het is een open vraag, hoe, of en wanneer ik deze hulpverleningsrelatie kan afkoppelen. In feite is dan toch een afhankelijkheidsrelatie ontstaan, dat is iets waar je ook voor moet hoeden.

Dankzij onze samenwerking heb ik ontzettend veel geleerd. Ondanks zijn verwarring beschikt hij over encyclopedische kennis van de wereldgeschiedenis en kan daar langdurig en uitgebreid over uitweiden. Ook weet ik nu hoe door een nieuwe bril tegen situaties en mensen aan te kijken, voor bij de eigen, begrensde professionele en persoonlijke kaders en optiek.

Met hem meelevend leerde ik hem en zijn situatie op verschillende manieren te beschouwen. Soms kan bijvoorbeeld uit het niets toch weer die andere deelpersoonlijkheid tevoorschijn komen, die compleet een andere visie ten beste geeft dan degene waarmee je tot dat moment in gesprek was, terwijl het om één en dezelfde persoon gaat. Daardoor kunnen opnieuw problemen ontstaan met zijn omgeving. Helemaal loslaten is daarom haast niet te verantwoorden. Persoonlijke ervaring met de client is in zo’n geval echt onmisbaar. Bijvoorbeeld, te weten met welk personage men op enig moment te maken heeft.

Elk deelpersonage vertelt vanuit een andere invalshoek uiteindelijk hetzelfde verhaal. Maar het is de kunst om naar alle verschillende facetten van de sten te kijken. Hoe het licht steeds anders valt, dit heb ik misschien nog het meeste dankzij hem geleerd.

  • Bron: Het nieuwe thuis – verhalen uit de praktijk | TalenTonen Zorg en ontwikkeling

Een veilig thuis

teenmom

  • Mag ik weg bij mama?

Wat zijn de dagelijkse dilemma’s uit de praktijk? Met verhalen uit de praktijk geven professionals van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond een inkijkje in het ingrijpende werk van een jeugdbeschermer. Hieronder het verhaal van Nesrin.

Ruby is een meisje van 16 jaar. Sinds een jaar ben ik haar jeugdbeschermer. Gistermiddag heb ik met haar afgesproken in het pleeggezin waar ze nu verblijft. Haar éénjarige zoontje, Damian, keek mij met stralende ogen aan. Wat een vrolijk ventje! Ik vind het zo knap hoe Ruby (met een beetje hulp van oma) voor hem zorgt, want achter Ruby schuilt een schrijnend verhaal.

Ruby vertelde mij gisteren dat ze graag professionele hulp wil om haar verleden een plekje te kunnen geven. Ik ga vanmiddag de aanmelding schrijven voor een psychologenpraktijk bij haar in de buurt. Hopelijk helpt de therapie haar om minder boos en verdrietig te zijn.  Ruby heeft – op zijn zachts gezegd-  geen gemakkelijke jeugd gehad. Helaas hebben de meeste kinderen die ik begeleid een moeilijke jeugd.

Ruby is hier dus één van. Toen Ruby nog maar vijf jaar oud  was, is zij voor het eerst onder toezicht gesteld. Mijn collega heeft haar gezin toen begeleid. De reden hiervoor was het problematische gedrag van de jonge Ruby waar moeder geen raad mee wist. In eerste instantie had de moeder van Ruby veel weerstand om onze hulp te aanvaarden. Moeder had geen vertrouwen in de hulpverlening. Uiteindelijk is het toch gelukt om samen te werken en konden we de onder toezichtstelling na één jaar gelukkig afsluiten. Het probleemgedrag van Ruby nam af en we zagen steeds meer een vrolijk jong meisje. In dat jaar heeft moeder veel geleerd over hoe zij met Ruby moest omgaan, adequaat straffen, belonen en structuur bieden. Geen gemakkelijke opgave voor een alleenstaande vrouw met psychiatrische problemen en een eigen belast verleden waarin zij veelvuldig mishandeld is.

Ik had zo gehoopt op een ‘zij leven nog lang en gelukkig’ einde maar helaas lukte het moeder niet om de positieve verandering vast te blijven houden. Ze  ontwikkelde een alcoholverslaving en kreeg relaties met de verkeerde mannen. Dit leidde tot huiselijk geweld en Ruby werd triest genoeg slachtoffer van seksueel misbruik. Tot overmaat van ramp belandde het gezin ook nog op straat.

Opnieuw kwam Ruby, toen zij dertien jaar oud was, onder ons toezicht te staan. Mijn collega heeft Ruby naar een crisisopvang gebracht, want helaas waren er geen familie of andere bekenden die haar een veilige plek konden bieden. We vinden het heel belangrijk dat kinderen bij hun ouder(s) blijven wonen, maar helaas is dit niet altijd veilig. Daarom onderzoeken we in zo’n geval of er opvang mogelijk is door familie of andere bekenden. Maar, voor Ruby was dit niet mogelijk.

Ruby heeft maanden in de crisisopvang gezeten. Ondertussen was moeder op weg om haar leven weer op de rit te krijgen. Ze verbrak haar relatie en overtuigde ons ervan dat ze de zorg voor Ruby met een beetje hulp weer aankon. Ruby ging weer bij moeder wonen.

Het is drie jaar later. Dit voorjaar heeft Ruby samen met een vriendin opnieuw aan de bel getrokken en de politie gebeld. De politie heeft Ruby opnieuw met ons in contact gebracht. Moeder was dronken en agressief naar haar vriend. Een onveilige situatie en voor Ruby een breekpunt. Zij heeft geen vertrouwen meer in verbetering. Ruby vraagt ons dus zelf of zij uit huis mag worden geplaatst. Er is teveel gebeurd.

Het gebeurt ons maar heel zelden dat een jongeren dit zélf vraagt. We beseffen ons maar al te goed dat dit een hele moeilijke uitspraak is voor een kind. Kinderen zijn over het algemeen loyaal naar hun ouders en de meesten willen thuis blijven wonen, hoe zorgelijk de situatie soms ook is.

Inmiddels wonen Ruby en haar zoontje dus in bij oma. Geen ideale situatie want oma woont in een klein appartement en is al best op leeftijd. Gelukkig kan ze Ruby en Damian tijdelijk een plek bieden, totdat er plaats is in de tienermoederopvang.

Het doet mij zo goed om te zien hoe Ruby nu haar eigen leven aan het opbouwen is. Ze gaat weer naar school en heeft vriendinnen. Haar kleine ventje Damian ontwikkelt zich goed en gaat naar het kinderdagverblijf als Ruby op school is.

Ik heb ondertussen regelmatig contact met Ruby, moeder en met oma. Moeder is het helaas niet eens dat Ruby bij oma woont. Zij wil dat ze weer bij haar komen wonen. Ruby ziet dit echter niet zitten , wij  niet en de kinderrechter ook niet.Het is niet voor te stellen dat je als moeder geen zorg meer kan en mag bieden aan je dochter (en kleinzoon), maar het echt beter zo.

Ruby is een heel zelfstandig meisje van 16 jaar die kiest voor de veiligheid van haarzelf en haar zoontje. Wat is ze volwassen. Wat heb ik hier veel bewondering voor!

  • Nesrin
    Jeugdbeschermer bij Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond

 

  • Vanwege privacy redenen is het verhaal geanonimiseerd.