Miscommunicatie en onbegrip

Annika van de Werf is afgelopen maand 77 jaar geworden. Ondanks haar mentale scherpte heeft ze, mede gezien haar leeftijd, enige fysieke mankementen. Ze woont zo zelfstandig mogelijk in een rijtjeshuis aan de rand van het dorp. Aangezien ze moeilijk loopt maakt zij gebruik van een vanuit de gemeente verschafte scootmobiel om mobiel te blijven, bijvoorbeeld om zo nu en dan met enige hulp boodschappen te doen bij de nabijgelegen supermarkt. Hiernaast ontvangt zij hulp in het huishouden. Twee dagen in de week heeft zij individuele begeleiding.

Daan van Straten, gemeente ambtenaar, gaat bij haar langs om haar in te lichten over de veranderingen naar aanleiding van de decentralisaties. Nadat ze op de stoel bij haar keukentafel zijn neergestreken en over het nieuws van de dag hebben gepraat begint hij over de veranderingen die de decentralisaties betekenen. Hij vertelt over de veranderingen in de AWBZ en kort over de jeugdzorg en de participatiewet.

Mevrouw Van de Werf hoort het met lede ogen aan. “Ik snap het niet helemaal, maar dat is ook niet belangrijk. Ik krijg al jaren goede zorg, die heb ik nodig omdat ik niet goed meer kan lopen, en daar ben ik heel tevreden mee.”

Daan wil nu de veranderingen op haar betrekken. “De veranderingen betekenen ook iets voor u, mevrouw Van de Werf.” Hij vertelt haar meteen eerlijk dat de kans realistisch is dat de gemeente de twee dagen individuele begeleiding in de toekomst niet meer zal betalen. “We kijken nu veel meer naar de eigen kracht van mensen en hun netwerk”. “Ik snap het niet, ik heb hier jaren recht op gehad, ik heb hier middels jarenlange arbeid aan bijgedragen.” Ze praat door.

Daan probeert haar te onderbreken door meer duidelijkheid te verschaffen, maar hij komt niet meer door haar barricade heen.

  • Bron: Andersson Elffers Felix | Casusbladen Interactie overheid – burger in het sociaal domein | 2015
Advertenties