Anders vastpakken

anders vastpakken

  • Hoe laat je gaan wat je nodig hebt?

Rond zijn elfde levensjaar was hij uit huis geplaatst nadat hij op school had aangegeven te worden geslagen door zijn stiefvader. Zijn moeder baatte toen nog een restaurant uit, maar dat liep niet succesvol. Hij wilde zelf thuis weg, naar een pleeggezin.

Het leverde voor hem helaas geen stabiel alternatief op. De jaren die volgden werden namelijk getekend door steeds wisselende woonplaatsen en woonvormen, van een crisisgroep naar een woongroep, van een gesloten inrichting naar een open inrichting.

Hij vertoonde ondertussen in toenemende mate onhandelbaar gedrag. Uit pure verveling en door gebrek aan begeleiding liet hij zich te gemakkelijk meenemen in het schadelijke gedrag van een groep jongens waarmee hij optrok. De spanning gaf een kick. Wat niet meehielp was dat hij in die periode geen schoolopleiding volgde.

Het restaurant van moeder ging uiteindelijk failliet. De geldproblemen liepen zo uit de hand dat ze zelfs hun huis kwijtraakte en met haar twee andere kinderen dakloos werd. Een situatie die pas na een kaar werd opgelost. Zijn gedrag werd er ondertussen niet beter op: van vuurtje stoken tot vernielingen aanrichten, op zeker moment heeft hij zelfs weten in te breken op een computersysteem. Hij vertoonde daarmee dan zekere intelligentie, hij bleek toch echt het verkeerde pad te kiezen.

In die periode heeft de jeugdvoogd mij ingezet. Hij was op dat moment op de crisisopvang beland. Het doel was om te beginnen hem weer naar een school te krijgen. Het contact kwam zeer moeizaam tot stand. Hij was erg naar binnen gekeerd, sprak vrijwel niet en keek mensen dan wel aan, maar wat in hem omging liet zich alleen raden. Hij had geen hobby’s, hiel zelfs niet van films kijken en had niets met sport. Het was dus flink zoeken naar een opening om contact van enige betekenis met hem te krijgen.

Wat zeker niet hielp, was dat hij jarenlang zoveel hulpverleners had zien komen en gaan. Mensen die tijdelijk met hem optrokken om dan te vertellen hoe hij moest denken, voelen en handelen, maar even snel weer verdwenen als ze waren verschenen. Ik werd in eerste instantie ook zo geklasseerd. Waarom zou hij zijn vertrouwen nog in mij investeren?

Ik kreeg de ingeving om met hem een gesprek aan te knopen over oosterse astrologie. Samen zochten wij op de telefoon naar zijn sterrenbeeld. Bij zijn dierenteken kwamen kenmerken naar voren als creatief en sociaal, iets waar hij het totaal niet mee eens bleek te zijn. Ik wierp tegen dat hij desalniettemin wel heel goed was in tekenen, maar hij achtte dat zelf bepaald niet als stoer genoeg. Allerlei eigenschappen hebben we aan hem gekoppeld en nagelopen of het op enige manier van toepassing kon zijn. Hij bleef halsstarrig volhouden dat het compleet niet op hem sloeg. Opmerkelijk genoeg kregen wij daardoor toch een band.

Zijn moeder had inmiddels weer een woning gevonden die ze deelde met haar twee andere kinderen, waar ook de stiefvader regelmatig was te vinden. Hij wilde niets liever dan terug naar huis, om zweer bij zijn moeder te zijn. Hij was gefrustreerd dat zijn halfzusje van tien wel thuis bij moeder woonde, goed presteerde op school en ook nog eens een prachtige slaapkamer had. “Waarom zij wel, en ik niet?”, spookte het door zijn hoofd. Het vormde voor hem een blokkade, ook om zich constructief met zijn schooltoekomst bezig te houden.

Met zijn mentor, zijn moeder, zijn voogd, met alle betrokkenen en met hemzelf ben ik over die kwestie het gesprek aangegaan. Met hem sprak ik af dat hij een brief zou schrijven waarin hij zijn pijn, verdriet, frustratie zou opschrijven, om deze dan voor te lezen om te onderbouwen waarom hij graag naar huis terug wilde.

Die brief heeft hij daadwerkelijk geschreven, al is deze nooit voorgelezen. Er was namelijk al besloten dat hij steeds vaker naar huis kon, daar kon logeren en kon uitproberen of zijn band met moeder weer hersteld kon worden en zij in staat zou zijn de moeder te zijn waar hij naar verlangde.

Zijn moeder begeleidde ik vanuit een ander traject: de Wmo. Ik twijfelde sterk of zij als moeder in staat zou zijn hem de juiste ondersteuning te bieden. Hoezeer ik het hem dan ook wel gunde, voor moeder speelden ondertussen nog veel andere problemen. Het kon wel eens een te zware opdracht zijn, haar 16-jarige zoon weer in huis te nemen, hem de benodigde aandacht en liefde te geven en de opvoedkundige regels te handhaven.

Ze deed echt haar best, maar bekommerde zich meer om afgeleide zaken, zoals commentaar geven op zijn rookgedrag of zijn lichaamshouding: kin omhoog en schouders naar achteren. Dat soort dingen. De spanning was echt te snijden als zijn moeder hem zo probeerde op te voeden. Daarbij kwam dat, hoezeer ze ook van hem hield, zij niet in staat was daar goed uitdrukking aan te geven. Affectie die zij wel openlijk toonde naar de jongste dochter, tot zijn mateloze frustratie. Het huis had ook maar twee slaapkamers, dus logeerde hij noodgedwongen op de bank.

Wanneer ik hem opzocht in de crisisopvang was me daarbij opgevallen dat hij steevast dezelfde kleding droeg. De begeleiders van de crisisopvang beaamden dat hij slechts over twee sets kleding beschikte, die bovendien met mooi weer op komst veel te warm waren.

De omgang tussen moeder en zoon verliep moeizaam en stroef. Dat bleek bijvoorbeeld toen ik het plan opvatte om zijn moeder in te schakelen voor wat nieuwe outfits. Moeder wilde dan heel graag samen winkelen, maar dat stuitte bij hem op weerstand. Geen denken aan zelfs, hij was vijftien en gin niet met zijn moeder winkelen. Als tweede optie stelde ik voor dat ze hem wat geld gaf om dan maar zelfstandig kleren aan te schaffen. Dit stuitte weer bij haar op een pertinente weigering. Hij kon het geld immers wel eens gaan uitgeven aan de verkeerde dingen. Ik liet me niet ontmoedigen en stelde creatief een online shopping sessie voor, samen met zijn halfzusje erbij.

Dat bleek voor beiden bezwaarlijk, want het was nu juist haar wens om met hem samen een keer iets te doen en hij kwam nu met de smoes dat zijn halfzusje te druk was en hij had behoefte aan rust aan zijn hoofd. Een patstelling. Het gegeven van twee mensen die elkaar niet kunnen bereiken, dat was pijnlijk. Voor iedereen.

Toch bleef hij maandenlang proberen om het te laten werken tussen hen beiden. Hij ging elke keer vol goede moed naar haar toe. Maar keer op keer droop hij weer af, kwam hij terug op de groep, diep teleurgesteld in zichzelf en zijn moeder. Omdat het weer niet was gelukt om er iets fijns en moois van te maken, samen. Zijn grote behoefte en verwachtingen, haar gevoelsmatige onvermogen en gereserveerdheid, de kloof werd gewoon niet geslecht. Hij verloor de moed en werd wanhopig depressief, het emotioneel verwerkingsproces liep vast en de verwarring nam alleen maar toe. Hij ervoer één grote leegte, een bodemloze put.

Toon hij het aanbod ontving om in een woongroep te komen, waar hij tot zijn achttiende terecht kon, was dat inmiddels een heel aantrekkelijk alternatief. Maar het bracht hem ook in een innerlijke tweestrijd waar hij totaal niet uitkwam. Ik trof hem aan in volslagen verwarring. Urenlang hebben we gepraat. Wat wil je, echt? Wat wil jij? Die vraag spiegelde ik hem in alle variaties steeds weer voor. Hij is vijftien, een op zichzelf teruggeworpen, een al levenservaren jonge man, zonder gidsing door ouders. Allerhande emotionele behoeftes en lastig te verwerken pijn liepen door elkaar. Ik gaf het hem te doen, dat hij dit zelfstandig moest beslissen. Het was de zwaarste periode van zijn leven, nog nooit had ik hem zo zien worstelen. Alsof hij telkens als hij op het hoogste punt was van de wip de andere ik zich weer afzette en hem weer naar beneden haalde. Hij worstelde eindeloos met een vraag, waar hij niet emotioneel zelfstandig genoeg voor was.

Toen hij ten langen leste een bewuste beslissing had genomen en koos voor de woongroep, heb ik hem dan ook enorm geprezen voor die zelfoverwinning. Ik heb hem aangemoedigd om zijn beslissing ook meteen kenbaar te maken aan zijn moeder, wat hij ook heeft gedaan.

Hij koos bewust om de droom los te laten nog weer bij zijn moeder te kunnen wonen. Om te werken aan hun onderlinge relatie vanuit de zelfstandige setting van de woongroep.

Hij is nu bevrijd van dit stuk verleden en kan door dat verlangen los te laten verder met zijn toekomst.

  • Bron: Het nieuwe thuis – verhalen uit de praktijk | TalenTonen Zorg en ontwikkeling

 

 

 

 

Een tuinlamp aan het einde van de tunnel

tuinlamp

  • Loslaten om vast te pakken

Het mooiste is dat ik haar vertrouwen heb gewonnen. Ik bleef lange tijd naast haar staan, dus ik werd een vaste waarde in haar leven. Geen wisselende hulpverleners, maar één contactpersoon waarmee zij een band kon opbouwen en ik met haar.

De opdracht kwam vanuit een GGZ-instelling. Om een jonge vrouw uit Afrika, een slachtoffer van mensenhandel, te begeleiden en te helpen integreren in de Nederlandse samenleving. Ze had echt op jonge leeftijd al te veel zwaar verkeerde dingen meegemaakt/ Ze was als slavin iemand bezit geweest, van al haar mensenrechten beroofd. Daarbij ook mishandeld. Ze was zo ver heen, dat ze niet meer wist wat of wie te vertrouwen. Ze kampte ook met heftige angstaanvallen, psychoses zelfs, ten gevolge van een posttraumatisch stresssyndroom. Die angsten blokkeerden haar om nog de deur uit te gaan. Als ze dat wel deed, bleek ze ten gevolge van haar ervaringen zodanig kwetsbaar, dat ze daardoor even makkelijk omging met weer precies het verkeerde soort mensen.

Toen ik aan haar werd gekoppeld was ze twee jaar in Nederland en sprak eigenlijk alleen Engels. Ze had een huisje toegewezen gekregen en volgde een inburgeringscursus, maar deed simpelweg de deur niet open als ik bij haar aanbelde. Zo kon ik de eerste paar keer onverrichter zake weer naar huis.

Daarna ben ik samen met een medewerker van de GGZ-instelling langs gegaan die over een sleutel beschikte en die heeft de voordeur voor mij opengedaan. Een week later bezocht ik haar, onaangekondigd. Hoe tegenstrijdig ook, als ik haar vertrouwen wilde winnen moest ik wel minstens een vorm van contact eenzijdig afdwingen.

Het toegewezen huis had een compleet verwilderde tuin, die er bepaald niet uitnodigend uitzag. Ik stelde haar voor dat ik iemand zou vinden voor haar, om van de tuin iets gezelligs te maken. Ze stemde toe. Ik was ervan doordrongen dat ik, in alles wat ik toezegde, vanaf het begin ook echt woord moest houden om haar vertrouwen te helpen herstellen. De tuin was de eerste kleine barrière die ik zo slechtte. Vervolgens heb ik steeds verbeteringen gesuggereerd en kleine dingen toegezegd en die ook steeds waargemaakt.

Toen kwam ze uit zichzelf met de vraag om een tuinlamp, een licht waardoor het buiten achter het huis niet zo donker bleef. Nadat ik ook die voor haar op afspraak had laten aanleggen leek een sprankje kalmte over haar te komen, dankzij bestendigd vertrouwen – vrij letterlijk – een licht in de duisternis.

Ze bracht het op, voorzichtig naar vertrouwen te zoeken. We kwamen verder. Veel tijd ging op aan lange gesprekken, over har dromen, maar ook over diep gevoelde behoefte aan wraak, te nemen op personen die haar leed hadden berokkend.

Ze leefde ook nog heel geankerd aan haar verleden. Ik deed mijn best om haar meer naar toekomstmogelijkheden te laten kijken. Investeer in je kansen, vergeet het verleden. Stel je, vanuit hier en nu, in op de dag van morgen.

Stap voor stap werden opvallende resultaten geboekt. Zo bouwde ze haar rustgevende medicatie af. Ondertussen bleef ik bij de wacht als het ging om welke mensen ze omging. Een deel van har kennissenkring zou de echt moeten loslaten, wilde ze zelfstandig in haar kracht komen te staan. Ik moest haar daarbij schijnbaar steeds opnieuw behoeden, bij herhaling uitleggen hoe zij, als aantrekkelijke mooie jonge vrouw, makkelijk het soort van aandacht krijgt van mensen die niet altijd de beste bedoelingen hebben.

Wat het voor haar moeilijk maakte was dat ze de sociale spelregels tussen mannen en vrouwen niet altijd goed las. Zo was in haar cultuur het spel heel direct. Wanneer een man een vrouw recht aankijkt en openlijk naar haar lacht, is daarmee meteen duidelijk dat hij een zekere vorm van aandacht van je verlangt. In Nederland is het spel niet alleen veel minder direct, maar ingewikkelder, een man kan je hier lachend aankijken zonder dat hij daarmee nou per se bepaalde bijbedoelingen heeft.

Ik liet haar stukje bij beetje allerlei aspecten van de Nederlandse cultuur beleven. Ik nam haar mee naar een mooi restaurant, zo zijn we ook eens naar het Kurhaus in Scheveningen gegaan. Zij vond het schitterend en genoot zichtbaar volop, als een ober haar daarbij beleefd vriendelijk met een open glimlach begroette.

Hoewel zij oorspronkelijk uit een Islamitisch land kwam, wilde ze dat geloof niet meer openlijk belijden en ook geen hoofddoek meer dragen. Ze had het er moeilijk mee om daar tegenover haar zus voor uit te komen. Dat werden heel emotionele discussie. Ik hiel haar daarbij steeds voor: “Houd van jezelf, heb vertrouwen in jezelf. Als jij geen hoofddoek wil, is dat alleen aan jou.” Ik simuleerde haar om steeds in dit soort grote en kleine kwesties zelfstandige, onafhankelijke keuzes te maken. Op het moment dat zij haar hoofddoek afdeed, zag ik dat als een teken dat ze meer afstand kon nemen van haar verleden en zich sterker voelde naar haar toekomst.

Op een geëigend moment heb ik een mannelijke begeleider uit onze organisatie voorgesteld als mede begeleider. Dat was behoorlijk spannend. Al die tijd was er geen enkele man bij haar het huis ingekomen. Onzeker hoe het uit zou pakken heb ik hem dus wat behoedzaam aan haar voorgesteld en met succes. De connectie was en bleef vanaf de eerste ontmoeting goed.

Op de achtergrond bleef ik natuurlijk nauwlettend monitoren. Ik hield met haar regelmatig telefonisch contact. Onder de begeleiding van de mannelijke collega vond ze de motivatie om de Nederlandse taal te leren. Ze ging toekomstgericht doelen stellen, haar rijbewijs halen, studeren. Steeds één stap tegelijk nemend werkten we aan de meest praktisch haalbare doelen. Het belangrijkste was dat zij zelfvertrouwen ontwikkelde. Ik werd getuig van hoe ze van haar nieuwe, hervonden zelf leerde houden.

Ze heeft een enorm groeiproces doorgemaakt: van een gebroken angstig en kwetsbaar wezen naar een zelfbewuste dame met plannen en dromen, die plots in haarzelf durfde te geloven. Dat gin met vallen en opstaan en ook wel met de nodige verwarring gepaard, want wanneer je het verleden los moet laten, om de toekomst aan te gaan, ben je in het hier en nu soms de grond onder je voeten helemaal kwijt. Je moet alles los durven laten om een heel nieuw begin te maken, om een nieuwe identiteit aan te nemen. En dat kan je niet vanuit angst, alleen uit vertrouwen.

In totaal hebben wij haar vier jaar begeleid. Twee manden geleden heeft zij mij gebeld. Ze heeft werk gevonden en was daar dolblij over.

  • Bron: Het nieuwe thuis – verhalen uit de praktijk | TalenTonen Zorg en ontwikkeling