Mijn hondje houdt de moed erin

hondje

  • ‘Als ik zeg dat het niet goed gaat, stokt het gesprek’

Corrie kreeg op haar 45e tijdens een vakantie in Griekenland de ziekte van Lyme. Daar kwamen later andere chronische ziekten bij, zoals reuma, diabetes en apneu. ‘Het gevolg is dat ik in een rolstoel zit en me continu moe voel. Twee keer per dag helpt de thuiszorg mij in en uit bed. Het wordt bijna onmogelijk om ergens naartoe te gaan. Daardoor voel ik me alleen.’

‘Ik was altijd heel actief; ik werkte tot mijn 55e, zorgde voor mijn ouders, was vrijwilliger in het verzorgingshuis en zette mij in voor de dierenbescherming. Vroeger zocht ik zelf de contacten op en organiseerde ik gezellige dingen.’

In de steek gelaten

 ‘Dat is langzaam maar zeker steeds minder geworden. Tot mijn 65e heb ik een goed leven gehad. Toen is mijn man, na een huwelijk van bijna 45 jaar, bij mij weggegaan. Daarover ben ik heel verdrietig en boos geweest. Nu kan ik mij ook wel voorstellen dat het moeilijk is om met iemand te leven die steeds minder kan, maar toch voel ik me door hem in de steek gelaten. Mijn zoon woont hier drie uur reizen vandaan. Hij vraagt weleens of ik niet bij hem in de buurt wil komen wonen, maar ik weet niet of dat verstandig is.’

‘Inmiddels zie ik ook slecht, waardoor het gevaarlijk is om alleen met de scootmobiel op pad te gaan. Dat maakt dat ik minder contacten heb. Contact moet toch van twee kanten komen en van mijn kant kost dat te veel energie. En doordat ik mij vaak moedeloos voel, ben ik niet altijd even aardig. Als ik zelfstandig ergens naartoe wil, is dat veel geregel met taxi’s die ik een avond van tevoren moet bellen en die dan een kwartier eerder of later komen. Het gevolg is dat ik ergens te vroeg of te laat arriveer en verloren in mijn rolstoel zit te wachten. Eigenlijk ga ik steeds minder vaak de deur uit.’

Tranen

‘Als ik naar een gezellig televisieprogramma kijk, voel ik me soms opeens eenzaam en springen de tranen in mijn ogen. Met Sinterklaas kreeg ik een cadeau met een gedicht. Dan raak ik geëmotioneerd, omdat ik die gezelligheid zo mis. Soms denk ik: waarom ik? Maar je kunt ook denken: waarom ik niet? Op advies van zorgverleners ben ik een aantal keer naar de dagopvang gegaan, waar mensen er nog erger aan toe zijn dan ik. Ik zou het fijn vinden als ik hen kon helpen, maar nu voel ik mij daar absoluut niet thuis.

Contact met andere mensen maakt mijn gevoel van eenzaamheid soms nog groter. Er komen weleens mensen op bezoek, die eigenlijk niet goed weten wat ze moeten zeggen. Als ik zeg dat het niet goed met mij gaat, stokt het gesprek. Mensen willen niet naar gezeur luisteren, dat snap ik. Dan praten ze over iemand die ze buiten langs zien lopen of over het weer. Sinds kort heb ik een klein hondje. Twee kinderen laten hem tegen betaling uit. Vroeger had ik ook een papegaai en een prachtig aquarium. Ik ben gek op dieren; mijn hondje houdt de moed erin.’

  • Bron: Bron: Chronische ziekte en  eenzaamheid Verhalen uit de praktijk – Patiëntenfederatie Nederland.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s