Penvriendinnen

penvriendinnen

  • Ik moest een achterstand inlopen

Carine Berendsen onderging op haar 12e en 23e een niertransplantatie. De eerste keer ging er een periode van bijna twee jaar lang dialyseren aan vooraf. De tweede keer duurde het drie jaar voordat de transplantatie plaats kon vinden, ook al stelde haar vader zijn nier beschikbaar. ‘Vooral tijdens de perioden voor de transplantatie voelde ik mij eenzaam, omdat ik niet kon meedoen.’

‘Van mijn negende tot mijn twaalfde zat ik drie keer per week in het ziekenhuis aan een grote dialysemachine in plaats van op school. Tijdens de pauzes stond ik alleen bij een muurtje vlak bij de ingang. Soms hielden een paar klasgenootjes mij gezelschap. De andere kinderen speelden en renden op het schoolplein. Na schooltijd was ik moe en zat ik thuis op de bank.’

Andere wereld

‘Mijn belevingswereld was een totaal andere dan die van de andere kinderen. Ik miste de aansluiting in een fase waarin veel gebeurt. We woonden vlak bij school. Ik herinner mij nog hoe ik soms vanuit mijn slaapkamer lag te luisteren naar de kinderen op het schoolplein. Dan voelde ik mij heel alleen. Na de eerste transplantatie ging ik naar de mavo. Ik was voor het eerst gezond en kon met de anderen meedoen. Vooral in het begin ervoer ik een verschil; ik had in het ziekenhuis tussen ernstig zieke patiëntjes gelegen, terwijl anderen zich om kleine dingen druk maakten. Ik moest een soort achterstand op het gewone leven inlopen, maar dat lukte steeds beter.’

Onbegrip

‘Op mijn 21e zat ik op een hbo en had ik een bijbaantje als GGZ-verpleegkundige, toen ik hoorde dat ik weer een nieuwe nier nodig had. Na een verkeerd advies van een begeleider stopte ik abrupt met mijn opleiding.’

‘Uiteindelijk kreeg ik de nier van mijn vader pas drie jaar later, omdat mijn nier nog net niet slecht genoeg was. In die periode voelde ik mij opnieuw alleen, ik zat hele dagen thuis te wachten. Om dat te doorbreken, ging ik psychologie studeren. Mij werd geadviseerd om deel te nemen aan de introductieweek. Maar een week bier drinken en door de stad sjouwen mislukte met een nier die maar voor 15% werkte. Ik moest gelijk al uitleggen dat ik nierpatiënt was en niet echt kon meedoen. Bovendien miste ik hierdoor een deel van het eerste semester. Dergelijke ‘studieadviezen’ voelde als onbegrip, omdat mijn studiebegeleiders zich geen voorstelling konden maken van mijn situatie en mij er niet naar vroegen. Ook het ontbreken van een goed transplantatiebeleid ervoer ik als onbegrip voor nierpatiënten.’

Penvriendinnen

‘Ik denk dat sociale media en Skype het gemakkelijker maken om vriendschappen en contacten te hebben als je ziek bent. Je kunt in verschillende kringen andere dingen delen. Ik heb nu een zoontje van een jaar waarover ik blog. Vanaf mijn twaalfde jaar had ik veel penvriendinnen; ik kreeg soms wel dertig brieven op een dag en schreef zelf ook veel. Zo kon ik gewoon als Carine deel uitmaken van een gezonde wereld van mensen die ook fan waren van Bon Jovi.’ 

  • Bron: Chronische ziekte en  eenzaamheid Verhalen uit de praktijk – Patiëntenfederatie Nederland.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s